ECLI:NL:RBGEL:2026:1000

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11569792
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor beschadiging asfalt door werkzaamheden aan bomen

In deze civiele zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens beschadiging van haar asfaltoprit tijdens kap- en snoeiwerkzaamheden uitgevoerd door gedaagden. De werkzaamheden vonden plaats in 2024, waarbij bomen werden gerooid en takken werden verwerkt met een schraper die schade aan het asfalt veroorzaakte. Eiseres bracht bewijs in, waaronder een rapport van een gespecialiseerd bedrijf dat herstelkosten begrootte op ruim €20.000.

Gedaagden erkenden dat schade was ontstaan, maar betwistten de omvang van de vermogensschade en stelden dat herstel door opvullen van de gaten voor circa €5.000 mogelijk was. Getuigenverklaringen bevestigden het ontstaan van diepe krassen en gaten, die na bijna twee jaar niet waren verergerd. De rechtbank oordeelde dat het asfalt ondanks de schade nog functioneel was en dat herstel door opvullen proportioneel en voldoende was om verdere schade te voorkomen.

De rechtbank stelde de totale schade, inclusief esthetische schade, vast op €9.000, maar vond een vergoeding van ruim €15.000 voor esthetisch herstel niet proportioneel. Na verrekening van een factuur van gedaagden bleef een netto schadevergoeding van €5.370 over, die werd toegewezen met wettelijke rente vanaf 3 juli 2024. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiseres toegekend. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €5.370 schadevergoeding plus rente en kosten wegens beschadiging van het asfalt.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11569792 \ CV EXPL 25-552
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. T.J.J. Kuiper,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde 3],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. W. Korbecka.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 juli 2025
- de akte van [eiseres]
- de akte van [gedaagden]
- het getuigenverhoor van 24 november 2025
- de akte uitlaten enquête en aanvullende productie [eiseres]
- de conclusie van enquête van [gedaagden]
- de akte na getuigenverhoor van [eiseres]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis is aan [eiseres] opgedragen te bewijzen dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door [naam 1] krassen op de weg zijn ontstaan. Tevens is [eiseres] in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen dat de aanwezigheid van krassen voor haar een benadeling betreft.
2.2.
[eiseres] heeft bij akte een rapport ingebracht van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). Hierin staat onder meer:
“(…) Op [adres 1] zijn op 25 juli 2025 schades waargenomen, zoals weergegeven op bijgevoegde foto’s. Met name de diepere gaten ziet er erg slecht uit. Die kunnen leiden tot meer materiaalverlies doordat er verkeer overheen rijd en er voor zorgt dat de gaten groter worden. Verder zijn er ook krassen waargenomen sommige minder diep dan andere maar voor aangezicht niet mooi net als een kras op de auto. (…) De diepere krassen kunnen in verloop van tijd wel gaan rafelen om de scheuren heen. Doordat het verkeer erover heen rijd. Al deze schades kunnen in een termijn van 5 jaar kunnen verergeren zodat het asfalt dan alsnog vervangen moet worden. (…)
Ik adviseer om de deklaag te verwijderen en een nieuwe aan te brengen. Dat houd in: 40 mm frezen en 40 mm nieuw surf 11 aan te brengen. Het zou dan gaan om ca 608 m2 om het weer 1 mooi geheel van te maken.(…)”.Het rapport eindigt met een aanbieding voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor € 20.599,04 inclusief btw.
2.3.
