ECLI:NL:RBGEL:2026:1136

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11955209
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 sub h BWArt. 6:230o lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging betalingsverplichting energiecontract wegens schending informatieplicht

Op 30 augustus 2023 sloot de consument een energiecontract met Mega Energie voor levering van stroom en gas. Mega Energie factureerde meerdere keren, maar de consument betaalde niet volledig. Er werden betalingsregelingen getroffen, maar ook die werden niet volledig nagekomen.

De kantonrechter toetste ambtshalve de overeenkomst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht, met name artikel 6:230m lid 1 sub h BW. Uit de stukken bleek dat Mega Energie niet op duidelijke en begrijpelijke wijze voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de consument had geïnformeerd over het herroepingsrecht, zoals vereist. De informatie was alleen in de algemene voorwaarden opgenomen zonder hierop nadrukkelijk te wijzen tijdens het bestelproces.

Deze schending van de informatieplicht leidt tot een verlenging van de ontbindingstermijn, maar de consument had niet binnen deze termijn de overeenkomst herroepen. De kantonrechter past de richtlijn Sanctiemodel informatieplichten toe en vermindert daarom de betalingsverplichting van de consument met 20%, waardoor de schuld wordt teruggebracht van € 2.302,94 naar € 1.842,35.

De partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten, waarna de kantonrechter ook inhoudelijk op het verweer van de consument zal ingaan. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden.

Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt met 20% verminderd wegens schending van de informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11955209 \ CV EXPL 25-8830
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
MEGA ENERGIE B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Mega Energie,
gemachtigde: Agin Timmermans Bergen op Zoom,
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 oktober 2025 met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord, waarbij [gedaagde] ook zijn schriftelijke verweer heeft overgelegd;
- de conclusie van repliek met productie 5;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] sluit op 30 augustus 2023 online een energiecontract af met Mega Energie voor de levering van stroom en gas op het [adres] te [woonplaats] . In de op de overeenkomst van toepassing zijnde Algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2017 (hierna: algemene voorwaarden) staat onder meer het volgende:
Artikel 9 de Pro elektriciteitsmeter en de gasmeter
(…) 9.5 Op ons verzoek geeft u ons de standen van uw elektriciteitsmeter en/of gasmeter door binnen de door ons aangegeven termijn. (...)
9.7
Krijgen wij de gegevens van uw elektriciteitsmeter en/of gasmeter niet op tijd? Of gaat bij het opnemen of verwerken van de meetgegevens iets fout, dan mogen wij berekenen hoeveel elektriciteit en/of gas u geleverd heeft gekregen. Krijgen we alsnog de juiste meetgegevens? Dan bekijken we hoeveel elektriciteit en/of gas u werkelijk geleverd heeft gekregen en brengen die werkelijke hoeveelheid in rekening.”
