Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1210

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
05.251694.25.vs
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 57 SrArt. 240b SrArt. 242 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling vader voor langdurig seksueel misbruik en bezit kinderporno van minderjarige dochter

De rechtbank Gelderland heeft op 17 februari 2026 een man uit Vuren veroordeeld voor meerdere zedendelicten tegen zijn minderjarige dochter, waaronder ontuchtige handelingen, verkrachting, gekwalificeerde opzetverkrachting en bezit van kinderporno. Het misbruik vond plaats over een periode van meerdere jaren, waarbij het slachtoffer door haar autisme en afhankelijkheid extra kwetsbaar was.

De rechtbank baseerde haar oordeel op de gedetailleerde en authentieke verklaring van het slachtoffer tijdens een studioverhoor, gesteund door diverse bewijsmiddelen zoals een foto op de telefoon van verdachte, verklaringen van de moeder, opgenomen gesprekken en bekentenissen van verdachte zelf. Latere intrekkingen van het slachtoffer werden als onbetrouwbaar beoordeeld.

Verdachte ontkende onder meer penetratie en voerde impotentie aan, maar zijn verklaringen werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn dochter heeft verkracht en misbruikt, en dat hij kinderporno in bezit had.

Gezien de ernst, duur en omstandigheden van het misbruik, waaronder het misbruik van de vader-dochterrelatie en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 7 jaar op, gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie. De mobiele telefoon van verdachte werd verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf voor langdurig seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter en bezit van kinderporno.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.251694.25
Datum uitspraak : 17 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de [plaats 1] .
Raadsvrouw: mr. F.W.M. Hopmans, advocaat in Breda.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 18 november 2020 te Vuren, althans in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien Jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] te brengen,
  • het (tong)zoenen van/met die [slachtoffer] ,
  • het betasten, althans aanraken van de borsten en/of billen van die [slachtoffer] ,
  • zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te brengen;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 november 2020 tot en met 18 november 2022 te Vuren, althans in Nederland
ontucht heeft gepleegd
met zijn minderjarig kind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2004,
door
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] te brengen,
  • het (tong)zoenen van/met die [slachtoffer] ,
  • het betasten, althans aanraken van de borsten en/of billen van die [slachtoffer] ,
  • zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te brengen;
3.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 november 2022 tot en met 30 juni 2024 te Vuren, althans in Nederland,
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] te brengen,
  • het (tong)zoenen van/met die [slachtoffer] ,
  • het betasten, althans aanraken van de borsten en/of billen van die [slachtoffer] ,
  • zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te brengen
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten
  • het bedreigen van die [slachtoffer] met de dood,
  • het voorbij gaan aan haar (verbale en/of non-verbale) protesten,
  • het bestaan van misbruik van feitelijke verhoudingen (te weten de relatie vader — dochter) en/of omstandigheden voortvloeiend uit overwicht en/of (aldus) dat er sprake was van een afhankelijkheids en/of machtsrelatie,
  • het bestaan van een uit het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] voortvloeiend psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht
  • de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] nu zij autisme en een lichtverstandelijke beperking heeft,
  • en hij (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft doen ontstaan;
4.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 augustus 2025 te Vuren, althans in Nederland
met een persoon, te weten [slachtoffer]
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] te brengen,
  • het (tong)zoenen van/met die [slachtoffer] ,
  • het betasten, althans aanraken van de borsten en/of billen van die [slachtoffer] ,
  • zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te brengen
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
  • het bedreigen van die [slachtoffer] met de dood,
  • het voorbij gaan aan haar (verbale en/of non-verbale) protesten,
  • het bestaan van misbruik van feitelijke verhoudingen (te weten de relatie vader — dochter) en/of omstandigheden voortvloeiend uit overwicht en/of (aldus) dat er sprake was van een afhankelijkheids en/of machtsrelatie
  • het bestaan van een uit het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] voortvloeiend psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht
  • de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] nu zij autisme en een lichtverstandelijke beperking heeft,
  • en hij (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft doen ontstaan.
5.
hij in of omstreeks 7 februari 2022 tot en met 24 september 2025 te Vuren, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 7 februari 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een afbeelding en/of - gegevensdrager, bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of
ingevoerd en/of
doorgevoerd en/of
uitgevoerd en/of
verworven en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2025, artikel 252 Wetboek Pro van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
te weten [slachtoffer]
was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of
ingevoerd en/of
doorgevoerd en/of
uitgevoerd en/of
verworven en/of in
bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een telefoon (merk Samsung),
waarop te zien is dat:
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- door het camerastandpunt en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld wordt gebracht.
(afbeelding 1 in toonmap; vindplaats in dossier pg. 251).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Achtergrond, aangifte en brieven
Verdachte, [verdachte] , is de vader van aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Ten tijde van de ten laste gelegde feiten woonden zij gezamenlijk in huis met [aangever] (moeder van [slachtoffer] en partner van verdachte). Bij [slachtoffer] is een autismespectrumstoornis geconstateerd. Op 20 augustus 2025 ontstond er ruzie in de woning tussen verdachte en [slachtoffer] . Tijdens deze ruzie onthulde [slachtoffer] dat zij gedurende enkele jaren misbruikt zou zijn door verdachte. Naar aanleiding hiervan heeft [aangever] op 25 augustus 2025 deelgenomen aan een informatief gesprek en vervolgens aangifte gedaan namens haar dochter. Op 4 september 2025 is [slachtoffer] tijdens een studioverhoor gehoord door de politie. Hier heeft zij een verklaring afgelegd.
In een brief van 23 september 2025 gericht aan de officier van justitie heeft [aangever] een verzoek gedaan haar aangifte in te mogen trekken. De reden daarvoor was dat [slachtoffer] niet de waarheid zou hebben verteld. Na een aantal gesprekken tussen verdachte, [slachtoffer] en [aangever] zou [slachtoffer] besloten hebben dat verdachte weer thuis kon komen wonen en dat ze geen straf wenste voor haar vader.
Ook [slachtoffer] heeft op 30 september 2025 en 9 december 2025 brieven gestuurd aan de officier van justitie, . Daarin schrijft ze dat ze heeft gelogen tijdens het studioverhoor en vraagt zij het Openbaar Ministerie om geen celstraf te geven aan haar vader.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle vijf de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
Voor de feiten 1, 3, en 4 vraagt de raadsvrouw vrijspraak. Ten aanzien van feit 5 refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft bepleit dat enkel feit 2 bewezen kan worden verklaard, en dan alleen voor de gedraging ‘het laten betasten van de penis’.
In verband met dit standpunt van de verdediging merkt de rechtbank het volgende op. Voorafgaand aan de zitting is door het Openbaar Ministerie een
Vordering aanpassing omschrijving feiten in tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvorderingverspreid. Deze zou worden ingediend tijdens de terechtzitting van 3 februari 2026. Tijdens de zitting is echter een andere vordering ingediend. Hierin zou enkel een datum gecorrigeerd zijn ten opzichte van de reeds gestuurde vordering, maar de rechtbank constateert nu dat de oorspronkelijk beoogde wijzigingen in de ingediende vordering niet langer meegenomen waren. Op de ter zitting ingediende vordering is een beslissing genomen. De tekst hiervan is dan ook bepalend.
Als gevolg daarvan zijn de gedragingen ‘het laten betasten van de penis’ en ‘het betasten van de vagina’ (toch) niet ten laste gelegd. De standpunten van de raadsvrouw ten opzichte van deze gedragingen zullen om die reden buiten beschouwing gelaten worden.
Beoordeling door de rechtbank
Juridisch kader
In zedenzaken zijn doorgaans slechts twee personen aanwezig bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Indien de veronderstelde dader ontkent, moet de rechter allereerst beoordelen of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is voldaan. Dat bewijsminimum houdt in dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Er moet sprake zijn van steunbewijs, dat afkomstig is van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Uit rechtspraak van de Hoge Raad kan onder meer worden afgeleid dat voor een bewezenverklaring van verkrachting niet is vereist dat de verkrachting als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van de aangeefster op bepaalde punten bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan de aangeefster. Daar staat tegenover dat tussen de verklaring van aangeefster en dat overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.
Voorgaande betekent dat enerzijds het oordeel dat de verklaring van het veronderstelde slachtoffer betrouwbaar is en anderzijds het oordeel dat haar verklaring in ander bewijsmateriaal voldoende steun vindt, twee afzonderlijke beslissingen zijn. Het feit dat de verklaring van het veronderstelde slachtoffer betrouwbaar wordt geacht, kan niet op zichzelf als voldoende steunbewijs dienen.
Verklaring aangeefster
In het studioverhoor op 4 september 2025 heeft [slachtoffer] het volgende verklaard. [2]
In april 2020 is het misbruik begonnen. [slachtoffer] vertelde aan verdachte dat zij seksuele handelingen had verricht met een vriendje, een aantal jaren daarvoor. Verdachte zei toen ‘als je het met hem kan, kan je het met mij ook’. Het misbruik is toen gestart en heeft plaatsgevonden tot vijf à zes weken geleden. In het begin gebeurde het wekelijks, de laatste drie jaren gebeurde het één keer in de twee weken.
Het misbruik bestond uit verschillende soorten handelingen. Verdachte is met zijn vingers in haar vagina geweest. Verdachte knipte zijn nagels niet vaak en [slachtoffer] voelde dan de nagels van verdachte. Soms bloedde zij dan uit haar vagina. Hij ging ook met zijn geslachtdeel in haar vagina, verdachte kwam daarbij ook klaar in haar. Dit gebeurde liggend in het ouderlijk bed. Verdachte hield dan het linkerbeen van [slachtoffer] omhoog zodat hij er beter bij kon. Verdachte raakte de borsten van [slachtoffer] aan, tijdens de seks, maar ook daarbuiten. Wanneer verdachte tijdens de seks haar borsten vastgreep deed dit pijn, hij kneep en zette soms tot bloedens toe zijn nagels erin. Er vonden ook tongzoenen plaats. Zij moest ook zijn penis in haar mond nemen. Een keer die [slachtoffer] zich goed kon herinneren is het moment dat zij en verdachte samen de krantenwijk liepen. Zij zaten in de auto toen verdachte zijn broek naar beneden deed. Hij gaf [slachtoffer] aanwijzingen dat zij zijn penis in de mond moest nemen en hem moest pijpen. Hij zei toen ‘bijna’ en daarna voelde zij vocht in haar mond. Een van de laatste keren die [slachtoffer] zich kon herinneren vond plaats in de douche. Verdachte kwam toen bij haar staan en drukte zichzelf tegen haar aan. Hij zei ‘doe je benen eens open’. Dat wilde zij niet en ze duwde hem weg. Toen zei verdachte iets als ‘doe ik weer iets verkeerd. Waarom word ik nu weer afgewezen? Dit heb ik al mijn hele leven dat ik afgewezen word’.
