ECLI:NL:RBGEL:2026:1068
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging doodslag en zware mishandeling met mes
Op 29 april 2025 ontstond een conflict tussen verdachte en het slachtoffer in hun woning te Ede, waarbij het slachtoffer een klaplong opliep. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, zware mishandeling en poging zware mishandeling met een mes. De officier van justitie stelde dat verdachte met een mes had gestoken en/of gesneden, maar de rechtbank kon dit niet vaststellen op basis van de verklaringen en het ontbreken van objectief bewijs.
De verklaringen van verdachte en slachtoffer waren inconsistent en wisselend, en er ontbrak onafhankelijk bewijs over de precieze toedracht. Een letselinterpretatie liet meerdere mogelijke oorzaken van het letsel zien, waaronder een val op een mes of toebrenging door een derde. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk met een mes in de borst van het slachtoffer had gestoken.
De rechtbank overwoog ook dat het enkel pakken van een mes en het zich daarmee in een fysieke confrontatie begeven niet voldoende bewijs is voor het aannemen van opzet of voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel. Er waren onvoldoende betrouwbare gegevens over de omstandigheden die nodig zijn om een aanmerkelijke kans op zwaar letsel aan te nemen. De algemene gevaarzetting door het ter hand nemen van een mes rechtvaardigt geen veroordeling.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werd het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot materiële schade en smartengeld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs.