Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1012

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11774452
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:52 BWArt. 6:119a BWArt. 6:262 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen uitzendovereenkomst tussen Tempflex en Albero Zorggroep

Tempflex Professionals B.V. vordert betaling van openstaande facturen van Albero Plus B.V. en De Kroon Zorginstelling B.V., gezamenlijk aangeduid als Albero Zorggroep, op grond van een raamovereenkomst voor bemiddeling van zorgpersoneel.

Albero en De Kroon betwisten de vordering en beroepen zich op opschorting van betaling wegens het niet aanleveren van documenten zoals vereist in de overeenkomst en het ontbreken van ondertekende urenoverzichten. De rechtbank oordeelt dat het beroep op opschorting niet gegrond is omdat er onvoldoende samenhang en proportionaliteit is tussen de verplichtingen, mede omdat Albero en De Kroon eerder facturen zonder deze documenten hebben betaald.

Verder hebben Albero en De Kroon niet kunnen bewijzen dat zij de facturen reeds hebben voldaan. De rechtbank wijst de vorderingen toe, inclusief wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum en buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. De proceskosten worden hoofdelijk aan Albero en De Kroon opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Albero en De Kroon worden veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten aan Tempflex.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11774452 \ CV EXPL 25-1989
Vonnis van 23 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Tempflex Professionals B.V.
gevestigd te Arnhem
eisende partij
hierna te noemen: Tempflex
gemachtigde: mr. S.K. Tuithof
tegen

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidAlbero Plus B.V.

gevestigd te Angeren
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Kroon Zorginstelling B.V.
gevestigd te Angeren
gedaagde partijen
hierna te noemen: (afzonderlijk) Albero en De Kroon of (waar nodig tezamen als) Albero Zorggroep
vertegenwoordigd door R. Ham (bestuurder van gedaagde partijen)

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 11;
- de conclusie van repliek met producties 9 t/m 14;
- de conclusie van dupliek;
- de akte vermindering van eis met producties 15 t/m 17;
- de antwoordakte.
1.2.
Vervolgens is de datum van het vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tempflex is een uitzend-/bemiddelingsbureau.
2.2.
Albero en De Kroon exploiteren beide een onderneming op het gebied van het aanbieden van woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking.
2.3.
Tussen Tempflex, Albero en De Kroon is op 24 januari 2024 een raamovereenkomst tot bemiddeling tot stand gekomen (met terugwerkende kracht) per 1 december 2023 voor de duur van 12 maanden. Albero en De Kroon zijn in de overeenkomst tezamen omschreven als Albero Zorggroep. Op grond van deze overeenkomst heeft Tempflex personen ter beschikking gesteld voor het verzorgen van mensen met een verstandelijke beperking in de woningen op verschillende locaties van Albero Zorggroep.
2.4.
In de overeenkomst is, voor zover thans van belang, bepaald:
Artikel 3 Bevoegd Pro- en bekwaamheidseisen
3.5
Opdrachtnemer zal er vóór aanvang van de Overeenkomst zorg voor dragen dat ALBERO ZORGGROEP over de volgende documenten van de ZZP’ers beschikt. Indien en voor zover deze wettelijk vereist zijn:
a. na vaststelling van de identiteit een geanonimiseerd afschrift van een geldig paspoort of een ander identiteitsbewijs;
b. indien de Werknemer niet de Nederlandse nationaliteit heeft een afschrift van de wettelijk vereiste (werk) vergunning;
c. kopieën van alle voor de uitvoering van de Opdracht benodigde vakdiploma’s, certificaten en getuigschriften;
d. eventuele BIG-registratie;
e. een kopie van de polis van de door de ZZP’er afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor de door hem verleende en nog te verlenen zorg;
f. verklaring omtrent het gedrag niet ouder dan drie maanden;
g inschrijving in het handelsregister.
(..)
Artikel 6 Facturering Pro en betaling
6.1
Opdrachtnemer factureert de Bemiddelingsvergoeding maandelijks op basis van een door ALBERO ZORGGROEP ondertekend urenoverzicht. De factuur specificeert de door de ZZP’er gewerkte uren, de over die uren verschuldigde bemiddelingsvergoeding en vermeldt apart de daarover berekende BTW.
2.5.
De overeenkomst tussen partijen is na de overeengekomen duur van 12 maanden beëindigd.
2.6.
Partijen zijn vervolgens in een discussie geraakt over de afronding van de overeenkomst. De discussie zag op betaling van openstaande facturen en het toezenden van de in artikel 3.5 van de overeenkomst genoemde documenten. Partijen zijn samen niet tot een oplossing gekomen en beroepen zich ieder op opschorting van de verplichtingen.

3.Het geschil

3.1.
Tempflex vordert, na vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad om:
- Albero te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 13.252,77 (bestaande uit € 15.239,97 aan hoofdsom, € 400,35 aan wettelijke handelsrente tot en met 19 maart 2025 en € 894,58 aan buitengerechtelijke kosten, waarop in mindering strekt
€ 3.282,13 aan betalingen), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 maart 2025;
  • De Kroon te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 2.854,15 (bestaande uit € 2.377,65 aan hoofdsom, € 119,97 aan wettelijke handelsrente tot en met 19 maart 2025 en € 356,53 aan buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 maart 2025;
  • met hoofdelijke veroordeling van Albero en De Kroon in de proceskosten, waaronder de nakosten.
3.2.
Tempflex legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Tempflex heeft op basis van de uitgevoerde werkzaamheden facturen aan Albero en De Kroon gezonden. Ondanks aanmaning hebben Albero en De Kroon de facturen niet betaald. Zij zijn daarom ook de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3.
Albero en De Kroon voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Tempflex.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag is of Albero en De Kroon de facturen van Tempflex moeten betalen, hetgeen Tempflex stelt en Albero en De Kroon betwisten.
4.2.
Het verweer van Albero en De Kroon is tweeledig. Enerzijds doen ze een beroep op opschorting omdat Tempflex tot op heden de in artikelen 3.5 en 6.1 van de raamovereenkomst (productie 1 bij dagvaarding) genoemde stukken niet heeft aangeleverd. Anderzijds zijn zij van mening dat ze alle facturen al hebben betaald.
Opschorting
4.3.
Als uitgangspunt voor opschorting geldt dat de partij die haar verbintenis wil opschorten, een opeisbare tegenvordering moet hebben. Dit geldt zowel bij artikel 6:52 BW Pro als bij artikel 6:262 BW Pro. Artikel 6:52 BW Pro eist dat er voldoende samenhang is tussen verbintenis en tegenvordering. Artikel 6:262 BW Pro eist dat sprake is van tegenover elkaar staande verplichtingen uit een wederkerige overeenkomst. Gelet op de mate van samenhang moet het vorderingsrecht van de schuldenaar ook in omvang zodanig zijn dat deze de opschorting kan rechtvaardigen. De kantonrechter is van oordeel dat hier geen sprake van is, als gevolg waarvan Albero en De Kroon geen gegrond beroep op opschorting hebben gedaan. Daartoe wordt het volgende overwogen.
Artikel 3.5 van de raamovereenkomst
4.4.
In artikel 3.5. van de raamovereenkomst (productie 1) is bepaald dat Tempflex de daarin genoemde documenten vóór aanvang van de overeenkomst aan Albero en De Kroon zal zenden. Vast staat dat Tempflex dit tot op heden niet heeft gedaan. Tempflex stelt dat zij op enig moment de betreffende documenten aan Albero Zorggroep heeft willen verstrekken maar dat de locatiemanagers van Albero Zorggroep hebben aangegeven dat ze deze stukken niet nodig hadden. Albero en De Kroon hebben deze stelling niet (gemotiveerd) weersproken. Daarnaast staat vast dat Albero en De Kroon vanaf aanvang van de overeenkomst (enkele) facturen hebben betaald, zonder dat zij beschikten over de in artikel 3.5 genoemde documenten. Als gevolg hiervan mocht Tempflex er in ieder geval vanuit gaan dat Albero en De Kroon, zij het stilzwijgend, ermee akkoord waren dat Tempflex de in 3.5 genoemde stukken niet vóór aanvang van de overeenkomst heeft toegezonden. Dit laat evenwel onverlet dat Tempflex alsnog gehouden is de betreffende stukken aan Albero en De Kroon toe te zenden en op nakoming ervan kan worden aangesproken door Albero en De Kroon.
4.5.
De kantonrechter is in dat kader echter wel van oordeel dat de verplichting van artikel 3.5 niet tegenover de verplichting tot betaling van de facturen door Albero en De Kroon staat (samenhangvereiste). De betalingsverplichting staat immers tegenover de verplichting tot het verlenen van de overeengekomen zorgdiensten. Daarbij komt dat de opschorting van de betalingsverplichtingen wegens het niet ontvangen van documenten niet in verhouding staat met de door Tempflex gefactureerde kosten (proportionaliteit). Ook hierin weegt mee dat Albero en De Kroon facturen van Tempflex hebben betaald zonder in het bezit te zijn van de documenten van artikel 3.5. Pas toen partijen in discussie zijn geraakt over de afronding (van de financiële kant) van de overeenkomst hebben Albero en De Kroon een beroep op artikel 3.5. van de raamovereenkomst gedaan. Op dat moment waren de betalingstermijnen van de door Tempflex verzonden facturen reeds vervallen. Indien en voor zover Albero en De Kroon van mening waren dat zij de in artikel 3.5. genoemde stukken eerst dienden te hebben alvorens zij voor de uitgevoerde zorgtaken konden betalen, hadden zij Tempflex na ontvangst van de eerste factuur hiertoe moeten aanmanen. Dit hebben zij nagelaten, zodat de stelling van Albero en De Kroon dat deze documenten noodzakelijk waren voor het kunnen inkopen van zorg, geen stand kan houden. De omstandigheid dat dit niet is gebeurd om dat Albero en De Kroon (tijdelijk) niet beschikten over een HR medewerker, maakt dit ook niet anders, nu dit voor risico van Albero en De Kroon dient te blijven. Een beroep op opschorting van de betalingsverplichtingen in verband met het niet nakomen van de in artikel 3.5 genoemde verplichting kan gelet op het voorgaande daarom niet slagen.
Artikel 6.1 van de raamovereenkomst
4.6.
Albero en De Kroon voeren nog aan dat zij de juistheid van de door Tempflex openstaande facturen pas kunnen controleren zodra zij de ondertekende urenoverzichten hebben ontvangen, zoals bepaald in artikel 6.1 van de raamovereenkomst. Tempflex heeft deze stukken nimmer aangeleverd, aldus Albero en De Kroon.
Tempflex erkent dat deze verplichting in de overeenkomst is opgenomen maar stelt dat gedurende de gehele samenwerking Albero en De Kroon op geen enkel moment hebben gevraagd om ondertekende urenoverzichten. In de praktijk was de vaste werkwijze dat facturen rechtstreeks aan de manager van de betreffende groep werden gestuurd en bij onduidelijkheid overleg via de e-mail plaatsvond. Deze werkwijze is ook gehanteerd ten aanzien van de facturen die Albero en De Kroon wel hebben betaald. Tempflex is daarom van mening dat Albero en De Kroon de gehanteerde werkwijze stilzwijgend hebben aanvaard, als gevolg waarvan zij het onredelijk vindt dat Albero en De Kroon dit punt thans opwerpen als verweer tegen hun betalingsverplichting.
4.7.
Albero en De Kroon hebben de stelling van Tempflex over de vaste werkwijze onweersproken gelaten. Daarnaast staat vast dat Albero en De Kroon facturen hebben betaald die zij conform de door Tempflex gestelde vaste werkwijze hebben ontvangen, dus zonder de thans gewenste urenlijsten. Aangezien niet gebleken is dat Albero en De Kroon kort na ontvangst van de facturen expliciet om de urenoverzichten hebben gevraagd bij Tempflex, mocht Tempflex ervan uitgaan dat Albero en De Kroon zich conformeerden naar deze werkwijze. Gelet daarop kunnen Albero en De Kroon in redelijkheid thans niet aan Tempflex tegenwerpen dat zij (nog) niet tot betaling van openstaande facturen hoeven over te gaan omdat zij geen ondertekende urenoverzichten hebben ontvangen.
4.8.
Gezien de feitelijke gang van zaken en het ontbreken van (voldoende) samenhang en proportionaliteit tussen de verplichtingen over en weer is de kantonrechter van oordeel dat er geen gegronde reden aanwezig is voor een beroep op opschorting van de betalingsverplichtingen van Albero en De Kroon. Dit brengt mee dat Albero en De Kroon de facturen binnen de gestelde betalingstermijn hadden moeten betalen, hetgeen zij hebben nagelaten.
Facturen al betaald?
4.9.
Vervolgens stellen Albero en De Kroon dat zij de facturen al betaald hebben. Aangezien dit een bevrijdend verweer is dragen Albero en De Kroon op grond van artikel 150 Rv Pro de bewijslast van die stelling. Het was daarom aan Albero en De Kroon om bewijs van betalingen te overleggen en daarbij aan te geven op welk facturen die betalingen zien. Albero en De Kroon hebben dat nagelaten, terwijl zij daartoe wel de mogelijkheid toe hebben gehad nadat Tempflex haar vorderingen heeft verminderd. Een en ander heeft tot gevolg dat de juistheid van de stelling van Albero en De Kroon niet vastgesteld kan worden.
4.10.
Aangezien Albero en De Kroon voor het overige de hoogte van de facturen niet dan wel onvoldoende gemotiveerd hebben betwist, wordt van de juistheid daarvan uitgegaan. De conclusie is daarom dat Albero en De Kroon de facturen aan Tempflex moeten betalen. De gevorderde hoofdsommen worden daarom toegewezen.
Wettelijke handelsrente
4.11.
De gevorderde wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) wordt toegewezen nu Albero en De Kroon deze verschuldigd zijn vanaf de vervaldatum van de facturen. Nu in het gevorderde bedrag de rente tot en met 19 maart 2025 is begrepen, wordt de rente toegewezen vanaf 20 maart 2025.
Buitengerechtelijke kosten
4.12.
Tempflex vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hiervoor is geoordeeld dat Albero en De Kroon de facturen van Tempflex verschuldigd zijn.
Tempflex heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij meerdere incassohandelingen heeft verricht die de vergoeding van de gevorderde buitengerechtelijke kosten rechtvaardigen.
De gevorderde bedragen van € 894,58 (in geval van Albero) en € 356,53 (in geval van De Kroon) zijn conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en worden daarom toegewezen.
4.13.
Albero en De Kroon worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Deze veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen.
4.14.
De proceskosten van Tempflex worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,30
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.533,30
4.15.
Deze uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Tempflex dit heeft verzocht en Albero en De Kroon hier geen (kenbaar) verweer tegen hebben gevoerd.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt
Alberoom aan Tempflex te betalen een bedrag van € 13.252,77, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) over € 11.957,84 vanaf
20 maart 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt
De Kroonom aan Tempflex te betalen een bedrag van € 2.854,15, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) over € 2.377,65 vanaf
20 maart 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt
Albero en De Kroon, hoofdelijk, in de proceskosten van € 2.533,30 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Albero en De Kroon niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of ander gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
40140 \ 560