ECLI:NL:RBGEL:2026:1118

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
514870523
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling moeder voor medeplegen fysieke mishandeling van twee kinderen met taakstraf

De rechtbank Gelderland heeft op 12 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met haar toenmalige partner werd verdacht van mishandeling van haar vijf kinderen. De bewezenverklaring betreft medeplegen van fysieke mishandeling van twee kinderen op 25 december 2022, waarbij de partner de kinderen met een pollepel sloeg en verdachte dit aanmoedigde en faciliteerde.

De rechtbank baseerde haar oordeel op videobeelden, getuigenverklaringen en een WhatsApp-bericht van verdachte aan haar moeder waarin zij toegaf de pollepel klaar te hebben gelegd. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten, waaronder psychische mishandeling, omdat niet is gebleken van een stelselmatig patroon over langere tijd.

De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een meldplicht bij de reclassering. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van smartengeld van €2.500 per slachtoffer voor twee kinderen, met wettelijke rente en een BEM-clausule ter bescherming van de minderjarige belangen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de kinderen, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De overige kinderen werden uit huis geplaatst. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de moeder voor een veilig thuis en de gevolgen van het nalaten van hulpverlening.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, deels voorwaardelijk, voor medeplegen van fysieke mishandeling van twee kinderen en veroordeeld tot schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.148705.23
Datum uitspraak : 12 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. G.J. Gerrits, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen van 27 augustus 2024, 25 februari 2025 en 29 januari 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2022 tot en met
27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
één of meer van haar kind(eren), te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel(s) vast- en/of op te pakken en/of (vervolgens) op te tillen en/of (daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] / [slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-met veel kracht en/of snelheid een slaapkamerdeur te openen en/of (daarbij) voornoemde slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen/drukken;
subsidiair
[medeverdachte] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2022 tot en met 27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
(een) kind(eren) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, althans over wie hij het gezag uitoefende, te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel(s) vast- en/of op te pakken en/of (vervolgens) op te tillen en/of (daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] / [slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-met veel kracht en/of snelheid een slaapkamerdeur te openen en/of (daarbij) voornoemde slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen/drukken,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] te ondersteunen in zijn strafbare handelingen door continue erbij aanwezig te zijn en/of (daarbij) hem richting de kinderen verbaal te ondersteunen en/of die [medeverdachte] niet te weerhouden van zijn strafbare handeling(en) en aldus heeft nagelaten haar kind(eren), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te behoeden voor meer geweld;
2.
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2022 tot en met 27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
één of meer van haar kind(eren), te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ), ‘en/of
[slachtoffer 4] , [geboortedatum] -2020
[slachtoffer 5] , [geboortedatum] -2021
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen,
-één van voornoemde kinderen te mishandelen, terwijl het andere kind aanwezig was en hiervan getuige is geweest en deze mishandeling(en) heeft waargenomen en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: ‘Als jij niet binnen 10 tellen naar bed gaat krijg je nog meer. Ik loop achter je aan’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] naar zijn slaapkamer te brengen en/of daar te laten verblijven (en/of te voorzien van een plasvoorziening) en/of vervolgens de deurklink van voornoemde slaapkamer deur te verwijderen teneinde te voorkomen dat voornoemde [slachtoffer 2] de slaapkamer zou verlaten en/of
-één of meer van voornoemde kind(eren) de woorden toe te roepen en/of te schreeuwen: ‘als ik had geslagen was het harder gegaan’ en/of ‘niet janken, dan had je maar moeten luisteren jongen’ en/of ‘ga naar boven jij met die kankerkop’’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] (bij wijze van straf) onder een koude douche te plaatsen en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij wijze van straf) in een bepaalde houding, gedurende een bepaalde tijd, op de trap (en/of een stoel) te laten plaatsnemen en/of (daarbij) de tijdsduur te verlengen wanneer die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bewogen en/of
- voornoemd(e) kind(eren) te kleineren en/of te vernederen en/of uit te schelden terwijl een ander kind hiervan getuige is geweest, althans hierbij aanwezig was en/of deze kleineringen en/of vernederingen heeft waargenomen,
