ECLI:NL:RBGEL:2025:9929
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding overeenkomst en toewijzing betaling schadevergoeding en proceskosten
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van diverse bedragen en kosten van gedaagde, die niet is verschenen. De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden op 25 juni 2025. Vervolgens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €23.747,60 inclusief BTW, een schadevergoeding van €1.828,00 inclusief BTW, en kosten van een rapport van €3.675,38 inclusief BTW, elk vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijk 3 juli en 4 september 2025.
Daarnaast worden de beslagkosten tot op heden vastgesteld op €4.026,87 en de proceskosten op €2.151,47, welke eveneens door gedaagde moeten worden betaald. De rechtbank wijst de vordering tot betaling van kosten van nog te leggen conservatoir beslag af, omdat deze niet bij voorbaat kunnen worden gevorderd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De procedure verliep via verstek, aangezien gedaagde niet is verschenen. De rechtbank acht de vorderingen gegrond en wijst het meer of anders gevorderde af. De wettelijke rente wordt toegewezen conform artikel 6:119 BW Pro. De uitspraak is op 5 november 2025 in Arnhem gedaan door rechter S.A. van den Toorn.
Uitkomst: De rechtbank ontbindt de overeenkomst en veroordeelt gedaagde tot betaling van schadevergoeding, kosten en wettelijke rente, met uitzondering van toekomstige conservatoire beslagkosten.