Verdachte had een zwart vibratortje die hij op zijn geslachtsdeel kon zetten, verdachte zei tegen [slachtoffer] dat die voor hun samen bedoeld was. Verdachte heeft dit uiteindelijk niet gebruikt omdat [slachtoffer] dat niet wilde.
Ergens in 2021 of 2022, toen [slachtoffer] op het [plaats 2] was, vroeg verdachte aan [slachtoffer] of zij het erg vond als hij een keer een foto van haar wilde hebben. Daar stemde zij toen mee in, omdat het anders zou leiden tot bonje en zij moest zich concentreren op school. Zij is toen naar de WC gegaan, heeft een foto van haar vagina gemaakt en heeft die naar hem doorgestuurd via Whatsapp. Daarna moest zij op zijn aanwijzingen de foto verwijderen.
[slachtoffer] verklaart dat het misbruik ook als een soort straf plaatsvond. Iedere keer als zij met een jongen om zou gaan, iets uitgevreten had, of een minder goed cijfer haalde op school, dan gebeurde het weer. Wanneer zij tijdens de seks tegenstribbelde, of zichzelf weg probeerde te trekken, dan werd verdachte kwaad en stopte hij ermee. Hij was dan ook agressief in zijn woordgebruik. Wanneer zij hem afwees, bedreigde hij haar met de dood. [slachtoffer] zei dan ‘laat maar dan’ en dan kwam hij terug en gebeurde het weer. Zij had het gevoel dat ze de seksuele handelingen moest verrichten/ondergaan, omdat ze anders niet meer de dingen kon doen die ze wilde doen, zoals bijvoorbeeld naar haar vrienden of de EHBO-club gaan, of thuis achter de laptop zitten. [slachtoffer] verklaart dat wanneer zij tijdens de seks huilde, verdachte dan zei ‘huil niet zo, dit is gewoon normaal’.
Wanneer zij iets verkeerd deed was het gelijk bonje in huis. De sfeer was niet goed en [slachtoffer] verklaart dat ze heel bang was voor verdachte. Ze was bang dat hij haar wat aan zou doen. Verdachte uitte verbale dreigementen naar haar. Hij zei weleens ‘gooi die auto maar gewoon ergens tegen een boom aan’, dreigde meermaals dat hij haar ‘kapot zou maken’, zou vermoorden of dat zij zichzelf maar wat aan moest doen. Hij schold haar ook uit met woorden als ‘hoer’.
[slachtoffer] verklaart dat ze op een gegeven moment ruzie met haar vader kreeg. Hij pakte haar vast bij haar keel en zei ‘ik vermoord je, ik vermoord je’. Toen zei [slachtoffer] ‘vertel je dan ook gelijk even wat je de afgelopen vijf jaar met mij gedaan hebt?’ [slachtoffer] heeft toen alles verteld aan haar moeder, en verdachte biechtte alles op. Hij stelde toen voor om het in de doofpot te stoppen, maar [aangever] wilde dat niet.
Verklaring verdachte
Verdachte bekent tegenover de politie en tijdens de terechtzitting het meermalen vingeren van de clitoris van [slachtoffer] . Dit herhaalde zich elke paar maanden, gedurende enkele jaren tot zeven maanden geleden. [3]
Betrouwbaarheid verklaring aangeefster
De raadsvrouw stelt dat de verklaring van [slachtoffer] niet voor het bewijs gebruikt kan worden. De twee latere brieven waarin zij haar verhaal deels intrekt en deels aanpast maken haar verhaal inconsistent en daarmee onbetrouwbaar.
De rechtbank merkt ten eerste op dat de verklaring van [slachtoffer] , afgelegd tijdens het studioverhoor, bijzonder gedetailleerd is. Ze verklaart uitvoerig en diepgaand over een periode van enkele jaren, en weet daarbij data en jaartallen te noemen. Daarnaast komt de verklaring authentiek over. Tijdens het verhoor moet [slachtoffer] bijvoorbeeld huilen wanneer zij verklaart hoe moeilijk zij het heeft gehad. [4] Bovendien is de inhoud van de studioverklaring gelijk aan de inhoud van de aangifte van [aangever] . In die aangifte vertelt [aangever] wat [slachtoffer] aan haar heeft verteld. Die twee verhalen komen op belangrijke punten overeen. Daarin ziet de rechtbank dus consistentie in het verhaal van [slachtoffer] .