waardoor één of meer van voornoemd(e) kind(eren) psychisch letsel heeft/hebben bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij hen is veroorzaakt en/of waardoor opzettelijk de gezondheid van één of meer van voornoemde kind(eren) werd benadeeld;
subsidiair
[medeverdachte] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2022 tot en met 27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
(een) kind(eren) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, althans over wie hij het gezag uitoefende, te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
[slachtoffer 4] , [geboortedatum] -2020
[slachtoffer 5] , [geboortedatum] -2021
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen,
-één van voornoemde kinderen te mishandelen, terwijl het andere kind aanwezig was en hiervan getuige is geweest en deze mishandeling(en) heeft waargenomen en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: ‘Als jij niet binnen 10 tellen naar bed gaat krijg je nog meer. Ik loop achter je aan’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] naar zijn slaapkamer te brengen en/of daar te laten verblijven (en/of te voorzien van een plasvoorziening) en/of vervolgens de deurklink van voornoemde slaapkamer deur te verwijderen teneinde te voorkomen dat voornoemde [slachtoffer 2] de slaapkamer zou verlaten en/of
-één of meer van voornoemde kind(eren) de woorden toe te roepen en/of te schreeuwen: ‘als ik had geslagen was het harder gegaan’ en/of ‘niet janken, dan had je maar moeten luisteren jongen’ en/of ‘ga naar boven jij met die kankerkop’’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] (bij wijze van straf) onder een koude douche te plaatsen en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij wijze van straf) in een bepaalde houding, gedurende een bepaalde tijd, op de trap (en/of een stoel) te laten plaatsnemen en/of (daarbij) de tijdsduur te verlengen wanneer die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bewogen en/of
- voornoemd(e) kind(eren) te kleineren en/of te vernederen en/of uit te schelden terwijl een ander kind hiervan getuige is geweest, althans hierbij aanwezig was en/of deze kleineringen en/of vernederingen heeft waargenomen,
waardoor één of meer van voornoemd(e) kind(eren) psychisch letsel heeft/hebben bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij hen is veroorzaakt en/of waardoor opzettelijk de gezondheid van één of meer van voornoemde kind(eren) werd benadeeld;
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] te ondersteunen in zijn strafbare handelingen door continue erbij aanwezig te zijn en/of (daarbij) hem richting de kinderen verbaal te ondersteunen en/of die [medeverdachte] niet te weerhouden van zijn strafbare handeling(en) en aldus heeft nagelaten haar kind(eren), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , te behoeden voor meer geweld;
3.
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2022 tot en met 27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
(telkens) opzettelijk
haar kinderen, te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
[slachtoffer 4] , [geboortedatum] -2020
[slachtoffer 5] , [geboortedatum] -2021
tot wiens/wier onderhoud, verpleging of verzorging zij, verdachte, als moeder van haar minderjarige zoons [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ,
krachtens wet/overeenkomst verplicht was,
in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of heeft gelaten, door niet in te grijpen, geen hulp te zoeken of niet met voornoemde kind(eren) weg te gaan op momenten waarvan zij wist dat haar partner/levensgezel voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] mishandelde en/of strafte en/of vernederde en/of uitschold en/of kleineerde en/of opsloot;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in de periode van eind oktober 2022 tot en met eind december 2022 samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan fysieke mishandeling van haar kinderen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , ten laste gelegd onder feit 1 primair. Voorts heeft verdachte zich mede in vereniging schuldig gemaakt aan psychische mishandeling van haar kinderen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , ten laste gelegd onder feit 2 primair. Ook voor feit 3 heeft de officier van justitie bewezenverklaring gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
Voor feit 1 heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit. Verdachte heeft geen van de ten laste gelegde uitvoeringshandelingen verricht. Ook was geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Betwist wordt dat verdachte een pollepel had klaar gelegd. Dat verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de mishandelingen met de pollepel door de medeverdachte en/of hem hierbij verbaal heeft ondersteund, is onvoldoende voor bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid hieraan. Verdachte heeft geen wezenlijke bijdrage geleverd aan de uitvoeringshandelingen opgenomen onder het eerste, tweede, vierde en vijfde gedachtestreepje van feit 2 zodat zij ook niet als medepleger kan worden aangemerkt. Voor feit 2 en 3 is geen bewijs ten aanzien van de kinderen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] zodat hiervoor vrijspraak moet volgen. Voor zover feit 2 en 3 zien op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft vijf kinderen, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2015, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2017, [2] [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2019, [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2020 en [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum] 2021.
