ECLI:NL:RBGEL:2026:1116

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
514870723
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor fysieke mishandeling van kinderen van toenmalige partner met vrijspraak psychische mishandeling

De rechtbank Gelderland heeft op 12 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mishandeling van de kinderen van zijn toenmalige partner. De tenlastelegging betrof fysieke mishandeling met onder meer slagen met een pollepel en het duwen van een slaapkamerdeur tegen een kind, alsmede psychische mishandeling.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan fysieke mishandeling van twee kinderen in de periode van 14 tot en met 26 december 2022, deels samen met medeverdachte. Verdachte had een opvoedende rol en werd door de kinderen als 'papa' aangesproken, wat de strafverzwarende omstandigheid van artikel 304 Sr Pro opleverde. Voor de mishandeling van een derde kind en de psychische mishandeling werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en stelde bijzondere voorwaarden waaronder een gedragstraining. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van smartengeld van €2.500 per slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente, met hoofdelijkheid en een BEM-clausule ter bescherming van de minderjarige belangen. De rechtbank wees ook de vorderingen van drie andere benadeelden af wegens gebrek aan bewezenverklaring.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, deels voorwaardelijk, en betaling van smartengeld aan twee kinderen wegens fysieke mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.148707.23
Datum uitspraak : 12 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. R. van Maaren, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen van
27 augustus 2024, 25 februari 2025 en 29 januari 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2022 tot en met
27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
(een) kind(eren) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, althans over wie hij het gezag uitoefende, te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan
en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel(s) vast- en/of op te pakken en/of (vervolgens) op te tillen en/of (daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] / [slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-met veel kracht en/of snelheid een slaapkamerdeur te openen en/of (daarbij) voornoemde
slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]
te duwen/drukken;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2022 tot en met
27 december 2022 te Maurik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
(een) kind(eren) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, althans over wie hij het gezag uitoefende, te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 4] , [geboortedatum] -2020
[slachtoffer 5] , [geboortedatum] -2021,
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen,
-één van voornoemde kinderen te mishandelen, terwijl het andere kind aanwezig was en hiervan
getuige is geweest en deze mishandeling(en) heeft waargenomen en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: ‘Als jij niet binnen 10 tellen naar bed gaat krijg je nog meer. Ik loop achter je aan’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
(daarbij) die [slachtoffer 2] naar zijn slaapkamer te brengen en/of daar te laten verblijven (en/of te
voorzien van een plasvoorziening) en/of vervolgens de deurklink van voornoemde slaapkamer
deur te verwijderen teneinde te voorkomen dat voornoemde [slachtoffer 2] de slaapkamer zou verlaten
en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] (bij wijze van straf) onder een koude douche te plaatsen en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij wijze van straf) in een bepaalde houding, gedurende een
bepaalde tijd, op de trap (en/of een stoel) te laten plaatsnemen en/of (daarbij) de tijdsduur te
verlengen wanneer die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bewogen en/of
- voornoemd(e) kind(eren) te kleineren en/of te vernederen en/of uit te schelden terwijl een ander kind hiervan getuige is geweest, althans hierbij aanwezig was en/of deze kleineringen en/of vernederingen heeft waargenomen,
waardoor één of meer van voornoemd(e) kind(eren) psychisch letsel heeft/hebben bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij hen is
veroorzaakt en/of waardoor opzettelijk de gezondheid van één of meer van voornoemde
kind(eren) werd benadeeld;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in de periode van eind oktober 2022 tot en met eind december 2022 samen met medeverdachte Verwoert schuldig heeft gemaakt aan fysieke mishandeling van de kinderen van de medeverdachte [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zoals ten laste gelegd onder feit 1. Ook acht de officier van justitie bewezen dat verdachte zich in deze periode samen met de medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan psychische mishandeling van de vijf kinderen van de medeverdachte, te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , ten laste gelegd onder feit 2. Daarmee komt de officier van justitie op een kortere periode dan opgenomen in de tenlastelegging. Verdachte verzorgde en voedde de kinderen op als behorend tot zijn gezin zodat sprake is van de strafverzwarende omstandigheid van artikel 304, eerste lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft voor beide feiten partiële vrijspraak bepleit. Verdachte en medeverdachte Verwoert kregen pas in augustus 2022 een relatie zodat voor de periode daarvóór vrijspraak moet volgen. Voor de onder feit 1 ten laste gelegde fysieke mishandeling van [slachtoffer 3] is geen bewijs. Verder had verdachte geen voorwaardelijk opzet op fysieke mishandeling van [slachtoffer 2] door het openen van de deur waarbij [slachtoffer 2] werd geraakt. Hij wist niet dat [slachtoffer 2] achter de deur stond. Er was geen sprake van een aanmerkelijke kans op pijn of letsel, laat staan dat verdachte deze kans bewust heeft aanvaard. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte de kinderen heeft gekleineerd, vernederd en/of uitgescholden. Tot slot wordt betwist dat verdachte de kinderen verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin. Hij had pas enkele maanden een relatie met de moeder, woonde niet onder één dak met hen en de kinderen waren voor hun zorg, opvoeding en welzijn hoofdzakelijk afhankelijk van hun moeder.
Beoordeling door de rechtbank
feit 1
Verdachte heeft de handelingen die bewezen worden verklaard, opgenomen onder gedachtestreepje 1, 2, 3 en 5 van de tenlastelegging, bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die zij heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 januari 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen p. 33-35 en het proces-verbaal van bevindingen
p. 52;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] p. 217-218.
Opzet op mishandeling van [slachtoffer 2] door openduwen van deur (5e gedachtestreepje)
De rechtbank is van oordeel dat verdachte er rekening mee had moeten houden dat [slachtoffer 2] achter de deur stond of kon staan. Hij had hem immers lange tijd tegen de deur horen bonken/schoppen. De kans dat hij [slachtoffer 2] vervolgens pijn of letsel zou toebrengen als hij de deur snel en hardhandig opende - wat ook is gebeurd - was dan ook aanmerkelijk en door zo te handelen als hij heeft gedaan heeft verdachte deze kans ook bewust aanvaard. Verdachte heeft hiermee voorwaardelijk opzet gehad op mishandeling van [slachtoffer 2] .
Medeplegen
Verdachte heeft de handelingen opgenomen onder het eerste en tweede gedachtestreepje samen met de medeverdachte Verwoert begaan, zodat het medeplegen wettig en overtuigend bewezen is. Dit geldt echter niet voor de handelingen opgenomen onder het derde en vijfde gedachtestreepje. De rechtbank spreekt verdachte voor dit onderdeel van deze tenlastegelegde handelingen vrij.
Periode
De handelingen hebben plaatsgevonden op 14 december 2022, 25 december 2022 en 26 december 2022. De rechtbank zal de periode in de bewezenverklaring daarom verkorten.
Mishandeling 'begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin'
Verdachte was ten tijde van het plegen van de mishandelingen de (levens)partner van medeverdachte [medeverdachte] . Hij leefde meerdere dagen per week met haar en haar kinderen in gezinsverband en bemoeide zich zowel op haar verzoek als op eigen initiatief met de opvoeding, waaronder hij ook verstond het straffen, van de kinderen. Verdachte had daarmee een aandeel in de opvoeding. Bovendien werd hij met ‘papa’ aangesproken. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de kinderen verzorgde en opvoedde als behorend tot zijn gezin zodat sprake is van de strafverzwarende omstandigheid van artikel 304, eerste lid, onder 1° Sr.
