ECLI:NL:RBGEL:2026:1219
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonurgentieverklaring wegens verwijtbare woonnoodsituatie en geen hardheidsclausule
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een woonurgentieverklaring nadat zij en haar gezin hun huurwoning waren uitgezet vanwege betalingsachterstanden na stopzetting van de bijstandsuitkering. Sinds september 2023 woont zij met haar partner en twee minderjarige kinderen bij haar schoonouders in een woning met beperkte ruimte, wat een slechte situatie voor het gezin oplevert. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem heeft de aanvraag afgewezen omdat weliswaar sprake is van een woonnoodsituatie, maar eiseres niet heeft aangetoond dat er een medische of psychische noodzaak is voor een spoedige verhuizing en omdat zij zelf verantwoordelijk is voor het ontstaan van de situatie.
De rechtbank oordeelt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres en haar partner verwijtbaar verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de woonnoodsituatie, aangezien de ontbinding van het huurcontract het gevolg is van een betalingsachterstand na blokkering van de bijstandsuitkering waarvoor zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn. De rechtbank stelt vast dat het college de belangen van eiseres heeft meegewogen en dat de afwijzing niet in strijd is met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel.
Verder is vastgesteld dat de omstandigheden die eiseres na de beslissing op bezwaar heeft aangevoerd, zoals haar verblijf in de gevangenis, niet konden worden meegewogen. De rechtbank vindt dat de gevolgen van het besluit niet onredelijk bezwarend zijn gezien de schaarste aan sociale huurwoningen en dat de hardheidsclausule alleen toegepast kan worden bij onaanvaardbare gevolgen, wat hier niet is aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de woonurgentieverklaring in stand blijft.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de woonurgentieverklaring wegens verwijtbare woonnoodsituatie en geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.