2.2.
Mega Energie stuurt een viertal facturen van in totaal € 2.302,94 naar [gedaagde] , te weten op 20 mei 2024 (factuurnummer 1240081547) met een factuurbedrag van € 108,00, 19 juli 2024 (factuurnummer 1240141827) met een factuurbedrag van € 189,00, 19 september 2024 (factuurnummer 1240176944) met een factuurbedrag van € 189,00 en 18 oktober 2024 (factuurnummer 2400012356) met een factuurbedrag van € 1.816,94. [gedaagde] laat voormelde facturen onbetaald.
2.3.
Op 13 december 2024 stuurt de gemachtigde van Mega Energie een kosteloze aanmaning naar [gedaagde] , waarin een bedrag van € 345,44 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt aangezegd.
2.4.
Op 16 maart 2025 stuurt [gedaagde] een e-mailbericht naar de gemachtigde van Mega Energie met daarin onder meer het volgende:
“Op 31 december 2025 ging ik met u een aflossingsregeling aan voor mijn schuld bij Mega Energie. De afspraak betrof zeven termijnen van 300 euro.
Op dat moment was ik aan het werk en was ik in staat deze termijnen te betalen.
Sinds begin dit jaar zit ik zonder werk en ben aangewezen op een bijstandsuitkering. Inmiddels heb ik 1000 euro afgelost. Dit is ongeveer de helft van de schuld. Zoals u telefonisch aangaf kom ik mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van de restant schuld of voor verlaging van mijn termijnbedrag.”
2.5.
In reactie hierop stuurt de gemachtigde van Mega Energie op 18 maart 2025 een brief naar [gedaagde] met daar onder meer het volgende:
“in bovengenoemd dossier heeft u om een betalingsregeling gevraagd. (...) Om uw verzoek te kunnen beoordelen, hebben wij informatie nodig over uw financiële situatie. Deze informatie dient u te onderbouwen met specificaties van loon/uitkering, zorgpremie, woonlasten, toeslagen, voorlopige teruggave en overige vaste lasten en schulden.”
2.6.
Op 20 maart 2025 bevestigt de gemachtigde van Mega Energie per brief de tussen partijen gemaakte betalingsregeling. In de brief staat onder meer het volgende:
“In deze brief kunt u nalezen welke voorwaarden er voor u gelden. (...)
- De regeling geldt voor bovengenoemd(e) dossier(s) met een totale schuld van € 1.453,42;
- U dient een bedrag van minimaal € 100,00 per maand te betalen; (…)
- Uw betalingen dienen uiterlijk iedere eerste van de maand door ons ontvangen te zijn;
- Gedurende de looptijd van de regeling wordt er nog rente bij de vorderingen opgeteld. (...)
- Indien u de regeling niet op tijd betaalt, vervalt deze regeling direct. Het totaal verschuldigde bedrag wordt dan direct opeisbaar.”
2.7.
Op 15 mei 2025 stuurt de gemachtigde van Mega Energie een brief naar [gedaagde] met daarin onder meer het volgende:
“in bovengenoemd dossier hebben wij met ingang van 01-04-2025 een betalingsregeling ad € 100,00 per maand met u getroffen. (...) Wij constateren echter dat deze regeling niet correct door u wordt nagekomen. (...) Wij verzoeken u de achterstand ad € 100,00 alsnog binnen vijf dagen na vandaag aan ons te betalen en de regeling volgens afspraak na te komen. (...) Als u niet binnen vijf dagen betaalt, zullen wij de incassoprocedure verder in gang zetten.”