Vrijspraak van mishandeling van [slachtoffer 3] (4e gedachtestreepje)
Bij het lichamelijk onderzoek op 31 maart 2023 door Forensisch Medische Expertise Kinderen is bij [slachtoffer 3] letsel in de vorm van huidverkleuringen en bloeduitstortingen geconstateerd op onder meer de borst en de (onder)benen. Van een deel van dit letsel wordt geconcludeerd dat er een (sterk) verhoogde kans is dat dit is toegebracht in plaats van dat dit accidenteel is ontstaan. Echter, niet duidelijk is hoe dit letsel is ontstaan. Verdachte ontkent [slachtoffer 3] te hebben geslagen of gestompt. Wettig en overtuigend bewijs dat verdachte - al dan niet samen met medeverdachte Verwoert - dit letsel bij [slachtoffer 3] heeft toegebracht ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van fysieke mishandeling van [slachtoffer 3] .
feit 2
Voor de handeling opgenomen onder gedachtestreepje 3 is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 januari 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen p. 24.
Bewijsoverweging
Uit de aard van de handeling, het onder een koude douche zetten van een jong kind, vloeit voort dat deze een hevige onlust veroorzakende lichamelijke gewaarwording teweegbrengt bij het kind. Dit levert mishandeling op als bedoeld in artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Ook hier is sprake van de strafverzwarende omstandigheid van artikel 304, eerste lid, onder 1° Sr, zoals eerder overwogen.
Van medeplegen is geen sprake zodat verdachte voor dit onderdeel van deze tenlastegelegde handeling wordt vrijgesproken.
Vrijspraak overige gedachtestreepjes
Uit het dossier is op te maken dat verdachte [slachtoffer 1] enige tijd in dezelfde houding op een trap en/of stoel heeft laten zitten, zoals ten laste gelegd onder gedachtestreepje 4. Bewijs dat verdachte hierbij opzet heeft gehad op het toebrengen van pijn of letsel bij [slachtoffer 1] ontbreekt omdat verdachte zelf zegt dat hij dit deed om [slachtoffer 1] tot rust te brengen. De rechtbank acht deze opzet ook niet in voorwaardelijke zin aanwezig, omdat in de tenlastelegging niet verder wordt geduid onder welke omstandigheden deze handeling heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld hoe lang dit duurde en hoe vaak dit is gebeurd) en dit ook niet uit het dossier blijkt. Evenmin is vast te stellen dat [slachtoffer 1] hierdoor een hevige onlust veroorzakende lichamelijke gewaarwording heeft ondervonden.
Onder feit 2 zijn ook meerdere handelingen ten laste gelegd die volgens de officier van justitie moeten worden aangemerkt als psychische mishandeling. De rechtbank overweegt dat emotionele of psychische mishandeling van een kind onder omstandigheden kan worden aangemerkt als mishandeling in de zin van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De in het vierde lid van artikel 300 Sr Pro genoemde gelijkstelling van mishandeling met benadeling van de gezondheid biedt namelijk aanknopingspunten voor strafbaarheid van niet alleen het veroorzaken van lichamelijke pijn, letsel of onlust, maar ook voor psychische of emotionele mishandeling. Bij de vraag of hiervan sprake is, komt het aan op de omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid zal een enkele kwetsende of vernederende opmerking onvoldoende zijn om tot een bewezenverklaring van psychische mishandeling te kunnen komen. Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat het moet gaan om ernstige gevallen van psychische mishandeling waardoor de geestelijke gezondheid (van het kind) opzettelijk wordt benadeeld. Daarbij gaat het niet om incidenten, maar om langdurige, stelselmatige handelingen waarbij sprake is van een patroon.