[eiseres] heeft verder twee getuigen doen horen, namelijk haar twee vennoten [naam 2] en [naam 3] . Deze hebben het volgende verklaard:
[naam 2] :
“Wij wonen in [plaats] in een boerderij. Ons erf loopt vanaf de straat langs de woning en de schuren. Op het rapport van [bedrijf 1] staat een foto van ons perceel. Aan de rechterkant ziet u de woning en aan de rechterkant is ook de straat. Het erf is in 2022 geasfalteerd. Het was eerst stenen met beton. Het beton is eruit gebroken en alles is geasfalteerd behalve de eerste vijf meter vanaf de straat. Het totale oppervlakte is ongeveer 60 are het zal zo’n 80
meter lang zijn. Langs de zijkant staan allerlei bomen. In 2024 hebben wij [gedaagden] opdracht gegeven om de bomen te rooien. Ik was erbij toen de werkzaamheden gebeurden. Er is ook een promotiefilmpje van gemaakt door [naam 4] de vrouw van [gedaagde 2] . Bij het snoeien werden de kruinen en grote takken op de grond gelegd. De takken werden vervolgens opgepakt door een kraantje wat op de snipperaar stond. De snipperaar zat aan de tractor vast. De snippers waren voor [gedaagde 2] , die ze heeft verkocht. Na het einde van de werkzaamheden lag overal zaagsel en snippers. Een paar dagen later werden de snippers opgehaald en zagen wij de schade. De hele oprit van voor tot achter heeft nu diepe krassen. Voor de werkzaamheden was er helemaal geen schade. We hebben de schade meteen
gemeld maar zij zijn nog niet wezen kijken. Op dit moment is de schade nog steeds hetzelfde. De vegen zijn wel iets vervaagd maar de diepe krassen zijn niet afgesleten en ook niet groter geworden.”.[naam 3] :
“Naast ons erf staat een rij bomen. Wij hebben in 2022 het erf opgeknapt en er asfalt gelegd. Het asfalt was geschikt voor zwaar verkeer. U laat mij de foto zien op het rapport van [bedrijf 1] , daar is inderdaad het asfalt op te zien en de rij bomen daarboven. Ongeveer twee
jaar na het aanbrengen van het asfalt hebben wij [gedaagde 2] gevraagd twintig bomen uit de singel rond het erf te halen. De bomen waren meer dan twintig meter hoog en hij heeft een hoogwerker en kon de bomen kappen. De stammen zijn plat op het erf gelegd. Ze lagen op het asfalt en dat mocht ook. [gedaagde 2] heeft niets verkeerd gedaan maar de schraper heeft vervolgens schade aan het asfalt toegebracht. Ik was daarbij en dacht aanvankelijk dat het wel meeviel, Ik heb er op dat moment niets over gezegd want ik dacht dat het vakmensen waren. De schraper is een kraan op de tractor die de losse takjes heeft opgepakt en in de hakselaar heeft gegooid. De stammen zijn in stukken van een meter of vijf gezaagd en een deel daarvan is meegenomen. Ik heb later gezien dat het erge krassen waren. Toen heb ik [gedaagde 2] gebeld en gevraagd om te komen maar hij is niet geweest. De krassen zien er nog hetzelfde uit, het is de afgelopen jaren niet erger geworden.”.
2.4.
Ter gelegenheid van het getuigenverhoor heeft [eiseres] een productie overgelegd, namelijk een e-mailbericht van 12 maart 2024 van [gedaagden] aan [eiseres] , waarin onder andere staat:
“(…) Op 27-01 hebben wij voor uw snoei en kapwerkzaamheden verricht aan uw singel. Tijdens het uitvoeren van deze werkzaamheden is er schade ontstaan aan uw asfalt. (…) Ondertussen hebben wij op de achtergrond een en ander even uitgezocht. Deze schade is veroorzaakt door een voertuig van [naam 5] te [plaats] . Wij kunnen dit dus niet verder voor u afhandelen. (…)”.
2.5.
[gedaagden] heeft afgezien van een contra-enquête. Hij heeft wel een tweetal foto’s als nadere productie ingebracht. Partijen hebben over en weer gereageerd op elkaars stukken en (nadere) standpunten.
2.6.
Volgens de wet, artikel 164 Rv Pro, kan een partij als getuige optreden. Tot 1 januari 2025 was in het toenmalige lid 2 van dit artikel bepaald dat indien een partij als getuige is gehoord, haar verklaring omtrent door haar te bewijzen feiten geen bewijs in haar voordeel kan opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Deze bepaling is per 1 januari 2025 geschrapt. Met de verklaringen van de getuigen is het [eiseres] geslaagd in de bewijslevering.
2.7.
De volgende vraag, die te beantwoorden is, is de vraag of de beschadiging van het asfalt ook vermogensschade voor [eiseres] inhoudt en, zo ja, tot welke omvang. Zoals in het tussenvonnis is overwogen, is het mogelijk dat ondanks de aanwezigheid van schade er geen vermogensschade geleden is.
