ECLI:NL:RBGEL:2025:9818

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
C/05/455072 / HA ZA 25-320
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevolgen van een buitenlands faillissement voor een lopende civiele procedure

In deze zaak, die voor de Rechtbank Gelderland is behandeld, betreft het een tussenuitspraak in een civiele procedure tussen V.G.A.A. B.V. en de rechtspersoon naar buitenlands recht In-Trauma Medtec Solutions GmbH. De rechtbank heeft op 5 november 2025 uitspraak gedaan over de gevolgen van een buitenlands faillissement voor de lopende procedure. De eisende partij, VGAA, heeft in de procedure aangevoerd dat de opening van de insolventieprocedure tegen In-Trauma in Duitsland niet automatisch rechtsgevolgen heeft in Nederland. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de beslissing van het Duitse Amtsgericht Rottweil tot opening van de insolventieprocedure op 1 september 2024 erkend moet worden in Nederland. Dit betekent dat de procedure tegen In-Trauma van rechtswege is geschorst en naar de parkeerrol is verwezen. De procedure tegen de andere gedaagde partij, [gedaagde 1], kan echter worden voortgezet. VGAA moet een conclusie nemen waarin zij haar eis tegen [gedaagde 1] uiteenzet, evenals de verweren van [gedaagde 1]. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie en het overleggen van bewijsstukken van betekening in Duitsland. De verdere beslissing is aangehouden tot een latere datum.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/455072 / HA ZA 25-320
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
V.G.A.A. B.V.,
gevestigd te Gameren,
eisende partij,
hierna te noemen: VGAA,
advocaat: mr. R. Stekelenburg,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
IN-TRAUMA MEDTEC SOLUTIONS GMBH,
gevestigd te Tuttlingen, Duitsland,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [gedaagde 1] en In-Trauma.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 8 oktober 2025
  • de akte van VGAA.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere overwegingen

2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank VGAA in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over, kort gezegd, de gevolgen van het openen van een insolventieprocedure tegen In-Trauma voor de Duitse rechter.
2.2.
VGAA werpt op dat niet vaststaat dat de beslissing tot opening van de insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft in Duitsland, in de zin van art. 19 lid 1 van de Herschikte Insolventieverordening (nr. 2015/848). Erkenning van die beslissing en het verbinden van gevolgen aan die beslissing voor de onderhavige procedure tegen In-Trauma is dan nog niet aan de orde, aldus VGAA.
2.3.
In dit standpunt kan VGAA niet worden gevolgd. Uit de stukken die zijn gepubliceerd op de in het tussenvonnis bedoelde website volgt dat het Amtsgericht Rottweil – Insolvenzgericht – op 1 september 2024 om 09.00 uur de insolventieprocedure (“Das Insolvenzverfahren”) over het vermogen van In-Trauma heeft geopend. Volgens § 80 sub 1 Insolvenzordnung gaat daarmee het recht van In-Trauma om over haar vermogen het beheer te voeren en te beschikken, over op de Insolvenzverwalter. Aldus is genoegzaam gebleken van rechtsgevolgen in Duitsland. De beslissing van de Duitse rechter tot opening van de insolventieprocedure wordt dus in Nederland erkend.
2.4.
Subsidiair heeft VGAA zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De procedure tegen In-Trauma is dan ook op de gronden die zijn genoemd in het tussenvonnis van rechtswege geschorst te achten. Deze procedure zal worden verwezen naar de parkeerrol.
2.5.
De procedure tegen [gedaagde 1] kan worden vervolgd op de wijze die is aangekondigd in het tussenvonnis. VGAA dient dus een conclusie te nemen waarin zij de eis tegen [gedaagde 1] en de gronden daarvan, alsmede de door [gedaagde 1] tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor en de bewijsmiddelen waarover zij kan beschikken moet uiteenzetten overeenkomstig het voorschrift van art. 111 lid 2 onder d en art. 111 lid 3 Rv. De conclusie moet dus voldoen aan de eisen die aan de dagvaarding op dit punt worden gesteld. Verder moet VGAA [gedaagde 1] alsnog bij exploot oproepen, waarbij tevens afschriften van dit vonnis, van het tussenvonnis van 8 oktober 2025 en van de hiervoor bedoelde conclusie aan [gedaagde 1] worden betekend.
2.6.
De rechtbank zal de zaak nu verwijzen naar de rol voor het nemen van de conclusie en het overleggen van het exploot, zoals in 2.5. bedoeld, alsmede voor het overleggen van de bewijsstukken van betekening in Duitsland.
2.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in de procedure tegen In-Trauma
3.1.
verstaat dat de procedure van rechtswege is geschorst,
3.2.
verwijst de procedure naar de parkeerrol van 1 april 2026,
in de procedure tegen [gedaagde 1]
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
14 januari 2026voor het verrichten van de in 2.6. bedoelde proceshandelingen,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.
512/1547