In dit kader kan de rechtbank vaststellen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 25 december 2022 heeft mishandeld in elkaars aanwezigheid en dat de kinderen de mishandeling van de ander dus bewust hebben meegemaakt. Daarnaast kan de rechtbank het onder het tweede gedachtestreepje vaststellen. Echter omdat niet is gebleken van een patroon van stelselmatige mishandelingen over een langere periode, kan de ten laste gelegde psychische mishandeling niet wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte wordt hiervan dan ook vrijgesproken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij
op één of meer tijdstippen in of omstreeksop 25 december 2022 te Maurik,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
(en), althans alleen,
(een)kind
(eren
) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin
, althans over wie hij het gezag uitoefende,te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en
/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door
één ofmeermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de
(blote)billen te slaan
en
/of
-voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel
(s)vast- en
/ofop te pakken en
/of(vervolgens) op te tillen en
/of(daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de
(blote)billen te slaan
en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] / [slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-
met veel kracht en/of snelheid een slaapkamerdeur te openen en/of (daarbij) voornoemde
slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]
te duwen/drukken;
en
hij op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 14 december 2022 tot en met
26 december 2022 te Maurik,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
(een)kind
(eren
) dat/die hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin
, althans over wie hij het gezag uitoefende,te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ) en
/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] )
en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ),
(telkens) heeft mishandeld door één of meermalen:
-voornoemde [slachtoffer 1] krachtig met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan
en/of
-
voornoemde [slachtoffer 2] krachtig om/bij diens enkel(s) vast- en/of op te pakken en/of(
vervolgens) op te tillen en/of (daarbij) krachtig meermalen met een slagvoorwerp (pollepel) op/tegen de (blote) billen te slaan en/of
-voornoemde
[slachtoffer 2] /[slachtoffer 1] (kind 1 videobijlage 3 en 4) krachtig op/tegen zijn billen en/of onderrug te slaan en
/of
-voornoemde [slachtoffer 3] krachtig op/tegen de borst en/of de (onder)benen te slaan en/of te stompen en/of
-met veel kracht en
/ofsnelheid een slaapkamerdeur te openen en
/of(daarbij) voornoemde
slaapkamerdeur vol en/of krachtig in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen/drukken;
2.
hij
op een of meer tijdstippenin de periode van eind oktober 2022 tot en met 27 december 2022 te Maurik,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(
en), althans alleen,
(een
)kind
(eren)dat
/diehij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin,
althans over wie hij het gezag uitoefende,te weten:
[slachtoffer 1] ) (geboren [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] )
en/of
[slachtoffer 2] ) (geboren [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 3] ) (geboren [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ) en/of
[slachtoffer 4] , [geboortedatum] -2020
[slachtoffer 5] , [geboortedatum] -2021,
(telkens)heeft mishandeld door
één of meermalen,
-
één van voornoemde kinderen te mishandelen, terwijl het andere kind aanwezig was en hiervan
getuige is geweest en deze mishandeling(en) heeft waargenomen en/of
-voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: ‘Als jij niet binnen 10 tellen naar bed gaat krijg je nog meer. Ik loop achter je aan’, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekkingen
/of
(daarbij) die [slachtoffer 2] naar zijn slaapkamer te brengen en/of daar te laten verblijven (en/of te
voorzien van een plasvoorziening) en/of vervolgens de deurklink van voornoemde slaapkamer
deur te verwijderen teneinde te voorkomen dat voornoemde [slachtoffer 2] de slaapkamer zou verlaten
en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] (bij wijze van straf) onder een koude douche te plaatsen
en/of
-voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij wijze van straf) in een bepaalde houding, gedurende een
bepaalde tijd, op de trap (en/of een stoel) te laten plaatsnemen en/of (daarbij) de tijdsduur te
verlengen wanneer die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bewoog en/of
- voornoemd(e) kind(eren) te kleineren en/of te vernederen en/of uit te schelden terwijl een ander kind hiervan getuige is geweest, althans hierbij aanwezig was en/of deze kleineringen en/of vernederingen heeft waargenomen,
waardoor
één of meer van voornoemd(e) kind(eren) psychisch letsel heeft/hebben bekomen en/ofeen hevige onlust veroorzakende lichamelijke
en/of geestelijkegewaarwording bij hem is veroorzaakt
en/of waardoor opzettelijk de gezondheid van één of meer van voornoemde kind(eren) werd benadeeld;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 :
Medeplegen van mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin,meermalen gepleegd;
en
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.
