ECLI:NL:RBGEL:2026:1018

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
AWB 25/5843
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 5.1 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij omgevingsvergunning renovatie

Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 7 november 2025 waarbij aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning is verleend voor gevel- en dakrenovatie van huurwoningen aan een locatie in een plaats. Verzoekers, eigenaren van aangrenzende woningen, zijn het niet eens met dit besluit en hebben bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dit vereist, bijvoorbeeld bij dreiging van onomkeerbare situaties. Kort voor de zitting heeft de vergunninghouder toegezegd de werkzaamheden uit te stellen tot na de beslissing op bezwaar, hetgeen tijdens de zitting is bevestigd. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang.

Daarnaast is gebleken dat er weinig overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden, wat heeft geleid tot miscommunicatie en frustraties. De voorzieningenrechter dringt er bij partijen op aan om alsnog overleg te voeren.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5843

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker 1],

[verzoeker 2],
[verzoeker 3],
[verzoeker 4],
[verzoeker 5],
[verzoeker 6],
[verzoeker 7],
[verzoeker 8],
[verzoeker 9],
[verzoeker 10],
uit [plaats], verzoekers
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten

(gemachtigde: mr. J. Dignum).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Stichting Woonwaartsuit Nijmegen, vergunninghouder
(gemachtigde: mr. R.D. van Oevelen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van 7 november 2025, waarin aan vergunninghouder een omgevingsvergunning is verleend voor het renoveren van huurwoningen (gevel- en dakrenovatie) aan de [locatie] in [plaats]. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Op 8 oktober 2025 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning in verband met het renoveren van meerdere woningen (gevel- en dakrenovatie) aan de [locatie] in [plaats]. Dit betreffen huurwoningen die door vergunninghouder worden verhuurd. Verzoekers zijn eigenaar van woningen die grenzen aan deze huurwoningen.
2.2.
Bij besluit van 7 november 2025 is aan vergunninghouder de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Het betreft de activiteiten:
  • Bouwen – omgevingsplan (artikel 5.1., eerste lid, onder a, van de Omgevingswet);
  • Bouwen – technisch (artikel 5.1., tweede lid, onder a, van de Omgevingswet).
2.3.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.4.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker 1] en [persoon A] alsmede de gemachtigde van het college en [persoon B]. Namens vergunninghouder hebben aan de zitting deelgenomen: de gemachtigde van vergunninghouder en [persoon C].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
3. Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb luidt als volgt. Indien tegen een besluit bij de
bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3.1.
Een voorlopige voorziening wordt getroffen wanneer onverwijlde spoed dit vereist. Er moet dus niet gewacht kunnen worden op de afhandeling van het geschil in de hoofdzaak. Hierbij valt onder andere te denken aan de onmogelijkheid om de eventuele gevolgen van de uitvoering van het besluit nog te herstellen, oftewel er dient sprake te zijn van de mogelijkheid dat een onomkeerbare situatie ontstaat.
3.2.
Vergunninghouder heeft de voorzieningenrechter kort voor de zitting geïnformeerd alsnog bereid te zijn de werkzaamheden aan de woningen die grenzen aan die van verzoekers uit te stellen tot op het bezwaar is beslist. Op zitting heeft vergunninghouder nogmaals toegezegd de beslissing op bezwaar te zullen afwachten. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang meer is bij het treffen van een voorlopige voorziening.
3.3.
Wellicht ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Op zitting is gebleken dat er tussen vergunninghouder en verzoekers niet of nauwelijks overleg over de geplande werkzaamheden heeft plaatsgevonden.
Dit gebrek aan overleg heeft tot miscommunicatie en frustraties over en weer geleid. Op zitting hebben partijen aangegeven bereid te zijn met elkaar in overleg te gaan. De voorzieningenrechter dringt er bij partijen op aan om dit overleg daadwerkelijk te laten plaatsvinden.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.