3.Het geschil

3.1.
Mega Energie heeft gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.740,66, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.302,94 vanaf 23 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, met de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Mega Energie heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen op 30 augustus 2023 een overeenkomst op afstand hebben gesloten voor de levering van gas en elektriciteit voor voormelde woning. [gedaagde] heeft, ondanks facturen, herinneringen en de tussen partijen gesloten betalingsregelingen, de facturen niet (volledig) voldaan. Mega Energie heeft de vordering uit handen moeten geven, reden waarom zij ook aanspraak heeft gemaakt op de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. Volgens Mega Energie heeft [gedaagde] de verschuldigdheid van de facturen erkend door met haar een betalingsregeling te sluiten. Mega Energie heeft, nu [gedaagde] de meterstanden niet heeft doorgegeven, de meterstanden niet zijn opgenomen door de netbeheerder en ook niet via een slimme meter zijn uitgelezen, overeenkomstig artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden berekend hoeveel gas en elektriciteit [gedaagde] heeft gebruikt in de betreffende periode. [gedaagde] heeft nagelaten om, nadat hij de eindafrekening had ontvangen, de meterstanden alsnog aan haar door te geven, aldus Mega Energie. Hierdoor heeft zij ook niet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.7 van de algemene voorwaarden, de eindafrekening kunnen herzien. Dat het daadwerkelijke feitelijke verbruik afwijkt van hetgeen in rekening is gebracht, is volgens Mega Energie niet onderbouwd door [gedaagde] . Dit geldt eveneens voor het betoog van [gedaagde] dat het gefactureerde verbruik vele malen hoger zou zijn dan het verbruik bij zijn huidige leverancier.
3.3.
[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Volgens [gedaagde] is het door Mega Energie in rekening gebrachte stroomverbruik erg hoog en twijfelt hij aan de juistheid van de berekeningen van Mega Energie. Daarnaast heeft hij, als de bedragen kloppen en de vordering betaald moet worden, verzocht om een betalingsregeling. Op het verweer van [gedaagde] wordt hierna – voor zover van belang voor onderhavige zaak – ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst zijn aangegaan voor de levering van gas en elektriciteit door Mega Energie. Evenmin dat de overeenkomst op afstand is gesloten en dat partijen betalingsregelingen zijn overeengekomen. Het gaat in deze zaak over de vraag of [gedaagde] het (volledige) bedrag, dat door Mega Energie in rekening is gebracht voor de levering van gas en elektriciteit, dient te betalen.
Ambtshalve toetsing
4.2.
Nu tussen partijen niet in geschil is dat de overeenkomst op afstand tussen een handelaar (Mega Energie) en een consument ( [gedaagde] ) is gesloten, dient de kantonrechter de vorderingen (ambtshalve) te toetsen aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht.
4.3.
Op basis van wat Mega Energie in deze procedure heeft gesteld en onderbouwd, is de kantonrechter van oordeel dat de informatieverplichting van artikel 6: 230m lid 1 sub h BW, te weten het ontbindingsrecht, voldoende ernstig is geschonden.
4.4.
Uit de stellingen van Mega Energie en de door haar overgelegde producties blijkt volgens de kantonrechter, in tegenstelling tot wat Mega Energie betoogd heeft, immers niet, althans is niet voldoende duidelijk, dat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst en op de duurzame gegevensdrager op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie is verstrekt als bedoeld in artikel 6: 230m lid 1 sub h BW. Als informatie als bedoeld in voormeld artikel in de precontractuele fase uitsluitend wordt verstrekt door opname in de algemene voorwaarden, moet [gedaagde] als consument er – omwille van de duidelijkheid en begrijpelijkheid – tijdens het bestelproces wel op worden gewezen dat deze informatie in de algemene voorwaarden is terug te vinden. Gesteld noch gebleken is dat dit is gebeurd. Dit volgt evenmin uit de door Mega Energie overgelegde stukken. Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat de duurzame gegevensdrager enkel informatie over het opzeggen van de overeenkomst bevat en geen informatie over het herroepingsrecht, zoals is bepaald in artikel 6:230m lid 1 sub h BW.
4.5.
Deze schendingen van de informatieplichten hebben, mede gelet op de prejudiciële beslissingen van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) en 4 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:1355) en de richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (deze richtlijn is te vinden op www.rechtspraak.nl), tot gevolg dat de ontbindingstermijn wordt verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan [gedaagde] zijn verstrekt, doch, gelet op het bepaalde in artikel 6: 230o lid 2 BW, met ten hoogste 12 maanden. De kantonrechter stelt vast dat de hiervoor genoemde verlengde termijn al is verstreken. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] de overeenkomst gedurende de (verlengde) termijn heeft herroepen. De kantonrechter zal deze schending van de informatieplicht daarom meetellen bij de toepassing van de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten.
4.6.
De kantonrechter is, mede gelet op al het voorgaande, de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten en de prejudiciële beslissing van de hoge Raad van 4 oktober 2024, voornemens om de onderhavige overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen door de betalingsverplichting van [gedaagde] met 20% te verminderen. Dit betekent dat de in de dagvaarding opgenomen hoofdsom van € 2.302,94 met 20% wordt verminderd. [gedaagde] is derhalve in beginsel (maximaal) een bedrag van € 1.842,35 verschuldigd.
4.7.
De kantonrechter stelt partijen, gelet op voornoemde prejudiciële beslissingen van de Hoge Raad en nu hij voornemens is om de betalingsverplichting van [gedaagde] te verminderen, in de gelegenheid zich bij akte hierover uit te laten. Nadat partijen voormelde aktes hebben genomen, zal de kantonrechter ook inhoudelijk ingaan op het verweer van [gedaagde] .
4.8.
In afwachting van de te nemen aktes wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verwijstde zaak naar de rolzitting van
[datum] 2026 te [tijd]voor akte aan de zijde van partijen. De partijen kunnen zich uitsluitend uitlaten over het in rechtsoverweging 4.5., 4.6. en 4.7. overwogene
5.2.
houdtiedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
53854\415