feit 2 :
Mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Aan de voorwaardelijke straf moeten een proeftijd van twee jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een taakstraf van 120 uur waarvan de helft voorwaardelijk. Daarbij heeft hij gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn strafblad dat nagenoeg blanco is en de overschrijding van de redelijke termijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De verdachte heeft zich in de periode van eind oktober 2022 tot en met eind december 2022 schuldig gemaakt aan fysieke mishandeling van twee jonge kinderen van zijn toenmalige partner, tevens medeverdachte. De kinderen waren toen 7 en 5 jaar oud. In nauwe samenwerking met de moeder van de kinderen heeft verdachte de kinderen vele malen met een pollepel op de billen geslagen. Ook moesten de kinderen bij elkaar toekijken hoe de ander werd mishandeld. Daarnaast heeft verdachte beide kinderen nog een keer mishandeld. Verder heeft verdachte een van de kinderen voor straf onder een koude douche gezet. Verdachte heeft de kinderen hiermee pijn, letsel en hevige angst bezorgd. Hij maakte feitelijk deel uit van het gezin, had een opvoedrol op zich genomen en heeft met wat hij heeft gedaan het vertrouwen van de kinderen ernstig beschadigd. De feiten vonden plaats in de woning van de kinderen waar zij veilig horen te zijn. Slechts door het optreden van de familie en Veilig Thuis is een einde gekomen aan deze onveilige situatie. Vanwege eerdere ervaringen waren de kinderen extra kwetsbaar. Door het handelen van verdachte is hun ontwikkeling verder onder druk komen te staan. Daarnaast is algemeen bekend dat de negatieve gevolgen van kindermishandeling nog zeer lang kunnen doorwerken en dat kinderen hier de rest van hun leven last van kunnen ondervinden. De moeder van de kinderen kon de zorg en opvoeding van haar vijf (zeer) jonge kinderen alleen niet meer aan en deed daarbij een beroep op verdachte die zich naar zijn zeggen ook geen raad wist met de situatie. Deze omstandigheid vormt echter geen enkele rechtvaardiging voor de mishandelingen. Verdachte had hulp moeten inroepen.
In het voordeel van verdachte pleit dat hij inmiddels inziet dat hij verkeerd heeft gehandeld. Ook betrekt de rechtbank bij de strafoplegging dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest, afgezien van een recente strafbeschikking voor een verkeersovertreding. De situatie als bedoeld in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is door deze recente bestraffing van toepassing. Verder houdt de rechtbank ten gunste van verdachte rekening met de omstandigheid dat de redelijke termijn van twee jaar met ruim een half jaar is overschreden waardoor verdachte langere tijd in onzekerheid heeft verkeerd over de afdoening van zijn zaak. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet aan de verdediging is te wijten.
Uit het meest recente reclasseringsadvies van 15 januari 2026 komt naar voren dat verdachte zijn leven verder op orde heeft. Na het ontstaan van de verdenkingen heeft hij vrijwillig behandeling gevolgd bij Kairos gericht op agressie jegens kinderen om herhaling te voorkomen. Volgens Kairos is de agressie inmiddels onder controle. Ook heeft verdachte in de behandeling gewerkt aan het aangeven en stellen van grenzen en uitbreiding van zijn coping vaardigheden in stressvolle situaties. Verdachte heeft aangegeven hierbij nog behoefte aan hulp en ondersteuning te hebben. De relatie met de moeder van de kinderen is enige tijd geleden geëindigd.
De rechtbank acht minder bewezen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Gelet hierop acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats. Alles afwegend en gelet op de straffen die rechters in soortgelijke zaken opleggen, acht de rechtbank een taakstraf van 80 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. De voorwaardelijke straf dient mede als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw in de fout gaat. Om verdachte hierin te ondersteunen, zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen. Deze voorwaarden bestaan uit een meldplicht en het volgen van een CoVa-training of een andere gedragstraining gericht op cognitieve vaardigheden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor de oplegging van een contact- en/of locatieverbod jegens de kinderen, zoals de advocaat van de kinderen heeft verzocht. Verdachte heeft sinds het verbreken van de relatie medio 2025 geen contact meer gezocht met zijn medeverdachte en/of de kinderen.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Mr. S. Vermeulen, advocaat en bijzonder curator van de minderjarige benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , heeft namens hen in verband met feit 1 en/of feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Namens elk van de benadeelden is € 2.500,- aan smartengeld gevorderd, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verzocht is de vorderingen hoofdelijk toe te wijzen en te bepalen dat de toegekende vergoedingen worden gestort op een zogenaamde BEM-rekening (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) voor de kinderen. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk kunnen worden toegewezen met de wettelijke rente en vordert tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en opname van de BEM-clausule.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat onvoldoende is onderbouwd dat het bewezenverklaarde psychische schade heeft veroorzaakt. Subsidiair is verzocht om matiging van het gevorderde smartengeld. Gelet op het verschil in inkomen tussen verdachten, is verzocht de vorderingen niet hoofdelijk toe te wijzen omdat verdachte anders zal opdraaien voor de volledige betaling.