In het dossier bevinden zich videobeelden opgenomen op 25 december 2022 die door de politie zijn beschreven. Daarop is het volgende te zien. Medeverdachte [medeverdachte] staat met de kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de keuken. Hij heeft een pollepel in de hand en slaat [slachtoffer 1] daarmee op de billen. Op het moment dat de video start is hij al aan het slaan. Te horen is dat hij van 8 tot 22 telt. Bij elke tel geeft hij [slachtoffer 1] een klap. [slachtoffer 1] schreeuwt. [slachtoffer 2] staat naast [slachtoffer 1] en kijkt toe. Verdachte kijkt vanuit de woonkamer toe. Als [medeverdachte] bij 22 stopt met slaan, kijkt [slachtoffer 1] naar verdachte. Te horen is dat verdachte zegt: “
Hij sloeg helemaal niet hard, van mij zou hij harder...zou ik het zo zelf even doen, want ik sla veel harder”.[medeverdachte] vraagt aan verdachte of hij harder moet slaan. Verdachte zegt: “
We moeten allebei hetzelfde doen maar als het aan mij had gelegen, had je veel harder kunnen slaan”.
Hierna tilt [medeverdachte] [slachtoffer 2] bij de enkel de lucht in en houdt hem onderste boven, terwijl hij hem met een pollepel 26 keer op de billen slaat. [slachtoffer 2] gilt en roept ‘au’. [slachtoffer 1] en verdachte kijken toe. Nadat [medeverdachte] [slachtoffer 2] de eerste klap heeft gegeven pauzeert hij, kijkt naar verdachte en zegt:
“de eerste was bij hem ook heel hard".
Even later trekt [medeverdachte] [slachtoffer 1] onder zijn oksel omhoog en geeft hem opnieuw een klap met de pollepel op de billen. Verdachte zegt: ”
komt omdat jij niet luistert jongen”.
Hierna, terwijl [slachtoffer 2] nog in de keuken op de grond ligt te schreeuwen, beweegt [medeverdachte] de pollepel op en neer en zegt tegen hem dat als hij niet binnen 10 tellen naar bed gaat, hij nog meer krijgt, dat hij achter hem aanloopt, dat zijn kamerdeur dicht gaat en dat hij een potje heeft, waarna [medeverdachte] aftelt. Te zien is dat [medeverdachte] hierbij met een pollepel in de hand achter [slachtoffer 2] aan de trap op loopt. Verdachte staat hier vlak naast te rommelen met wat spullen op het aanrecht. [3]
Op de telefoon van verdachte is onderstaand WhatsApp-gesprek van 30 december 2022 met haar moeder aangetroffen:
Moeder: Hoe gaat ie??
Verdachte: Niet al te best. Als het om de jongste 3 had gegaan zou ik 100 procent zeggen ik ga ervoor maar met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de hele combinatie (…) Ik heb al zoveel geprobeerd ik weet niet of ik dit kan (…)
Moeder: Wil je even opnemen?
