Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Procedure
2.De feitelijke gang van zaken
3.Het hoger beroep
4.Beoordeling
fair trialen
equality of armsvan artikel 6 EVRM Pro. Deze procedure herbergt daarmee ook de mogelijkheid van misbruik doordat de eigenaar van het perceel dan wel het openbaar ministerie kan wachten tot het moment dat de voorgenomen sloopwerkzaamheden binnen zeer korte termijn zijn gepland om zo het vereiste spoedeisend belang te scheppen. Dat dit zich hier heeft voorgedaan, is echter niet komen vast te staan.
[naam] (kraker van gebouw H31) en [naam] (kraker van gebouw H40), beide bijgestaan door mr. [naam] en [appellant] (kraker van gebouw H21), bijgestaan door
mr. [naam] . Ook waren aanwezig de officier van justitie mr. J.E.R. Osinga en met toestemming van de rechter-commissaris de heer [naam] namens [bedrijf] . De heer
[naam] (kraker van gebouw H34) is correct opgeroepen maar niet verschenen.
uitzonderlijke omstandigheden(cursivering rechter-commissaris) aannemelijk dienen maken die met zich brengen dat het huisrecht in het concrete geval voorrang moet krijgen boven het belang van de ontruimingsvordering. Hierbij heeft als uitgangspunt te gelden dat een eigenaar in beginsel het recht heeft over zijn pand te beschikken zoals hij wil. Hierbij is echter van belang dat de eigenaar van het pand voldoende concreet onderbouwt dat hij een (spoedeisend) belang bij de ontruiming heeft. Ontruiming mag niet leiden tot ongerechtvaardigde en langdurige leegstand. Ook het belang van de openbare orde moet onder omstandigheden worden meegewogen.
- wijst de vordering toe en
- beslist dat het bevel verwijdering personen en goederen niet eerder kan worden gegeven dan: