ECLI:NL:RBGEL:2026:1030

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
05/220821-25 en 05/297266-25 (gev.ttz)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 77c SrArt. 77g SrArt. 77i SrArt. 77x Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging doodslag, veroordeling zware mishandeling en getuigenbeïnvloeding met jeugddetentie

Op 13 juli 2025 mishandelde verdachte het slachtoffer ernstig door herhaaldelijk met kracht te slaan en te trappen, ook toen het slachtoffer bewusteloos op de grond lag. Hoewel sprake was van zwaar lichamelijk letsel, kon poging tot doodslag niet worden bewezen.

Verdachte beïnvloedde getuigen vanuit de penitentiaire inrichting door bedreigingen en het aanzetten tot het aanpassen van verklaringen, wat wettig en overtuigend bewezen werd verklaard.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 240 dagen jeugddetentie, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals begeleiding, contactverbod en elektronisch toezicht. Daarnaast werd een schadevergoeding van €3.828,80 aan het slachtoffer toegewezen.

De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de straf werd opgelegd met aftrek van voorarrest. De rechtbank volgde het reclasseringsadvies en hield rekening met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en het risico op recidive.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag, veroordeeld voor zware mishandeling en getuigenbeïnvloeding tot 240 dagen jeugddetentie met bijzondere voorwaarden en schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/220821-25 en 05/297266-25 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 11 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
raadsman: mr. N. Hendriksen, advocaat in Hoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05/220821-25
hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, die [slachtoffer]
- een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of getrapt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of getrapt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair
hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Arnhem aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer]
- een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer]
- een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of getrapt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of getrapt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meest subsidiair
hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Arnhem [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer]
- een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;
Parketnummer 05/297266-25
hij in of omstreeks de periode van 07 augustus 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Arnhem opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift en/of afbeelding zich jegens [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, door die [getuige] en/of een of meerdere onbekend gebleven personen meerdere malen
vanuit de penitentiaire inrichting te bellen en daarbij dreigend de woorden toe te voegen:
- " Als ik buiten kom en die boys hebben niets aangepast ik ... kankerkogels in hun hoofd",
- " Als ik buiten kom dan gaat hij (die [getuige] ) gewoon een paar bonkes vangen",
- " Als die kanker [naam] (die [getuige] ) zijn verklaring niet aanpast, ga ik heel die kankerslager opblazen",
- " Ik heb [naam] de keus gegeven om zijn verklaring aan te passen, anders is het oorlog als ik buiten kom"
- " Die [getuige] krijgt de kans om die kanker ding aan te passen, want als ik naar buiten kom, dan krijgt die [getuige] kanker grote problemen",
- " Die [naam] moet boeten en ik ga heel zijn kankerhuis afbranden met zijn zus, moeder, vader en iedereen erin",
althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking, van welke bedreigingen/ dreigende woorden voornoemde [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] kennis hebben genomen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 05/220821-25 en het tenlastegelegde onder parketnummer 05/297266-25.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 05/220821-25. Ten aanzien van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag heeft hij aangevoerd dat er geen sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood. Daarbij heeft de raadsman voorwaardelijk verzocht, indien de rechtbank zou menen dat de kans op overlijden van aangever wél aanmerkelijk is geweest ten gevolge van het aan verdachte verweten handelen, om forensisch arts H. Stigter te horen. Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde zware mishandeling heeft hij aangevoerd dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Het herstel van aangever is snel gegaan en er is geen sprake van blijvend letsel. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 05/220821-25 en het tenlastegelegde onder parketnummer 05/297266-25 heeft de raadsman geen bewijsverweren gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05/220821-25
De rechtbank neemt de volgende bewijsmiddelen in aanmerking en overweegt het volgende.
