In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 10 november 2025 een beschikking gegeven in een verzoekschriftprocedure. Verzoekster, ABN AMRO BANK N.V., heeft verlof gevraagd om het huurbeding, beheerbeding en ontruimingsbeding in te roepen tegen verschillende belanghebbenden, waaronder (onder)huurders van een onroerende zaak. De procedure is gestart met een verzoekschrift op 9 september 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 3 november 2025. De belanghebbenden zijn niet verschenen, ondanks behoorlijke oproeping.
De feiten van de zaak zijn als volgt: belanghebbenden hebben in 2006 een hypotheekakte getekend waarbij een recht van eerste hypotheek is gevestigd op een onroerende zaak. In deze akte zijn bepalingen opgenomen die verzoekster het recht geven om het onderpand in beheer te nemen en te ontruimen indien de hypotheekgevers in verzuim zijn. Verzoekster heeft in juni 2025 de geldlening opgezegd en het uitstaande saldo opgeëist, omdat de hypotheekgevers in gebreke zijn gebleven.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het verzoek van verzoekster toewijsbaar is, met de voorwaarde dat de ontruiming niet door verzoekster zelf mag worden uitgevoerd, maar door een deurwaarder. De ontruimingstermijn is vastgesteld op twee weken, in plaats van de door verzoekster gevraagde drie dagen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte is afgewezen.