Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[eisend bedrijf] B.V.,
1.De procedure
- de akte na tussenvonnis van [gedaagde]
- de akte na tussenvonnis van de curator met productie 41
2.De verdere beoordeling
[gedaagde] laat nadrukkelijk onbesproken dat de koopovereenkomst een onverplichte rechtshandeling is. [11] Nu niet de verrekening maar de koopovereenkomst de vernietigbare, onverplichte rechtshandeling betreft, is met de toepassing van het wetenschapscriterium in de zin van artikel 42 Fw Pro niet gebleken van een evidente feitelijke of juridische misslag van de rechtbank. Omdat de door [gedaagde] aangevochten beslissing evenmin blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag, doen zich naar het oordeel van de rechtbank geen bijzondere omstandigheden voor. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om terug te komen van de beslissing dat bij [gedaagde] wetenschap van benadeling bestond en dientengevolge ook niet van de beslissing dat de koop rechtsgeldig door de curator is vernietigd. [12]
inclusiefbtw bedraagt. [17] In dat geval is de door de failliet af te dragen btw ook schade. Ter voorkoming van een feitelijke misslag ziet de rechtbank daarom aanleiding terug te komen van haar eerdere oordeel. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de boedel voor een bedrag van € 7.529,94 (6 x € 1.254,99) is verarmd. [gedaagde] moet dit bedrag in beginsel aan de boedel betalen, te vermeerderen met de gevorderde en niet inhoudelijk betwiste wettelijke rente over de periode van 1 november 2023 (datum buitengerechtelijke vernietiging koopovereenkomst) tot 4 september 2024 (datum verrekeningsverklaring) als het verrekeningsverweer van [gedaagde] slaagt.
boedelvordering van tenminste € 46.493,82 en een
boedelschuld voor de huurpenningen van € 7.529,94. Die mogen met elkaar verrekend worden (artikel 6:127 BW Pro). Omdat de schuld van [gedaagde] aan de boedel ruimschoots lager is dan zijn vordering op de boedel, slaagt het verrekeningsverweer en zijn beide vorderingen (tot de hoogte van het laagste bedrag) teniet gegaan op 4 september 2024 [21] .
3.De beslissing
A het (bedrijfs)pand plaatselijk bekend als het [adres] , kadastraal bekend als [naam pand] , [nummer] en kadastrale objectidentificatie [nummer] , en