[eiseres] vordert een vergoeding van ruim € 22.000,00 (en verrekent een gedeelte met de factuur van [gedaagden] ). Dit bedrag is afkomstig uit de bij dagvaarding overgelegde offerte van Asfalt-onderhoud en nader onderbouwd met het rapport van [bedrijf 1] . Volgens [eiseres] zal alleen de totale vervanging van het asfalt over de gehele oppervlakte van de oprit leiden tot herstel in de toestand zoals die vóór de beschadigingen was.
[gedaagden] betwist dat sprake is van vermogensschade en stelt dat, als er al vermogensschade zou zijn, dit een omvang van € 5.000,00 niet te boven zal gaan, omdat voor een dergelijk bedrag de gaten en (diepe) krassen gevuld kunnen worden. [gedaagden] heeft bij antwoord hiervoor onderbouwing aangedragen. Hij acht de gevorderde schadevergoeding buitenproportioneel.
2.8.
Vast staat dat het asfalt ook met de gaten en krassen nog steeds in volle omvang de functie vervult die het daarvoor ook had. Uit het rapport van [bedrijf 1] volgt, dat de kans bestaat dat de krassen en gaten door het gebruik van de weg in vijf jaar tijd nog in omgang zullen toenemen, doordat de randen van de krassen en gaten afbrokkelen.
Uit de verklaringen van de getuigen blijkt, dat deze verergering zich in de eerste bijna twee jaar na het ontstaan van de schade nog niet heeft voorgedaan. Het is dan ook de vraag of dit risico op verergering zich zal verwezenlijken. Het betreft immers asfalt waarover niet heel intensief gereden wordt.
2.9.
Bij het vaststellen van de omvang van een schadevergoeding geldt dat in beginsel de kosten voor herstel van de schade het uitgangspunt zijn. [eiseres] heeft niet betwist dat het opvullen van de gaten en krassen voor € 5.000,00 mogelijk is. Wanneer zou worden volstaan met herstel op deze wijze zal het risico op verdere schade niet meer aanwezig zijn. Er zijn dan immers geen randen meer die verder kunnen gaan afbrokkelen. De fysieke schade zal daarmee hersteld zijn. Wel blijven na het opvullen het wegdek de reparatieplekken zichtbaar. Er zal in elk geval kleurverschil zijn. Dit betreft esthetische schade.
2.10.
Indien (verder) herstel slechts vanuit esthetisch oogpunt wenselijk is, leidt dit niet zonder meer tot de conclusie dat herstel om die reden niet aan de orde is, maar spelen bij de bepaling van de omvang van de schadevergoeding ook proportionaliteit en de redelijkheid en billijkheid een rol. Een schadevergoeding van ruim € 15.000,00 voor het herstel van het ‘plaatje’ is in dit geval niet proportioneel en kan in redelijkheid niet van [gedaagden] worden verlangd. De omvang van de totale schade, dus de fysieke schade plus de esthetische schade wordt in dit geval begroot op € 9.000,00.
2.11.
Het voorgaande leidt tot de volgende conclusies. Tussen partijen staat vast dat [eiseres] de factuur van [gedaagden] voor een bedrag van € 3.630,00 inclusief btw zal moeten voldoen. [eiseres] heeft in zijn vordering daarmee via verrekening rekening gehouden. [eiseres] heeft immers het (gestelde) te vorderen bedrag met de tegenvordering van [gedaagden] verminderd. [gedaagden] heeft in (voorwaardelijke) reconventie betaling van de factuur gevorderd, vermeerderd met rente. Nu de vordering van [gedaagden] teniet is gegaan door de verrekening met schade die vóór de factuurdatum is ontstaan en [eiseres] met succes een beroep heeft gedaan op opschorting en verrekening, is geen wettelijke rente verschuldigd geworden. Na verrekening resteert voor [eiseres] een vordering van
€ 9.000,00 -/- € 3.630,00 = € 5.370,00. Dat bedrag zal toegewezen worden. Omdat het een schadevergoeding betreft is niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente toewijsbaar. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar, maar de forfaitaire hoogte daarvan zal worden aangepast aan de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 643,50 worden toegewezen.
2.12.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
117,65
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.421,00
(3,5 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.134,65.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 5.370,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 643,50 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 3.134,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.