In twee brieven neemt [slachtoffer] haar verklaring tijdens het studioverhoor terug. De rechtbank acht deze twee verklaringen niet betrouwbaar.
Al tijdens het studioverhoor verklaart [slachtoffer] dat verdachte heeft voorgesteld om alles in de doofpot te stoppen en dat hij [slachtoffer] de schuld gaf van de strafrechtelijke gevolgen. In de teliogesprekken die zijn opgenomen tussen verdachte en [aangever] valt te lezen dat verdachte op 28 september 2025 zegt dat [slachtoffer] enkel aan zichzelf denkt en dat hij nog een hartig woordje zal spreken met haar. Verder zegt hij dat zij haar ‘tyfus kop moet houden’, anders komt hij nooit meer uit de gevangenis. Hoe meer zij zegt, hoe langer hij zit en als ze wil dat hij naar huis komt, moet ze het niet op deze manier doen. [5] [aangever] verklaart tegenover de politie dat [slachtoffer] alles kapot gemaakt heeft. [6] In het teliogesprek van 14 oktober 2025 tussen verdachte en [aangever] zegt verdachte: ‘Ik weet gewoon dat ik hier een hele lange tijd zitten moet. En het kan nog erger worden als [slachtoffer] haar nieuwe verklaring gaat afleggen. Want als ze die verknalt nou dan kan ik nog veel langer zitten. Ze zal echt de dingen moeten uitleggen zoals het gegaan is en dan op de manier van dat zij degene is die altijd gezegd heeft “niet stoppen niet stoppen.”’ [7]
Dat er ook daadwerkelijk een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verdachte, [slachtoffer] en [aangever] , waarin de beschuldigingen besproken zijn, blijkt uit de brief van [aangever] van 23 september 2025. [8]
De rechtbank kan zich voorstellen dat een thuiswonend kind, dat afhankelijk is van haar ouders, onder dergelijke druk een verklaring kan intrekken. Bovendien trekt zij in haar laatste brief zoveel terug, dat zij enkel nog van éénmaal misbruik spreekt. Nu verdachte heeft bekend dat het vingeren verschillende malen in een langere periode heeft plaatsgevonden, kan deze verklaring van [slachtoffer] niet kloppen.
Concluderend acht de rechtbank de eerste verklaring van [slachtoffer] (afgelegd tijdens het studioverhoor op 4 september 2025) betrouwbaar, in tegenstelling tot haar latere brieven waarin zij die verklaring intrekt, en de rechtbank gebruikt deze eerste verklaring voor het bewijs.
Betrouwbaarheid verklaring verdachte
Verdachte bekent het meermalen vingeren van de clitoris van [slachtoffer] . Dit zou pas hebben plaatsgevonden vanaf dat [slachtoffer] 16 jaar oud was. [slachtoffer] zou hiervan de schuldige zijn. Zij zou erop hebben aangedrongen en verdachte hebben gechanteerd en bedreigd. De rechtbank acht deze verklaring onbetrouwbaar. Verdachte, [slachtoffer] en [aangever] verklaren allen dat verdachte richting [slachtoffer] erg streng was, (verbaal) agressief was en haar dingen verbood. Volgens de rechtbank zijn deze twee omstandigheden niet met elkaar te rijmen.
Verdachte ontkent (onder andere) dat er penetratie met de penis zou hebben plaatsgevonden. Om dit te onderbouwen voert verdachte aan dat hij sinds 2017 impotent is en penetratie voor hem dus helemaal geen mogelijkheid meer was. Over het jaartal waarin verdachte naar eigen zeggen impotent werd, verklaart verdachte inconsistent. Hij noemt in het dossier ook de jaartallen 2019 en 2021. [aangever] verklaart bij de rechter-commissaris dat zij hem ‘sinds de laatste twee jaar’ afwees ’s nachts. Tegenover de politie verklaarde zij nog dat zij eens in de 3 tot 4 maanden seks hadden. Verdachte verklaart tijdens de terechtzitting dat seks een mogelijkheid was, maar dat het niet gebeurde omdat [aangever] hem afwees.
Concluderend acht de rechtbank de verklaring van verdachte onbetrouwbaar.
Steunbewijs
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate wordt ondersteund door een of meerdere zelfstandige bewijsmiddelen. Dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval.
Ten eerste heeft verdachte zelf bekend dat er seksueel contact tussen hem en [slachtoffer] heeft plaatsgevonden in de vorm van het vingeren van de clitoris. [9]
Ten tweede gebruikt de rechtbank als steunbewijs de aangifte en verklaring van [aangever] .
De aangifte is voor een groot deel
van horen zeggen(de-auditu) met als bron aangeefster zelf. [aangever] heeft de ten laste gelegde seksuele handelingen niet zelf waargenomen en kan daarover dus niet uit eigen waarneming verklaren. Enkele dingen waarover [aangever] wel uit eigen waarneming verklaart, dienen echter als steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] .
- Zij verklaart dat zij verdachte meestal afwees als hij ’s nachts toenadering zocht. Hij werd dan nijdig. [10] Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] , dat verdachte gezegd zou hebben dat hij steeds afgewezen wordt.
- Zij verklaart dat verdachte chagrijnig en agressief was. Hij was snel geïrriteerd en aangebrand. [slachtoffer] mocht niets van haar vader. [11] Zij verklaart dat verdachte verbaal agressief was in huis. Hij schold [slachtoffer] uit met harde woorden als: ‘mongool’ en ‘tering imbeciel’ en uitte ook bedreigingen zoals ‘ik sla de kop van je romp’ of dat hij haar zou vermoorden. Dit gebeurde regelmatig en bij het minste of geringste. Hij zei dan ook vaak dat hij haar laptop of telefoon af zou pakken of het internet zou afsluiten. Hij had daar dan niet eens echt een reden voor. [12] Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] over het verbale geweld, en ook ten aanzien van het afpakken van spullen.
- Zij verklaart dat als [slachtoffer] ging douchen, verdachte zei ‘roep maar als je klaar bent’, maar dat hij vervolgens al boven stond voordat [slachtoffer] geroepen had. Dat was al een hele poos zo. [13] Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte bij haar kwam in de douche.
- Zij verklaart dat verdachte in het verleden in haar borsten kneep wanneer hij klaar kwam. Hij had vaak te lange nagels, net messen. [14] Het detail dat verdachte in borsten kneep wanneer hij klaar kwam, sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] . Bovendien verklaart [slachtoffer] ook over de scherpe, lange nagels van verdachte.
- Zij verklaart dat verdachte en [slachtoffer] tot twee jaar terug samen de krantenwijk liepen. [15] Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] .
- Zij verklaart dat zij seksspeeltjes heeft aangetroffen in het nachtkastje van verdachte. [16] Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] .
Ten derde gebruikt de rechtbank als steunbewijs de foto en de Whatsapp-conversatie die door de politie zijn aangetroffen in de telefoon van verdachte. De politie heeft een onderzoek ingesteld in de telefoon van verdachte (een Samsung A52) naar de gesprekken op Whatsapp tussen verdachte en [slachtoffer] . Hierbij is een gesprek van 7 februari 2022 aangetroffen. Het gesprek houdt het volgende in:
[slachtoffer] :
Deleted by the sender(er wordt iets verwijderd)
[slachtoffer] : Beter in de app reageren, teveel mensen
Owner (verdachte): Ok
Owner (verdachte): Okido kan weg hij is mooi
[slachtoffer] : Oh okidoki
Owner (verdachte): Tot laters
[slachtoffer] : Verwijderen voor iedereen? Of alleen mezelf?
Owner (verdachte): Iedereen [17]
Op de telefoon wordt vervolgens een afbeelding aangetroffen van een hand bij een blote vagina. De datum bij deze foto is 7 februari 2022. [18] Tijdens zijn politieverhoor verklaart verdachte dat hij op de foto [slachtoffer] herkent aan de hand in de foto. De rechtbank gaat er op grond van het gesprek en de foto vanuit dat de foto door [slachtoffer] gestuurd is tijdens het aangehaalde gesprek. Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] , dat zij ergens in 2021 of 2022 een foto van haar vagina aan verdachte heeft gestuurd en die vervolgens moest verwijderen. Deze verklaring legde [slachtoffer] bovendien af voordat deze foto of het gesprek werd aangetroffen in de telefoon van verdachte.
Ten vierde neemt de rechtbank als steunbewijs mee de uitspraken van verdachte zelf kort na de aangifte. Verdachte was in die periode uit huis gezet en had geen dak boven zijn hoofd. In die periode is hij meermaals met de politie in aanraking gekomen. Van deze ontmoetingen zijn processen-verbaal opgemaakt door de politie.
Op 21 augustus 2025 trof de wijkagent verdachte net buiten Dalem, naar aanleiding van een melding die hij had gehad. De wijkagent hoorde verdachte toen zeggen: “Ik heb iets fout gedaan. Ik heb een aan-uit relatie gehad met mijn dochter.” [19] Dezelfde woorden gebruikt verdachte wanneer de politie hem aantreft op 23 augustus 2025, naar aanleiding van een melding suïcidaal persoon. Verdachte had zelf gebeld met het bericht dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Hij vertelde ongevraagd tegen de ter plaatse gekomen verbalisanten dat hij een relatie had gehad met zijn dochter [slachtoffer] . [20] Uit een aangetroffen Whatsapp-gesprek tussen verdachte en zijn zus blijkt dat verdachte aan zijn zus geschreven heeft: ‘Nou mop ik heb het nu goed verpest, zoals altijd bij mij, [aangever] wil scheiden en ik heb iets met mijn dochter gehad, vraag me niet waarom, ik weet het niet.’ [21] Het meermalen gebruik van het woord ‘relatie’ ziet de rechtbank als steunbewijs.
Op eerdergenoeme 21 augustus 2025, zei verdachte ook tegen de verbalisant “Wat wil je als je staat te douchen en je vrouw kijkt niet naar je om, al jaren niet meer, en je dochter gaat op de pot tegenover je zitten met haar benen wijd van joh kijk eens.” [22]
Gelet op dit steunbewijs gaat de rechtbank uit van de omstandigheden en handelingen zoals deze door aangeefster zijn beschreven.
