ECLI:NL:RBGEL:2026:1230

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/459301 / HA ZA 25-477
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rabobank vordert betaling en proceskosten wegens wanprestatie

De coöperatieve Rabobank heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens niet-nakoming van verplichtingen. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank heeft de dagvaarding en het verstek als basis genomen voor haar oordeel.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van Rabobank niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €38.850,89, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2024 tot volledige betaling.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Rabobank, begroot op €4.105,14, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris advocaat en nakosten. De wettelijke rente over de proceskosten wordt eveneens toegewezen indien niet tijdig betaald.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 21 januari 2026 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de rechters.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €38.850,89 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459301 / HA ZA 25-477
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. B.A.J. Uitman,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Rabobank heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
786,00
(1 punt × € 786,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.105,14
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 38.850,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.105,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 en ondertekend door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen.