ECLI:NL:RBGEL:2025:9888
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Tikken
- L.L. van Benthem
- A.S. van Middelkoop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag dividendbelasting na beroep belanghebbende
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd door de inspecteur. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat werd doorgezonden als rechtstreeks beroep naar de rechtbank Gelderland. De zaak werd gelijktijdig behandeld met een vergelijkbare zaak (zaaknummer 24/2640).
Tijdens de zitting verklaarde belanghebbende zich onvoorwaardelijk te beroepen op de inhoudingsvrijstelling van artikel 4, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965, mits de aanslag in de andere zaak in stand zou blijven. De rechtbank oordeelde in de andere zaak dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, waardoor in deze zaak de aanslag vernietigd moest worden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De vergoeding voor rechtsbijstand werd vastgesteld op €1.814. Door toepassing van prorogatie was er geen vergoeding voor de kosten van het bezwaar.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 19 november 2025. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag dividendbelasting en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.