ECLI:NL:RBGEL:2026:1009
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling nihil tegemoetkoming NOW-3 en terugvordering voorschot
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-3 voor de vierde aanvraagperiode is vastgesteld op nihil en het betaalde voorschot van €16.614 is teruggevorderd. De minister stelde dat eiser niet tijdig een definitieve aanvraag had ingediend, ondanks herinneringsbrieven en een verlengde termijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet tijdig de aanvraag heeft ingediend. Hoewel eiser stelde dat hij de aanvraag op 13 februari 2023 via e-herkenning had gedaan, bleek uit een schermafdruk van zijn persoonlijke UWV-omgeving dat dit niet het geval was voor de NOW-3 vierde aanvraagperiode. De rechtbank acht het de verantwoordelijkheid van eiser om op de hoogte te zijn van de voorwaarden en termijnen.
Eiser voerde aan dat brieven naar een oud adres waren gestuurd, maar de rechtbank vond dat eiser redelijkerwijs kon weten dat hij tijdig moest aanvragen, mede omdat hij andere aanvragen wel tijdig had ingediend en een brief op het juiste adres was ontvangen. De terugvordering van het voorschot is niet onevenredig, mede omdat een betalingsregeling is getroffen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen gelijk en ook geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Klein Egelink op 12 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de tegemoetkoming NOW-3 op nihil en de terugvordering van het voorschot wordt ongegrond verklaard.