Verdachte: Ik heb altijd op jou kunnen rekenen en ik vertrouwde je volledig. Maar om hier zo mee om te gaan door wat je gezien heb vind ik verkeerd. (…). Ik heb dit toegelaten, ik ben degene die de pollepel klaar legde en ik ben degene die [medeverdachte] [de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ] de straf op liet lossen. [4]
[medeverdachte] heeft verklaard dat toen hij, verdachte en de kinderen op tweede Kerstdag 2022 in de
auto terug naar huis reden, verdachte aangaf dat de kinderen straf met de pollepel zouden
krijgen. De jongens hadden tijdens de rit niet geluisterd en verdachte was daar erg boos over. [5]
feit 1 primair
Bewezenverklaring van medeplegen van fysieke mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
De rechtbank is van oordeel dat bij het plegen van de mishandelingen met de pollepel een nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Hun rollen waren uitwisselbaar. Verdachte had het straffen met de pollepel vooraf met [medeverdachte] in de auto besproken, was bij de uitvoering daarvan aanwezig en heeft hem tijdens de mishandelingen door haar woorden zelfs aangemoedigd de kinderen harder te slaan. Volgens het WhatsApp-bericht van verdachte aan haar moeder had zij de pollepel bovendien klaar gelegd opdat [medeverdachte] de kinderen hiermee kon straffen. Het standpunt dat verdachte dit (ene) bericht aan haar moeder niet zelf heeft geschreven en verstuurd, maar dat [medeverdachte] dit heeft gedaan, acht de rechtbank ongeloofwaardig omdat dit eerst ter zitting naar voren is gebracht en op geen enkele wijze is onderbouwd. De rechtbank komt dan ook tot bewezenverklaring van medeplegen van fysieke mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , ten laste gelegd onder feit 1 primair. De handelingen hebben plaatsgevonden op 25 december 2022. De rechtbank zal de periode in de bewezenverklaring daarom verkorten.
Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair
Op videobeelden opgenomen op 14 december 2022 is te zien dat medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer 1] tegen de billen en/of onderrug slaat. Op videobeelden opgenomen op 26 december 2022 is te zien dat medeverdachte [medeverdachte] hardhandig een deur tegen [slachtoffer 2] aan duwt. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte bij deze handelingen aanwezig was of hiervan weet had. Bewijs dat verdachte als medepleger of medeplichtige betrokken is geweest bij deze handelingen, opgenomen onder gedachtestreepje 3 en 5, ontbreekt. De rechtbank zal verdachte hiervan daarom vrijspreken.
Bij het lichamelijk onderzoek op 31 maart 2023 door Forensisch Medische Expertise Kinderen is bij [slachtoffer 2] letsel in de vorm van huidverkleuringen en bloeduitstortingen geconstateerd op onder meer de borst en de (onder)benen. Van een deel van dit letsel wordt geconcludeerd dat er een (sterk) verhoogde kans is dat dit is toegebracht in plaats van dat dit accidenteel is ontstaan. Echter, hoe dit letsel is ontstaan is niet bekend. Verdachte ontkent [slachtoffer 3] te hebben geslagen of gestompt. Wettig en overtuigend bewijs dat verdachte - al dan niet samen met medeverdachte [medeverdachte] - dit letsel bij [slachtoffer 3] heeft toegebracht ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van fysieke mishandeling van [slachtoffer 3] .
Vrijspraak feit 2 primair en subsidiair
Uit het dossier komt naar voren dat de handelingen opgenomen onder feit 2 gedachtestreepje 4 en 5 zijn verricht door [medeverdachte] . Wettig en overtuigend bewijs dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten dan wel dat verdachte als medeplichtige bij deze handelingen betrokken is geweest, ontbreekt. Verdachte zal hiervan daarom worden vrijgesproken.
Onder feit 2 is ook psychische mishandeling van de kinderen ten laste gelegd. De rechtbank overweegt dat emotionele of psychische mishandeling van een kind onder omstandigheden kan worden aangemerkt als mishandeling in de zin van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De in het vierde lid van artikel 300 Sr Pro genoemde gelijkstelling van mishandeling met benadeling van de gezondheid biedt namelijk aanknopingspunten voor strafbaarheid van niet alleen het veroorzaken van lichamelijke pijn, letsel of onlust, maar ook voor psychische of emotionele mishandeling. Bij de vraag of hiervan sprake is, komt het aan op de omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid zal een enkele kwetsende of vernederende opmerking onvoldoende zijn om tot een bewezenverklaring van psychische mishandeling te kunnen komen. Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat het moet gaan om ernstige gevallen van psychische mishandeling waardoor de geestelijke gezondheid (van het kind) opzettelijk wordt benadeeld. Daarbij gaat het niet om incidenten, maar om langdurige, stelselmatige handelingen waarbij sprake is van een patroon.
Hierboven is bewezen geacht dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 25 december 2022 in elkaars aanwezigheid door verdachten zijn mishandeld met een pollepel en dat de kinderen de mishandeling van de ander dus bewust hebben meegemaakt. Dit ging gepaard met het door de verdachte roepen van de bewoordingen ‘als ik had geslagen was het harder gegaan’ en ‘niet janken, dan had je maar moeten luisteren jongen’. Verder bevat het dossier videobeelden van
4 november 2022 waaruit kan worden opgemaakt dat verdachte [slachtoffer 2] heeft vernederd/ gekleineerd in aanwezigheid van [slachtoffer 4] . De rechtbank ziet hierin zeer zorgwekkende signalen over de wijze waarop verdachte met de kinderen omging. Bovengenoemde videobeelden beperken zich evenwel tot twee momenten op twee dagen. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat soortgelijke gedragingen vaker plaatsvonden en zo ja hoe vaak en met welke intensiteit. Omdat de stelselmatigheid van de gedragingen (over een langere periode) niet is komen vast te staan ziet de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de onder feit 2 ten laste gelegde psychische mishandeling en moet verdachte terzake hiervan eveneens integraal worden vrijgesproken.
Vrijspraak feit 3
Onder feit 1 is ten aanzien van verdachte bewezen geacht dat zij op 25 december 2022 samen met haar medeverdachte twee van haar kinderen heeft mishandeld door ze meermalen hard te slaan met een pollepel. Nu haar het daderschap wordt verweten van het in hulpeloze toestand brengen van de kinderen, kan haar geen zelfstandig verwijt worden gemaakt van het in hulpeloze toestand laten op dat moment. Uit de tenlastelegging blijkt voorts niet, en uit het dossier valt niet af te leiden, in welke andere specifieke situatie(s) zij verder wetenschap zou hebben gehad van het verkeren in een hulpeloze toestand van haar kinderen ten gevolge van mishandelingen, straffen, vernederen, uitschelden, kleineren of opsluiten door de medeverdachte, in welke toestand zij op dat moment had moeten ingrijpen en dat niet heeft gedaan.
Verdachte zal dan ook van het onder 3 ten laste gelegde worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
zij
op één of meer tijdstippen in of omstreeksop 25 december 2022 te Maurik,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
(en), althans alleen,
één of meer vanhaar kind
(eren
), te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en
/of
[slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door
één ofmeermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de
(blote)billen te slaan
en
/of
-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel
(s)vast- en
/ofop te pakken en
/of(vervolgens) op te tillen en
/of(daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de
(blote)billen te slaan
en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] / [slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-
met veel kracht en/of snelheid een slaapkamerdeur te openen en/of (daarbij) voornoemde
slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]
te duwen/drukken;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
Medeplegen van mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Aan de voorwaardelijke straf moeten een proeftijd van twee jaar en een meldplicht bij de reclassering worden verbonden.
Het standpunt van de verdediging
Voor de strafoplegging heeft de raadsman verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij voelde zich radeloos en machteloos en vindt het verschrikkelijk dat haar kinderen pijn en letsel hebben opgelopen. Alle vijf kinderen zijn hierna uit huis geplaatst, de jongste twee met haar instemming. De omgang en contacten tussen verdachte en haar kinderen zijn voorzichtig in opbouw. Zij is de afgelopen periode op eigen initiatief in behandeling gegaan bij een psycholoog. Haar belastbaarheid is beperkt, voorkomen moet worden dat zij wordt overvraagd. Ook is verzocht in strafverminderende zin rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich eind 2022 mede samen met haar toenmalige partner schuldig gemaakt aan fysieke mishandeling van twee van haar vijf (zeer) jonge kinderen. De kinderen waren toen 7 en 5 jaar oud. Verdachte had met haar partner afgesproken dat deze haar twee oudste kinderen voor straf vele malen met een pollepel op de billen zou slaan. Zij had daarvoor zelf de pollepel klaargelegd. Zij was bij het slaan aanwezig en heeft niet ingegrepen. Integendeel; zij gaf aan dat de kinderen niet moesten huilen en dat zij zelf harder zou hebben geslagen. De kinderen moesten op dat moment bij elkaar toekijken hoe de ander werd mishandeld. De kinderen waren afhankelijk van haar zorg. Als moeder had zij de verantwoordelijkheid om de kinderen een veilig thuis te geven. In plaats daarvan heeft zij, samen met haar toenmalige partner, de kinderen pijn en hevige angsten bezorgd. Slechts door het optreden van de familie en Veilig Thuis is een einde gekomen aan deze onveilige situatie. Vanwege eerdere ervaringen waren de kinderen extra kwetsbaar. Door het handelen van verdachte is hun ontwikkeling verder onder druk komen te staan. Daarnaast is algemeen bekend dat de negatieve gevolgen van kindermishandeling nog zeer lang kunnen doorwerken en dat kinderen hier de rest van hun leven last van kunnen ondervinden. Verdachte kon de zorg en opvoeding van haar vijf (zeer) jonge kinderen alleen niet meer aan, waardoor de situatie ontspoorde. Zij had hulp moeten inroepen wat zij heeft nagelaten. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan. De gevolgen voor de kinderen zijn groot. Alle vijf kinderen zijn mede als gevolg van het bewezenverklaarde uit huis geplaatst, de jongste twee met instemming van verdachte. De kinderen wonen sindsdien gescheiden van elkaar.
Verdachte erkent dat zij verkeerd heeft gehandeld. Zij is na het bewezenverklaarde vrijwillig gestart met behandeling bij Psychiatrie Rivierenland. Op de zitting heeft verdachte te kennen gegeven baat te hebben bij deze behandeling. De omgang tussen verdachte en haar kinderen is na een ruime onderbreking als gevolg van het bewezenverklaarde weer voorzichtig in opbouw onder begeleiding van Jeugdbescherming. Over verdachte is een advies opgesteld door de reclassering met als datum 14 augustus 2024, waarop de rechtbank acht heeft geslagen. In dat rapport is een meldplicht geadviseerd.
Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit. In straf verminderende zin houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de redelijke termijn van twee jaar met ruim een half jaar is overschreden waardoor verdachte langere tijd in onzekerheid heeft verkeerd over de afdoening van haar zaak. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de overschrijding niet aan de verdediging is te wijten.
De rechtbank acht aanzienlijk minder bewezen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Gelet hierop acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats.
Ondanks dat ten aanzien van de medeverdachte meer feiten bewezen zijn verklaard, is de rechtbank van oordeel dat eenzelfde strafoplegging past. Tegenover de omstandigheid dat de medeverdachte meer strafbare handelingen heeft verricht, staat dat verdachte degene was die als hun moeder de verantwoordelijkheid droeg voor de kinderen en dat zij degene was die de medeverdachte de rol van mede-opvoeder gaf, mede inhoudend het fysiek corrigeren van de kinderen, met alle kwalijke gevolgen van dien.
Alles afwegend en gelet op de straffen die rechters in soortgelijke zaken opleggen, acht de rechtbank een taakstraf van 80 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. De voorwaardelijke straf dient mede als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw in de fout gaat. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarde van een meldplicht verbinden, zoals de reclassering heeft geadviseerd.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Mr. S. Vermeulen, advocaat en bijzonder curator van de minderjarige benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , heeft namens hen in verband met feit 1 en/of feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Namens elk van de benadeelden is € 2.500, aan smartengeld gevorderd, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verzocht is de vorderingen hoofdelijk toe te wijzen en te bepalen dat de toegekende vergoedingen worden gestort op een zogenaamde BEM-rekening (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) voor de kinderen. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk kunnen worden toegewezen met de wettelijke rente en vordert tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de BEM-clausule.