Op 13 juli 2025 omstreeks 21.38 uur treffen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] na een melding een onwel persoon aan op de Drielsedijk in Arnhem. De persoon - die later [slachtoffer] bleek te zijn - gaf vertraagd antwoord, leek ver van de wereld en zijn hele gezicht zat onder het bloed. [2] Zijn moeder heeft op 15 juli 2025 namens hem aangifte gedaan van zware mishandeling. [slachtoffer] lag op dat moment in het ziekenhuis. [3]
[slachtoffer] heeft later verklaard dat hij op 13 juli 2025 aan het chillen was met zijn vrienden bij de jongerenhangplek bij de waterzuivering. Hij was samen met [getuige] , [getuige] , [getuige] en [getuige] en op enig moment was ‘ [verdachte] ’ (de rechtbank begrijpt: verdachte) daar bij gekomen. Verdachte leek dronken en was vervelend bezig met de anderen. Toen [slachtoffer] zich ermee ging bemoeien, begon verdachte op hem in te rammen. [slachtoffer] zag niks meer en zei nog “houd op”. Hij heeft zichzelf proberen te verweren en verdachte teruggeslagen. Verder weet hij niks meer. [4]
Verdachte heeft verklaard ruzie te hebben gehad met [slachtoffer] , dat er met vuisten geslagen is en dat hij [slachtoffer] misschien geschopt heeft toen deze nog stond. [5]
[getuige] heeft op 16 juli 2025 - onder meer - het volgende verklaard:
“(...) [verdachte] draaide door, die bleef maar slaan met zijn vuisten. (...) [slachtoffer] lag op de grond maar [verdachte] bleef maar doorslaan en schoppen op het hoofd en lichaam van [slachtoffer] . [getuige] en ik probeerden [verdachte] nog weg te trekken van [slachtoffer] maar het lukte niet, [verdachte] was te sterk en we kregen hem gewoon niet weg. [slachtoffer] riep tegen [verdachte] : Ik ga je neersteken. Ik heb geen mes bij [slachtoffer] gezien. [slachtoffer] zat op zijn knieën en had veel bloed in zijn gezicht. [slachtoffer] probeerde de klappen en trappen nog af te weren en hij wilde weer overeind komen. [slachtoffer] riep nog een paar keer: Help! Toen [slachtoffer] op wilde staan kreeg hij van [verdachte] een harde trap tegen zijn hoofd. [slachtoffer] viel op de grond en was buiten bewustzijn. [verdachte] stopte toen niet maar ging juist door met het geweld op het hoofd van [slachtoffer] . Ik zag dat [verdachte] meerdere malen tegen het hoofd en lichaam van [slachtoffer] sloeg en trapte. Ik zag dat [verdachte] met volle kracht en gewicht in de buik van [slachtoffer] aan het trappen was. [slachtoffer] reageerde niet meer en was buiten bewustzijn geraakt. Ik was zo bang dat ik dacht [slachtoffer] dood was. (...) [verdachte] had schoenen aan tijdens het trappen tegen [slachtoffer] . [verdachte] gebruikte echt grof geweld, je hoorde gewoon de klappen en trappen tegen het hoofd en lichaam van [slachtoffer] , zo hard ging het. (...)”. [6]
De verklaring van [getuige] wordt ondersteund door de verklaringen van [getuige] .
[getuige] heeft op 13 juli 2025, direct na het incident, tegen de aanwezige verbalisant verklaard:
“Voor ik het wist sloeg hij [slachtoffer] . [slachtoffer] viel op de grond en riep: "Stop Stop!!!". De man sloeg meerdere keren met gebalde vuisten enorm hard tegen het hoofd van [slachtoffer] . Toen [slachtoffer] op de grond lag begon de onbekende man tegen het hoofd te schoppen van [slachtoffer] . Dit deed hij ook meerdere keren en met een enorme kracht.” [7]
Op 15 juli 2025 heeft [getuige] tegen de wijkagent verklaard:
“ [verdachte] begon als een gek op [slachtoffer] in te slaan. Ik zag dat [slachtoffer] meerdere klappen op zijn hoofd en lichaam kreeg. [verdachte] sloeg echt hard en met kracht met zijn vuisten. Ik hoorde [slachtoffer] schreeuwen van de pijn. [slachtoffer] viel op de grond en [verdachte] begon op [slachtoffer] in te trappen zowel tegen zijn hoofd als tegen het lichaam. (…) [slachtoffer] lag op de grond met zijn gezicht vol bloed. [slachtoffer] riep om hulp maar niemand kon wat doen. [verdachte] was gek geworden en was alleen maar oerkreten aan het maken. [slachtoffer] zat op zijn knieën versuft voor zich uit te kijken. Als [slachtoffer] wat zei of alleen maar geluid maakte hoorde [verdachte] roepen: Oke, round (two) 2, en dan gaf hij [slachtoffer] weer een schop tegen het hoofd. Dat ging zo wel 4 of 5 keer door. [slachtoffer] lag op den duur op de grond en ik dacht dat hij dood was of dood zou gaan. (…) Ik hoorde [slachtoffer] een rochelend geluid maken en de laatste 2 woorden die [slachtoffer] zei waren Help me, Help me en toen raakte hij buiten bewustzijn.”