Feit 1 en Feit 2
Uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt dat zij geboren is op [geboortedatum] 2004 en dat het misbruik plaats vond vanaf april 2020 tot vijf à zes weken voor haar verhoor op 4 september 2025. [23] In de periode van april 2020 tot en met 18 november 2020 was [slachtoffer] onder de 16 jaren oud. Daarna, in de periode van 19 november 2020 tot en met 18 november 2022 was zij ook nog minderjarig, onder de 18 jaar oud. Verdachte betreft de vader van [slachtoffer] .
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden die bestonden uit het brengen van de penis in de mond van [slachtoffer] , tongzoenen, het betasten van de borsten en het brengen van de vingers in de vagina van [slachtoffer] . Het betasten van de billen blijkt niet uit de bewijsmiddelen en zal dus niet bewezen worden verklaard.
Feit 3 en Feit 4
Feit 3, Verkrachting art. 242 Sr Pro oud (geldend tot 1 juli 2024)
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het handelen van verdachte is aan te merken als verkrachting in de zin van art. 242 Sr Pro. Daarvoor is onder meer vereist dat [slachtoffer] door de verdachte tot seks is gedwongen.
Om tot bewezenverklaring van verkrachting (feit 3) te kunnen komen, moet worden vastgesteld dat sprake is geweest van dwang in de zin van art. 242 Sr Pro. Dat is het geval als de verdachte door geweld of een feitelijk dwingen (of bedreiging hiermee) opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer seksuele handelingen, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, tegen haar wil heeft geduld.
Feit 4, Opzetverkrachting (geldend vanaf 1 juli 2024)
Van opzetverkrachting is sprake als de verdachte met een ander seksuele handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, terwijl hij – al dan niet in voorwaardelijke zin – wist dat bij de ander de wil daartoe ontbrak. Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander is in het algemeen sprake als de ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen heeft gegeven het seksuele contact niet op prijs te stellen en de verdachte dit seksuele contact toch heeft voortgezet. De rechtbank is van oordeel dat uit de door aangeefster beschreven omstandigheden en handelingen blijkt dat bij haar de wil tot seksueel contact met verdachte ontbrak én dat het niet anders kan dan dit voor verdachte duidelijk was. Dit blijkt uit de volgende omstandigheden.
[slachtoffer] heeft verklaard dat de seksuele handelingen tegen haar wil waren. Zij heeft verklaard dat zij zich fysiek verzette door zichzelf weg te trekken of tegen te stribbelen. [24] Ook verklaart zij dat ze huilde tijdens de seksuele handelingen en dat verdachte vervolgens zei dat ze dat niet moest doen. [25] Verbaal wees ze verdachte ook af, waarop verdachte dan kwaad reageerde. [26]
Om tot een bewezenverklaring van gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 4) te komen moet worden vastgesteld dat de opzetverkrachting werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.
Volgens de raadsrouw is er geen sprake geweest van (bedreiging met) geweld, bedreiging met de dood, of het voorbijgaan aan protesten en blijkt nergens uit dat verdachte zijn overwicht op [slachtoffer] heeft aangewend om [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen.
Uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt dat verdachte haar uitschold en met de dood bedreigde. Dit gebeurde op willekeurige momenten, maar ook op momenten dat [slachtoffer] hem afwees. [27] Dat [slachtoffer] regelmatig uitgescholden werd door verdachte en dat verdachte [slachtoffer] met de dood bedreigde, vindt steun in zowel de verklaring van [aangever] als in de opgenomen teliogesprekken. [28] De rechtbank is van oordeel dat bij [slachtoffer] de redelijke vrees mocht bestaan dat verdachte deze dreigementen ook zou uitvoeren. Zo blijkt uit de verklaringen over de ruzie op 20 augustus 2025 dat verdachte [slachtoffer] bij de keel greep, haar achterover duwde en met een gebalde vuist boven haar hing. [29]
Ook blijkt uit de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte zijn overwicht als vader aanwendde om haar te dwingen tot het ondergaan van de seksuele handelingen. [slachtoffer] verklaart dat verdachte haar klein hield. [30] Zij was bang voor hem en bang dat als zij niet aan zijn wensen zou voldoen, zij niet meer de dingen kon doen die zij wilde, zoals bijvoorbeeld naar de EHBO-club gaan, vrienden zien, op de laptop zitten of naar plekken toe gaan. [31] Dat verdachte dit soort dingen ook daadwerkelijk dreigde te verbieden vindt steun in de verklaring van [aangever] . [32] Zij bevestigt daarnaast dat verdachte chagrijnig, agressief en snel aangebrand was, dat hij nijdig werd als hij werd afgewezen en dat hij compleet uit zijn plaat ging als [slachtoffer] iets deed wat hem niet zinde. [33]
Door die gehele context waarbinnen de feiten plaatsvonden is naar het oordeel van de rechtbank zodanige dwang en pressie op [slachtoffer] uitgeoefend dat zij niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Bovendien hebben deze omstandigheden een dreigende situatie voor [slachtoffer] gecreëerd waaraan zij zich niet durfde te onttrekken.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting (feit 3) en gekwalificeerde opzetverkrachting (feit 4).
Feit 5
De telefoon van verdachte is in beslag genomen op 24 september 2025 en vervolgens onderzocht door de politie. [34] Daarbij is op de telefoon een foto van een blote vagina aangetroffen. [35] In haar eerste verklaring heeft [slachtoffer] verteld dat zij een foto van haar vagina naar verdachte had gestuurd. [36] In zijn politieverhoor herkent verdachte [slachtoffer] in de aangetroffen foto. [37]
De foto is verstuurd aan verdachte op 7 februari 2022. Omdat [slachtoffer] op [geboortedatum] 2004 geboren is, was zij op het moment van het versturen van de foto 17 jaar oud.
De rechtbank overweegt dat ook een weergave waarop in het geheel geen gedraging te zien is, zoals een close up van een geslachtsdeel, een weergave kan zijn, en in casu is, met een onmiskenbare seksuele strekking. Verdachte had deze foto in zijn bezit, namelijk op zijn mobiele telefoon. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het de tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
een ofmeerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 18 november 2020 te Vuren, althans in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien Jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, die
bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en
  • het (tong)zoenen van
  • het
  • zijn, verdachtes, vinger
2.
hij op
een ofmeerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 november 2020 tot en met 18 november 2022 te Vuren, althans in Nederland,
ontucht heeft gepleegd
met zijn minderjarig kind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2004,
door
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en
  • het (tong)zoenen van
  • het
  • zijn, verdachtes, vinger
3.
hij op
een ofmeerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 november 2022 tot en met 30 juni 2024 te Vuren, althans in Nederland,
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van
een of meerhandelingen die
bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en
  • het (tong)zoenen van
  • het
  • zijn, verdachtes, vinger
door
geweld ofeen
anderefeitelijkheid en
/ofbedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten
  • het bedreigen van die [slachtoffer] met de dood,
  • het voorbij gaan aan haar (verbale en
  • het bestaan van misbruik van feitelijke verhoudingen (te weten de relatie vader — dochter) en
  • het bestaan van een uit het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] voortvloeiend psychisch
  • de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] nu zij autisme
  • en hij (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft doen ontstaan;
4.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 augustus 2025 te Vuren, althans in Nederland
met een persoon, te weten [slachtoffer]
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
  • zijn, verdachtes, penis in de vagina en
  • het (tong)zoenen van
  • het
  • zijn, verdachtes, vinger
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak
en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en
/ofgevolgd door dwang
, gewelden
/ofbedreiging, door
  • het bedreigen van die [slachtoffer] met de dood,
  • het voorbij gaan aan haar (verbale en
  • het bestaan van misbruik van feitelijke verhoudingen (te weten de relatie vader — dochter) en
  • het bestaan van een uit het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] voortvloeiend psychisch
  • de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] nu zij autisme
  • en hij (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft doen ontstaan;
5.
hij in of omstreeks 7 februari 2022 tot en met 24 september 2025 te Vuren, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 7 februari 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een afbeelding en
/of- gegevensdrager, bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken
en/of schijnbaar was betrokken
heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of
ingevoerd en/of
doorgevoerd en/of
uitgevoerd en/of
verworven en/of
in bezit heeft gehad
en/of
zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaften
/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2025, artikel 252 Wetboek Pro van Strafrecht)
een
of meervisuele weergaven van seksuele aard
en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
te weten [slachtoffer]
was betrokken
of schijnbaar was betrokken
heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of
ingevoerd en/of
doorgevoerd en/of
uitgevoerd en/of
verworven en/ofin
bezit heeft gehad
en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een telefoon (merk Samsung),
waarop te zien is dat:
die persoon poserend
of in een poseis afgebeeld, waarbij
- door het camerastandpunt en
/ofde wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld
wordtgebracht.
(afbeelding 1 in toonmap; vindplaats in dossier pg. 251).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
feit 2:
Ontucht plegen met zijn minderjarig kind
feit 3:
Verkrachting
feit 4:
Gekwalificeerde opzetverkrachting
feit 5:
In de periode van 7 februari 2022 tot en met 30 juni 2024
Een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben
In de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2025
Een visuele weergave met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat bij de oplegging van de straf rekening gehouden dient te worden met de leeftijd en gezondheid van verdachte, die sterk achteruit is gegaan sinds zijn verblijf in detentie. Daarnaast vraagt de raadsvrouw om rekening te houden met het feit dat verdachte ten tijde van de uitspraak reeds bijna 5 maanden in voorlopige hechtenis verblijft, en de gevolgen die een verder verblijf in detentie voor hem zullen hebben.
Verdachte is bereid zich aan alle noodzakelijke bijzondere voorwaarden te houden. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als laag en er is al hulpverlening betrokken bij het gezin. Verdachte wil zich ook na zijn vrijlating focussen op contactherstel met zijn partner, zijn gezondheid en gezinstherapie. Een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal niet bijdragen aan een goed herstel van de verhoudingen binnen het gezin. De raadsvrouw verzoekt daarom een gevangenisstraf op te leggen van maximaal 4 jaar, waarvan een groot deel voorwaardelijk.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ook heeft zij acht geslagen op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
Verdachte heeft over een lange periode van meerdere jaren zijn eigen dochter verkracht, ontuchtige handelingen met haar gepleegd en een seksuele afbeelding van haar op zijn mobiele telefoon bewaard. Het slachtoffer was voor een deel van die periode minderjarig.
Een groot deel van het misbruik vond plaats in de woning waar het slachtoffer samen met verdachte en haar moeder woonde, een plek waar zij zich bij uitstek veilig had moeten voelen. Verdachte was streng voor zijn dochter in de opvoeding en dreigde haar spullen af te pakken of haar anderszins te beperken wanneer zij niet naar hem zou luisteren. Bovendien verkeerde het slachtoffer in een extra kwetsbare en afhankelijke positie door haar autisme spectrumstoornis.
Verdachte heeft hiermee, terwijl zijn dochter juist zou moeten kunnen rekenen op liefde, bescherming en geborgenheid, voor haar een zeer bedreigende en onveilige situatie geschapen waarin hij inbreuk maakte op haar lichamelijke integriteit en het recht op seksuele zelfbeschikking. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan nog lange tijd ernstige nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. De rechtbank neemt de verdachte ook ten zeerste kwalijk dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, de schuld voor het voorgevallene bij [slachtoffer] legt, haar onder druk heeft gezet om haar verklaring terug te nemen en vanuit het huis van bewaring samenspant tegen [slachtoffer] met [aangever] , hetgeen zeer kwetsend en confronterend voor [slachtoffer] moet zijn.
Uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor het plegen van enige delicten.
In het reclasseringsrapport d.d. 22 januari 2026 staat dat de reclassering het recidiverisico als laag inschat. Zij schatten in dat het primaire risico ligt in de aanhoudende zorgen ten aanzien van de gezinsdynamiek, met name de onderlinge verhoudingen binnen het gezin. In het gezin is sprake van langdurige systemische problematiek, gekenmerkt door een hardnekkig patroon, waarin emoties soms hoog oplopen en spanningen snel kunnen escaleren. Er zijn reeds meerdere hulpverlenende instanties bij het gezin betrokken. Daarnaast is het psychosociaal functioneren van verdachte een risicofactor.
De reclassering adviseert om een klinische behandeling als bijzondere voorwaarde op te leggen.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en al het hieromtrent hiervoor overwogene acht de rechtbank geen andere straf passend en geboden dan een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Dit is gelijk aan de eis van de officier van justitie. Daarvan zal de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, afgetrokken worden. Een kortere gevangenisstraf vindt de rechtbank geen recht doen aan de aard, de ernst en de lange pleegperiode van de feiten.
Nu een langere gevangenisstraf wordt opgelegd dan 4 jaar, is het niet mogelijk om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daardoor kan de rechtbank ook geen klinische behandeling opleggen als bijzondere voorwaarde. Eventuele hulpvragen van verdachte, of behandelmogelijkheden die de reclassering voor hem ziet, kunnen later mogelijk wel in het kader van voorlopige invrijheidstelling worden opgepakt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de mobiele telefoon (merk Samsung, voorwerpnummer G3540724)
- die aan verdachte toebehoort en;
- met betrekking tot welke feit 5 is begaan
verbeurd verklaren.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57, 240b(oud), 242 (oud), 243, 245 (oud), 249 (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart verbeurd de mobiele telefoon (merk Samsung, voorwerpnummer G3540724).
Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.A. van der Veeken (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025399576, gesloten op 15 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 68-97.
3.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 380-383; verklaring ter terechtzitting.
4.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 70.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 282, 285, 304.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 101.
7.Aanvullend procesdossier Missende belangrijke gesprekken, p. 6.
8.Aanvullend stuk, brief, gedateerd 23 september 2025, getekend door [aangever] .
9.Verklaring van verdachte ter terechtzitting.
10.Proces-verbaal van aangifte, p. 38.
11.Proces-verbaal van aangifte, p. 39, 40
12.Proces-verbaal van aangifte, p. 38, 39, 40.
13.Proces-verbaal van aangifte, p. 39
14.Proces-verbaal van aangifte, p. 40.
15.Verhoor bij de rechter-commissaris, p. 4.
16.Proces-verbaal van aangifte, p. 39.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 132.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 132.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 326.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 336.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 252.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 337.
23.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 70, 74.
24.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 78.
25.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 75.
26.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 81.
27.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 95-96.
28.Proces-verbaal van aangifte, p. 39-40.
29.Proces-verbaal van aangifte, p. 37; Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 88;
30.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 71.
31.Proces-verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 77, 79.
32.Proces-verbaal van aangifte, p. 40.
33.Proces-verbaal van aangifte, p. 38-40.
34.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 396.
35.Proces-verbaal van bevindingen, p. 132.
36.Proces--verbaal verslag verbatim studioverhoor, p. 91.
37.Proces-verbaal van verhoor, p. 386.