De raadsman heeft verzocht de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraak. Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] is aangevoerd dat toewijzing hiervan uiteindelijk tussen verdachte en de kinderen in zou kunnen komen te staan, gezien de krappe financiële positie van verdachte. Verzocht is de vorderingen daarom niet-ontvankelijk te verklaren, af te wijzen dan wel te matigen.
Overweging van de rechtbank
Vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]
De nadelige gevolgen van de normschending door het bewezenverklaarde handelen van verdachten onder feit 1 liggen zo voor de hand, dat ten aanzien van de benadeelden sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Gelet op de aard, de ernst en de intensiteit van de mishandelingen en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank het gevorderde smartengeld van € 2.500,- voor elk van de benadeelden billijk. Gezien de hoogte van het bedrag, ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat toewijzing van de vorderingen van negatieve invloed zal zijn op de relatie tussen verdachte en de kinderen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor matiging. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 25 december 2022.
Hoofdelijkheid
Verdachte en de medeverdachte kunnen ieder voor het hele schadebedrag worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op ten behoeve van de benadeelden te openen rekeningen met een zogenoemde BEM-clausule. Deze clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen alleen met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot hij achttien jaar is. Daarbij bepaalt de rechtbank dat de advocaat van de benadeelde partijen binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van deze uitspraak het Openbaar Ministerie op de hoogte stelt welke rekeningen voor de benadeelde partijen zijn geopend.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank acht het wenselijk dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. De rechtbank zal daarom aan verdachte -eveneens hoofdelijk - de maatregel tot schadevergoeding opleggen tot voornoemd bedrag € 2.500,- voor elk van de benadeelden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022.
Eventuele toegekende proceskosten, tot op heden begroot op nul, zijn daar niet bij ingegrepen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 25 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt. Toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vorderingen benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk
Nu de rechtbank ten aanzien van de feiten die zien op de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet tot een bewezenverklaring is gekomen, zal zij hen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering. De benadeelde partijen kunnen de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van hetgeen ten laste is gelegd onder feit 2 primair en subsidiair en hetgeen ten laste is gelegd onder feit 3;
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar
feit;
 stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarde dat:
verdachte zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van deze uitspraak telefonisch meldt bij Reclassering Nederland op telefoonnummer 088 8041405 om een afspraak te maken voor een eerste gesprek op de locatie aan de Stieltjesstraat 1 in Nijmegen. Hierna moet verdachte zich blijven melden, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van bovenstaande voorwaarde en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Hierbij geldt als voorwaarde dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen. Huisonderzoeken kunnen onderdeel uitmaken van de meldplicht.
vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
[slachtoffer 1]van € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 bepaalt dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van
[slachtoffer 1] ,geboren op [geboortedatum] 2015, te openen rekening met een BEM-clausule;
 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
[slachtoffer 2]van € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 bepaalt dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van
[slachtoffer 2] ,geboren op [geboortedatum] 2017, te openen rekening met een BEM-clausule;
 veroordeelt verdachte in de kosten die bovengenoemde benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 2.500,- aan smartengeld. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 2.500,- aan smartengeld. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 bepaalt dat bovengenoemde benadeelde partijen en verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, mr. R.M. Schoo en
mr. J.M.E. Langen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2026.
mr. Langen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023196062, gesloten op 16 juni 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen p. 13 en proces-verbaal van bevindingen p. 52.
3.Proces-verbaal van bevindingen p. 33-34 en proces-verbaal bevindingen PL0600-2023006338-35 p. 2/4.
4.Proces-verbaal van bevindingen p. 38 en 40.
5.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] p. 6-10 (niet doorgenummerd).