Overweging van de rechtbank
Vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op de jonge leeftijd van de benadeelden, voldoende aannemelijk is geworden dat zij in ieder geval geestelijk letsel hebben opgelopen door de fysieke mishandeling met de pollepel van verdachten, bewezenverklaard onder
feit 1. Daarmee is sprake van aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Dat er aanwijzingen zijn dat hiervoor al sprake was van (psychische) problematiek bij de benadeelden maakt dit niet anders, omdat deze ingrijpende mishandeling op zichzelf al tot schade leidt. Gelet op de aard, de ernst en de intensiteit van deze mishandeling en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank het gevorderde smartengeld van € 2.500,- billijk. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 25 december 2022.
Hoofdelijkheid
Omdat medeplegen bewezen is verklaard is verdachte naar burgerlijk recht met de mededader hoofdelijk aansprakelijk. Wat de verdediging heeft aangevoerd over het verschil in inkomen tussen verdachten doet daar niet aan af. Verdachte en de medeverdachte kunnen dan ook ieder voor het hele schadebedrag worden aangesproken. Hoeveel zij ieder uiteindelijk van de totale schade moet dragen, moeten zij in hun onderlinge verhouding vaststellen. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op ten behoeve van de benadeelden te openen rekeningen met een zogenoemde BEM-clausule. Deze clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen alleen met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot hij achttien jaar is. Daarbij bepaalt de rechtbank dat de advocaat van de benadeelde partijen binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van deze uitspraak het Openbaar Ministerie op de hoogte stelt welke rekeningen voor de benadeelde partijen zijn geopend.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank acht het wenselijk dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. De rechtbank zal daarom aan verdachte -eveneens hoofdelijk - de maatregel tot schadevergoeding opleggen tot voornoemd bedrag € 2.500,- voor elk van de benadeelden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022.
Eventuele toegekende proceskosten, tot nu toe begroot op nul, zijn daar niet bij ingegrepen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 25 dagen kan worden toegepast als verhaal niet mogelijk blijkt. Toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Overige vorderingen benadeelde partij niet-ontvankelijk
Nu de rechtbank ten aanzien van de feiten die zien op de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet tot een bewezenverklaring is gekomen, zal zij hen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering. De benadeelde partijen kunnen de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar
feit;
 stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
verdachte zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van deze uitspraak telefonisch meldt bij Reclassering Nederland op telefoonnummer 088 8041405 om een afspraak te maken voor een eerste gesprek op de locatie aan de Stieltjesstraat 1 in Nijmegen. Hierna moet verdachte zich blijven melden, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van bovenstaande voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
[slachtoffer 1]van € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 bepaalt dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van
[slachtoffer 1] ,geboren op 4 december 2015, te openen rekening met een BEM-clausule;
 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
[slachtoffer 2]van € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 bepaalt dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van
[slachtoffer 2] ,geboren op 8 december 2017, te openen rekening met een BEM-clausule;
 veroordeelt verdachte in de kosten die bovengenoemde benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 2.500,- aan smartengeld. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 2.500,- aan smartengeld. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 bepaalt dat bovengenoemde benadeelde partijen en verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, mr. R.M. Schoo en
mr. J.M.E. Langen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2026.
mr. Langen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023196062, gesloten op 16 juni 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.