Ook [getuige] heeft verklaard dat [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) harde klappen en trappen kreeg. Hij merkte daarbij op:
“het was echt heel erg (…) ik was in paniek, [slachtoffer] kreeg echt harde klappen en trappen van zo’n jongen.”. [8]
Uit de medische informatie van [slachtoffer] volgt dat hij een hersenkneuzing frontaal aan de linkerzijde heeft opgelopen en daarnaast zwellingen en blauwe plekken. [9] Door een deskundige is het letsel van [slachtoffer] geïnterpreteerd. Uit die letselinterpretatie blijkt dat op meerdere plekken in het gezicht sprake is van bloeduitstortingen. Verder is sprake van een bloeduitstorting naast de wervelkolom. Bloeduitstortingen ontstaan door stomp botsend geweld, zoals slaan, schoppen of stoten. Bovendien is in het letsel over de rechterslaap een patroon zichtbaar. Er wordt van patroonletsel gesproken als in het letsel een afdruk is te zien van (een deel van) het voorwerp dat het letsel veroorzaakte of de ondergrond. Het patroon zou volgens de deskundige kunnen passen bij (maar is niet gelimiteerd tot) een afdruk van bijvoorbeeld een schoenzool. Daarnaast volgt uit de letselinterpretatie dat [slachtoffer] aan de linker voorzijde (frontaal) in het hoofd een bloeding uit een hersenkneuzing heeft opgelopen, wat ontstaat door stomp uitwendig geweld. Ten aanzien van de frequentie van de krachtsinwerkingen op het slachtoffer blijkt uit de letselinterpretatie het volgende. De letsels in het gelaat zitten aan beide zijden van het gelaat, wat door minimaal twee stompe krachtsinwerkingen moet zijn ontstaan. Het letsel naast de wervelkolom is te ver verwijderd van de letsels in het gelaat, zodat dit niet tijdens dezelfde krachtsinwerking kan zijn ontstaan. De deskundige komt daarom tot de conclusie dat er minimaal drie stompe krachtsinwerkingen zijn geweest. [10]
De letselinterpretatie biedt steun aan de verklaringen van voornoemde getuigen dat er meermalen tegen het hoofd is getrapt en/of geslagen en dat er tegen het hoofd is getrapt met een schoen.
Poging doodslag (primair)
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijk zin, heeft gehad op de dood van [slachtoffer] , omdat het dossier met specifieke inachtneming van de letselinterpretatie niet genoeg informatie bevat om met voldoende zekerheid vast te stellen dat de geweldshandelingen (het schoppen tegen het hoofd) van verdachte, met een dusdanige kracht en frequentie zijn toegebracht dat minst genomen een aanmerkelijk kans bestond dat [slachtoffer] zou komen te overlijden. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de tenlastegelegde poging tot doodslag.
Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van het primair tenlastegelegde, kan
het voorwaardelijk verzoektot het horen van forensisch arts H. Stigter onbesproken blijven.
Zware mishandeling (subsidiair)
Voor een veroordeling voor zware mishandeling is (onder andere) vereist dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer en (voorwaardelijke) opzet van verdachte op het toebrengen van dat letsel.
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte [slachtoffer] meerdere malen met kracht tegen het hoofd heeft geslagen en/of getrapt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en dat verdachte, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, meermalen, wederom met kracht, tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen en/of getrapt, waarvan minimaal één maal met geschoeide voet tegen het gezicht/de slaap, dit gelet op het geconstateerde patroonletsel.
Uit de letselinterpretatie volgt dat [slachtoffer] op 12 augustus 2025 (een maand na het incident) vanwege nog bestaande problematiek met geheugen en concentratie door een revalidatiearts is verwezen naar [plaats] . [11] Uit de medische stukken die zijn gevoegd bij de vordering van de benadeelde partij, blijkt dat [slachtoffer] tot in november 2025 ergotherapie heeft gehad. [12] Er was bij [slachtoffer] dus sprake van een storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd. Dit is zwaar lichamelijk letsel zoals genoemd in artikel 82 tweede Pro lid van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] . Uit de hierboven opgenomen getuigenverklaringen volgt immers dat verdachte [slachtoffer] meerdere keren met kracht tegen het hoofd heeft geslagen en/of getrapt, ook toen [slachtoffer] al bewusteloos op de grond lag en het gezicht van [slachtoffer] al onder het bloed zat. Uit de hiervoor opgenomen verklaring van verdachte ter terechtzitting en de getuigenverklaringen volgt verder dat verdachte gericht op het gezicht van [slachtoffer] geslagen heeft. Door zo te handelen heeft verdachte zich – in ieder geval naar uiterlijke verschijningsvorm – willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er bij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou optreden.
