ECLI:NL:RBGEL:2025:9929

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/05/456859 / HA ZA 25-383
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst en toewijzing betaling schadevergoeding en proceskosten

In deze civiele zaak vordert eiser betaling van diverse bedragen en kosten van gedaagde, die niet is verschenen. De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden op 25 juni 2025. Vervolgens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €23.747,60 inclusief BTW, een schadevergoeding van €1.828,00 inclusief BTW, en kosten van een rapport van €3.675,38 inclusief BTW, elk vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijk 3 juli en 4 september 2025.

Daarnaast worden de beslagkosten tot op heden vastgesteld op €4.026,87 en de proceskosten op €2.151,47, welke eveneens door gedaagde moeten worden betaald. De rechtbank wijst de vordering tot betaling van kosten van nog te leggen conservatoir beslag af, omdat deze niet bij voorbaat kunnen worden gevorderd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De procedure verliep via verstek, aangezien gedaagde niet is verschenen. De rechtbank acht de vorderingen gegrond en wijst het meer of anders gevorderde af. De wettelijke rente wordt toegewezen conform artikel 6:119 BW Pro. De uitspraak is op 5 november 2025 in Arnhem gedaan door rechter S.A. van den Toorn.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst en veroordeelt gedaagde tot betaling van schadevergoeding, kosten en wettelijke rente, met uitzondering van toekomstige conservatoire beslagkosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/456859 / HA ZA 25-383
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J. Ouwehand te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [bedrijf] ,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar, met uitzondering van ‘de kosten van het nog te leggen conservatoire beslag’. Wat dit laatste betreft geldt dat de kosten van toekomstig conservatoir beslag niet bij voorbaat kunnen worden gevorderd. De beslagkosten worden vastgesteld op:
- kosten deurwaardersexploten
2.909,87
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
786,00
Totaal
4.026,87.
(1,0 punt(en) × € 786,00)
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
1.043,00
(€ 1.374,00 - € 331,00)
- salaris advocaat
786,00
(1 punt × € 786,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.151,47.
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden op 25 juni 2025,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om, na verrekening, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 23.747,60 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een schadevergoeding ter hoogte van € 1.828,00 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 3 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen de kosten van het Rapport ter hoogte van € 3.675,38 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 4 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 4.026,87,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.151,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de beslag- en proceskosten met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken en ondertekend op 5 november 2025.