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling van [slachtoffer] op 13 juli 2025 in Arnhem. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 05/220821-25.
Parketnummer 05/297266-25
Verdachte wordt verweten dat hij meerdere getuigen heeft beïnvloed vanuit de penitentiaire inrichting in Arnhem in de periode van 7 t/m 14 augustus 2025.
Verdachte heeft verklaard dat hij vanuit de penitentiaire inrichting [getuige] , [getuige] , [getuige] en [getuige] heeft gebeld. [13] De telefoongesprekken die verdachte vanuit de penitentiaire inrichting heeft gevoerd, zijn opgenomen en uitgewerkt. [14]
In een telefoongesprek van 9 augustus 2025 om 11:42:46 uur heeft verdachte onder meer tegen [getuige] gezegd: “
… broer allemaal door jouw kankerverklaring en die van [naam] fon.… broer ik zweer het je anders als ik buiten kom en die boys hebben niets aangepast ik ... kankerkogels in hun hoofd broer” [15] en later in hetzelfde gesprek: “
ik bel je later maar heel goed dat [naam] fon. die ding ook aanpast broer”en
“snap je en daarom moet die ding gefixt worden bro [naam] fon. is gewoon een bitch als ik buiten kom dan gaat hij gewoon paar bonkes vangen let maar op..” [16]
Op 9 augustus 2025 om 11:56:47 uur heeft verdachte gebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer] . In dat gesprek heeft verdachte tegen een onbekend gebleven gebruiker gezegd:
“Het enigste wat ik gewoon moet hebben is dat hij die kankerding intrekt dan krijg ik gewoon taakstraf of [naam] moet gewoon die verklaring aanpassen want hij heeft dingen verklaart die geeneens zijn gebeurt snap je.”De andere persoon zegt vervolgens:
“Ja, die kanker [naam] (fon) ook broer.”waarna verdachte zegt
“Ja man die [naam] heb ik net gesproken.” [17]
[naam] is de bijnaam van [getuige] . [18]
Op 9 augustus 2025 om 19:11:36 uur heeft verdachte weer gebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer] . In dat gesprek heeft de onbekend gebleven persoon gezegd dat [naam] ‘ [naam] ’ moet zijn en dat hij ook verklaard heeft. Hierop heeft verdachte onder meer gezegd:
“als hij het is, dat hij moet boeten, dat hij heel zijn kankerhuis gaat afbranden met zijn zus, moeder, vader met iedereen in dat huis”. [19] [naam] is de bijnaam van [getuige] . [20]
Op 11 augustus 2025 heeft verdachte gebeld naar [getuige] en even later [naam] aan de telefoon gekregen. Verdachte heeft in dat gesprek onder meer tegen [naam] gezegd: “
dat hij hem de mogelijkheid geeft om die kanker ding aan te passen want als hij naar buiten komt hij dan kanker grote problemen heeft en of hij dat begrijpt”.In datzelfde telefoongesprek heeft verdachte daarna tegen [getuige] gezegd:
“dat hij [naam] de keus heeft gegeven om verklaring aan te passen anders is het oorlog als hij buiten komt.” [21] De eerder in dit vonnis door [slachtoffer] genoemde [getuige] heeft een broer genaamd [naam] . [22] De rechtbank gaat er daarom van uit dat genoemde [naam] , [getuige] is.
Op 12 augustus 2025 heeft verdachte opnieuw met [getuige] gebeld en gezegd:
“als die [naam] zijn verklaring niet aanpast dat hij heel die kankerslager gaat opblazen”. [23]
In een telefoongesprek van 13 augustus 2025 heeft [getuige] desgevraagd het telefoonnummer van ‘ [naam] ’, [telefoonnummer] , aan verdachte gegeven. [24] [getuige] heeft verklaard dat dit zijn nummer is. [25] Hieruit kan worden afgeleid dat ‘ [naam] ’ de bijnaam van [getuige] is.
Nadat verdachte met [getuige] heeft gesproken heeft hij diezelfde dag met [getuige] gebeld. Verdachte heeft hem in dat gesprek verteld wat ‘ [naam] ’ gaat zeggen en dat dat de waarheid is. Verdachte heeft daarna aangegeven
wat‘ [naam] ’ gaat zeggen en hij heeft gevraagd aan [getuige] of hij dit verhaal kan aanhouden,
“want dat is er gebeurd, dat is letterlijk de waarheid”.Ook heeft verdachte gezegd
“dat dat perfect zou zijn, dan zou hij max een paar maanden krijgen anders zou hij 3 nvt of meer krijgen”. [26]
Op 5 augustus 2025 heeft getuige [getuige] contact opgenomen met verbalisant [verbalisant 4] om zijn verklaring te wijzigen. [27] Op 12 augustus heeft getuige [getuige] hetzelfde gedaan [28] en [getuige] heeft dit op 16 september 2025 gedaan. [29] [getuige] heeft tegen verbalisant [verbalisant 4] verklaard dat hij vanuit de gevangenis was bedreigd, net als [getuige] en dat [getuige] ook was gebeld. [30]
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte vanuit de penitentiaire inrichting in Arnhem [getuige] , [getuige] , [getuige] , [getuige] en [getuige] heeft gesproken en dat hij in die gesprekken bedreigingen en/of dreigende bewoordingen heeft gebruikt richting voornoemde personen ten einde hun verklaring bij de politie en/of de rechter te beïnvloeden. Nu verdachte in de telefoongesprekken er op aandrong dat de verklaringen van deze personen bij de politie zouden worden aangepast of juist werden gedaan, staat hiermee ook vast dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaringen zouden worden afgelegd.
Dat [getuige] vóór de eerst door de politie geregistreerde benadering door verdachte al contact met de politie heeft opgenomen om een eerdere verklaring aan te passen, doet aan het bovenstaande niet af, omdat uit de gesprekken van 9 augustus 2025 rond het middaguur kan worden afgeleid dat verdachte ook toen nog heeft gesproken met [getuige] en met een derde over het aanpassen van de verklaring van [getuige] .
Verdachte heeft tegenover de rechtbank ontkend dat hij opzet had op het beïnvloeden van de (vrijheid van) verklaring van bovengenoemde personen, maar dat hij hen alleen heeft benadrukt dat zij (tegen de politie) de waarheid over het incident moesten vertellen. Uit de door verdachte gebruikte bedreigende bewoordingen in de telefoongesprekken en het feit dat hij [getuige] dicteert wat deze moet aanhouden in zijn verklaring bij de politie blijkt naar het oordeel van de rechtbank het opzet op beïnvloeding echter zonneklaar, zodat de rechtbank dit standpunt van verdachte verwerpt.
De rechtbank acht dan ook het tenlastegelegde onder parketnummer 05/297266-25 wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde onder de parketnummer 05/220821-25 en het tenlastegelegde onder parketnummer 05/297266-25 heeft begaan, te weten dat:
05/220821-25, subsidiair
hij op
of omstreeks13 juli 2025 te Arnhem aan een ander, te weten [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer]
-
een ofmeerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en
/of- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te trappen;
05/297266-25
hij in
of omstreeksde periode van 07 augustus 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Arnhem opzettelijk mondeling
, door gebaren, bij geschrift en/of afbeeldingzich jegens [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, door die [getuige] en/of een of meerdere onbekend gebleven personen meerdere malen vanuit de penitentiaire inrichting te bellen en daarbij dreigend de woorden toe te voegen:
- " Als ik buiten kom en die boys hebben niets aangepast ik ... kankerkogels in hun hoofd",
- " Als ik buiten kom dan gaat hij (die [getuige] ) gewoon een paar bonkes vangen",
- " Als die kanker [naam] (die [getuige] ) zijn verklaring niet aanpast, ga ik heel die kankerslager opblazen",
- " Ik heb [naam] de keus gegeven om zijn verklaring aan te passen, anders is het oorlog als ik buiten kom"
- " Die [naam] ( [getuige] ) krijgt de kans om die kanker ding aan te passen, want als ik naar buiten kom, dan krijgt hij kanker grote problemen",
- " Die [naam] moet boeten en ik ga heel zijn kankerhuis afbranden met zijn zus, moeder, vader en iedereen erin",
althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking, van welke bedreigingen/ dreigende woorden voornoemde [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] en/of [getuige] kennis hebben genomen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
05/220821-25
zware mishandeling;
05/297266-25
opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter/ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat ten aanzien van verdachte het jeugdstrafrecht zal worden toegepast en verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, waarvan 140 dagen onvoorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast is gevorderd om als bijzondere voorwaarden op te leggen de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en daarbij te bepalen dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De officier van justitie heeft zich verzet tegen opheffing van de voorlopige hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om conform het advies verdachte via het jeugdstrafrecht af te straffen. De raadsman heeft aangevoerd dat er geen bezwaar is tegen de geadviseerde bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. Ook is er geen bezwaar tegen het forse onvoorwaardelijke deel als stok achter de deur. De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat het van belang is dat zijn cliënt niet terug gaat naar de gevangenis. De raadsman heeft verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling op de Drielsedijk in Arnhem. Hij heeft het slachtoffer meerdere malen tegen het hoofd geslagen en/of geschopt, ook nadat deze op de grond terecht was gekomen. Pas enig moment nadat het slachtoffer het bewustzijn had verloren, is verdachte opgehouden met de geweldshandelingen. En hoewel hij een ander heeft gevraagd om 112 te bellen, is hij er zelf vandoor gegaan en heeft het slachtoffer in bewusteloze en hulpeloze toestand achter gelaten. Dit is een bijzonder kwalijk feit, waarmee inbreuk is gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van geweldsdelicten kunnen daar nog lange tijd nadelige lichamelijke en/of psychische gevolgen van ondervinden. Maar dat niet alleen, verwerpelijk gedrag als dit tast ook het gevoel van veiligheid in de samenleving aan. Het feit vond namelijk plaats in de openbare ruimte met meerdere toeschouwers. De verdachte heeft kennelijk zijn eigen gevoelens van woede en/of frustratie boven de lichamelijke integriteit en het welbevinden van het slachtoffer gesteld en zich onvoldoende rekenschap gegeven van de gevolgen voor het slachtoffer en die voor de maatschappij.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan beïnvloeding van getuigen. Hij heeft vanuit de gevangenis meerdere personen opgebeld en bedreigingen geuit met het kennelijk doel dat degene die een verklaring hadden afgelegd deze in het voordeel van verdachte zouden aanpassen. De strafbaarstelling van dit feit beoogt de vrijheid van alle burgers te beschermen om onbelemmerd ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen. Dat burgers in vrijheid een verklaring kunnen afleggen, is van cruciaal belang voor een goede rechtspleging. Door zijn handelen heeft verdachte geprobeerd die rechtspleging te frustreren.
Strafblad
Uit de justitiële documentatie betreffende verdachte volgt dat hij in de vijf jaren voorafgaande aan het bewezenverklaarde onherroepelijk is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. De rechtbank zal het strafblad van verdachte dan ook niet in strafverzwarende of strafverlagende zin meewegen.
Reclasseringsadvies
In de adviezen van de reclassering van 16 december 2025 en 20 januari 2026 staat vermeld dat verdachte ten tijde van het geweldsfeit fors onder invloed van alcohol is geweest en dat dat alcoholgebruik een ontremmende werking heeft gehad op het gedrag van verdachte. Daarnaast staat vermeld dat het sociale netwerk, middelengebruik en verslaving en zijn psychosociaal functioneren ten grondslag hebben gelegen aan het tot stand komen van het geweldsfeit. In de adviezen staat verder dat verdachte zijn verantwoordelijkheid lijkt te willen nemen door aan te geven dat hij beseft dat hij fout is geweest en heeft gehandeld vanuit emotie.
Het risico op recidive en letsel wordt als hoog ingeschat door de reclassering. Het risico op onttrekking aan voorwaarden wordt als gemiddeld ingeschat.
De reclassering adviseert om het jeugdstrafrecht toe te passen. Naast de leeftijd van verdachte heeft de reclassering bij dat advies in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder begeleiding heeft gehad vanuit de justitiële keten en dat het jeugdstrafrecht beter aansluit bij de ontwikkelingsfase en begeleidingsbehoefte van verdachte. Ook heeft de reclassering in aanmerking genomen dat verdachte bij zijn moeder kan wonen, die hem zal ondersteunen en hulpverlening zal inzetten om de leefgebieden te stabiliseren, waardoor de reclassering de indruk heeft dat er sprake is van pedagogische beïnvloeding.
De reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, namelijk begeleiding van de jeugdreclassering in het kader van de ITB-Harde kern, een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en de getuigen, een locatieverbod voor Arnhem met elektronische monitoring, meewerken aan dagbesteding, het aflossen van schulden en ambulante begeleiding. De reclassering heeft daarnaast dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het toezicht geadviseerd omdat de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is.
Adolescentenstrafrecht
Verdachte was ten tijde van het plegen van het feit meerderjarig, maar wel jonger dan 23. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het plegen van een strafbaar feit tussen de 18 en 22 jaar oud was, kan het jeugdstrafrecht worden toegepast als omstandigheden gelegen in de persoon van de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd daartoe aanleiding geven. De rechtbank neemt het advies van de reclassering over en ziet aanleiding het jeugdsanctierecht toe te passen gelet op de persoon van verdachte. De mogelijkheden binnen het jeugdstrafrecht sluiten in dit geval beter aan om verdachte in de toekomst ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en daarmee de maatschappij te beschermen.
De op te leggen straf
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank de oplegging van jeugddetentie de enige passende straf. Verdachte heeft ter zitting zijn spijt betuigd en te kennen gegeven dat hij het voor het slachtoffer heel erg vindt. Ook is positief te noemen dat verdachte bereid is om mee te werken aan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank vindt de geadviseerde voorwaarden nodig om het recidiverisico te beperken en te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw de fout in gaat. Ook vindt de rechtbank een flinke stok achter de deur nodig om ervoor te zorgen dat verdachte mee blijft werken aan voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat het niet geboden is dat verdachte op dit moment teruggaat naar een (jeugd)gevangenis, maar verdachte moet wel beseffen dat hij veel te ver is gegaan.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie voor de duur van 240 dagen (8 maanden) opleggen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Gedurende deze proeftijd moet verdachte zich houden aan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, zoals vermeld in het dictum van dit vonnis. Deze acht de rechtbank noodzakelijk ter voorkoming van recidive. De rechtbank zal de duur van de elektronische monitoring beperken tot een maximum van zes maanden, gelijk aan de duur van het ITB Harde Kern-traject.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen/gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan. Uit het hiervoor genoemde reclasseringsadvies volgt dat het risico op letsel hoog wordt ingeschat. De rechtbank volgt dit advies. Daarom zal zij bevelen dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Opheffing voorlopige hechtenis
Gelet op de op te leggen straf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, zal de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het (primair) tenlastegelegde onder parketnummer 05/220821-25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.294,97 aan materiële schade en € 4.000,- aan smartengeld, telkens/allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij deels kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering deels kan worden toegewezen en deels moet worden afgewezen. Voor wat betreft de jas heeft de verdediging verzocht gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid van de rechtbank. Voor wat betreft de kosten voor de telefoon heeft de verdediging verzocht om dit deel van de vordering af te wijzen, omdat er geen sprake is van rechtstreekse schade. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden gematigd en daarbij aangevoerd dat de benadeelde in het begin ook heeft geslagen. De verdediging heeft een bedrag van € 2.000,- voorgesteld.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank zal hierna de gevorderde schadeposten afzonderlijk bespreken.
Telefoon € 1.200,17
De rechtbank is van oordeel dat er geen althans een onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezenverklaarde feit en de gevorderde kosten voor de telefoon. De gevorderde kosten worden daarom afgewezen.
Jas € 416,50
Dat er als gevolg van het bewezenverklaarde feit schade aan de jas is ontstaan en dat er daardoor voor de benadeelde partij de noodzaak bestond om een nieuwe/vervangende jas aan te schaffen, wordt door de verdediging niet betwist. Wel wordt de hoogte van de schade betwist. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij schade heeft opgelopen aan zijn jas als gevolg van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is met de verdediging van mening dat de hoogte van die schade echter onvoldoende onderbouwd is. Bij gebrek aan andere concrete aanknopingspunten voor de begroting van die schade, ziet de rechtbank mogelijkheid om van haar schattingsbevoegdheid gebruik te maken bij de begroting van de schade. op grond van artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank schat de vervangingswaarde van de jas op € 150,00. Het overige deel van de schade zal worden afgewezen.
Overige posten materiële schade € 678,80
De gevorderde kosten voor ziekenhuisopname (€ 190,-), het eigen risico (387,-), de reiskosten (94,90) en de parkeerkosten (€ 6,90) worden niet betwist, zijn onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft deze posten (totaal: € 678,80) kan worden toegewezen.
Totale materiële schade
De rechtbank zal, gelet op vorenstaande, in totaal een bedrag van € 828,80 aan materiële schade toewijzen. De rechtbank zal het overige deel van de vordering die ziet op de materiële schade afwijzen.
Smartengeld
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Door de zware mishandeling heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen. Hij had meerdere bloeduitstortingen in het gezicht (op de linkerzijde van het hoofd, de voorzijde én de rechterzijde) en een bloeding in de hersenen (links, voorzijde) uit een hersenkneuzing. Het herstel van de benadeelde partij heeft maanden in beslag genomen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij op basis van hetgeen thans is vastgesteld het smartengeld op een bedrag van € 3.000,00 vaststellen.
Wettelijke rente
Verdachte is wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Deze is opeisbaar vanaf het moment dat de schade is ontstaan. De rechtbank stelt de datum waarop de wettelijke rente opeisbaar is als volgt vast:
  • immateriële schade, vanaf 13 juli 2025, zijnde de pleegdatum van het delict;
  • materiële schade, vanaf 26 januari 2026, zijnde de datum van het indienen van de vordering, bij gebreke aan een andere gebleken of concreet gestelde datum van het ontstaan van de schade.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen met de daarbij horende dagen gijzeling. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285a en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/220821-25 primair ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
jeugddetentievoor de duur van
240 dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten
  • stelt als
  • stelt als
- verdachte zich uiterlijk op binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Save Jeugdbescherming Almere (aan de Haagbeukweg 149 (1318 MA) in Almere, telefoonnummer 088-9963000) en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;
- verdachte het ITB-Harde Kern-traject volgt, of een soortgelijk traject voor zover en voor zolang dat door de jeugdreclassering nodig wordt geacht;
- verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, daaronder begrepen de afspraken die worden opgesteld in het kader van ITB-Harde kern (dit betekent 6 maanden intensieve begeleiding van uit de jeugdreclassering);
- verdachte mee werkt aan diagnostiek en aan een hieruit voortvloeiende behandeling ten aanzien van de emotieregulatie problematiek, te bepalen door de jeugdreclassering. De behandeling duurt zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Verdachte werkt tevens mee aan een ambulante verslavingsbehandeling om te stoppen met drinken, te bepalen door de jeugdreclassering en indien de jeugdreclassering dit nodig acht. De inzet van urinecontroles kunnen onderdeel zijn van de behandeling, om te monitoren of het lukt om te stoppen met drinken;
- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004) en met de getuigen [getuige] , [getuige] , [getuige] , [getuige] en [getuige] , zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt;
- verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in Arnhem, zolang het openbaar ministerie dit noodzakelijk acht, waarbij verdachte zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze bijzondere voorwaarde. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het openbaar ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen. De maximumtermijn van het elektronisch toezicht bedraagt 6 maanden na de datum van dit vonnis.
- verdachte gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen en/of in overleg met de jeugdreclassering een andere zinvolle dagbesteding heeft (betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur). De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
- verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de jeugdreclassering inzicht in zijn financiën en schulden voor zolang en indien de jeugdreclassering dit nodig acht.
- verdachte meewerkt aan ambulante begeleiding, voor zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.
 stelt als
overige voorwaardendat:
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
 geeft opdracht aan jeugdreclassering Reclassering Save Jeugdbescherming Almere, te Almere, tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht
dadelijk uitvoerbaarzijn;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
 heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis;
De beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in verband met het subsidiaire feit onder parketnummer 05/220821-25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 828,80 aan materiële schade en € 3.000,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade
  • zijnde 26 januari 2026 ter zake van € 828,80;
  • zijnde 13 juli 2025 ter zake van € 3.000,00;
tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 wijst de vordering tot materiële schade/smartengeld voor het overige af;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 3.828,80 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente het moment van het ontstaan van de schade,
zijnde 26 januari 2026 ter zake van € 828,80;
zijnde 13 juli 2025 ter zake van € 3.000,00;
tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan/kunnen
38 dagen gijzelingworden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 februari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025332886, gesloten op 28 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 47-48.
3.Proces-verbaal aangifte, p. 11-12.
4.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer] d.d. 2 augustus 2025, p. 20-21.
5.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2026.
6.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 36-37.
7.Proces-verbaal bevindingen, p. 47-48.
8.Proces-verbaal bevindingen, p. 50-51.
9.Medische informatie, p. 27.
10.Letselinterpretatie van 22 januari 2026, opgesteld door forensisch arts H. Sigter.
11.Letselinterpretatie van 22 januari 2026, opgesteld door forensisch arts H. Sigter, p. 8 van 17.
12.Proces-verbaal van verdenking, p. 126 en de bijlagen bij de vordering van de benadeelde partij.
13.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2026.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 134.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 139.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 141.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 178.
18.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2026.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 146.
20.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2026.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 148.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 157.
23.Proces-verbaal van bevindingen, p. 152.
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 229.
25.Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] bij de rechter-commissaris van 20 januari 2026.
26.Proces-verbaal van bevindingen, p. 230.
27.Proces-verbaal van bevindingen, p. 40.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 45.
29.Proces-verbaal van bevindingen, p. 117.
30.Proces-verbaal van bevindingen, p. 117.