ECLI:NL:RBGEL:2025:9809

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
C/05/456292 / JE RK 25-921
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling in een jeugdzorgzaak met betrekking tot vier kinderen

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Gelderland op 7 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van Jeugdbescherming Gelderland (de GI) om de ondertoezichtstelling van vier kinderen te verlengen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat er geen sprake meer is van een ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen, die bij hun moeder wonen. De moeder heeft thuisonderwijs gegeven en de GI heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de kinderen cognitief achterstanden hebben. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de situatie met de vader, die eerder onveilige situaties veroorzaakte, is verbeterd. De moeder heeft de zorg voor de kinderen goed opgepakt en er zijn geen zorgen over hun opvoeding of sociale ontwikkeling. De kinderrechter heeft het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling afgewezen, omdat de wettelijke criteria hiervoor niet meer voldaan zijn. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/456292 / JE RK 25-921
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Gelderland,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Arnhem,
over
[kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 1] ,
[kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 2] ,
[kind 3], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 3] ,
[kind 4], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M.P. Gerrits uit Wijchen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 augustus 2025;
  • een brief met aanvullende producties van mr. Gerrits, ingekomen op 6 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] naar hun mening gevraagd. Zij hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 oktober 2024 is het gezamenlijk ouderlijk gezag beëindigd en is de moeder alleen belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] . Daarnaast is de vader het recht op omgang met [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] ontzegd.
2.2.
[kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voornoemde beschikking van 24 oktober 2024 [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] onder toezicht gesteld tot 10 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI het verzoek gehandhaafd en nog nader toegelicht. Het is de GI in het afgelopen jaar niet gelukt om meer zicht te krijgen op de cognitieve ontwikkeling van de kinderen. De kinderen zijn in therapie geweest bij een door de moeder ingezette holistisch behandelaar, maar de informatie van die behandelaar over de kinderen was naar mening van de GI niet concreet genoeg. De GI heeft flink moeten zoeken naar een GGZ praktijk die een onderzoek zou kunnen uitvoeren bij kinderen die geen regulier onderwijs volgen maar de moeder heeft laten weten dat zij een dergelijk onderzoek niet kan ondersteunen. De moeder heeft een andere visie op de ontwikkeling van de kinderen en vindt dat zij op hun niveau zitten. De GI heeft dan ook niet vast kunnen stellen of de cognitieve niveaus voldoende zijn voor de kinderen en weet ook niet goed wat zij nog meer zouden kunnen gaan inzetten. De GI heeft in het afgelopen jaar wel zicht gekregen op de veiligheid en de leefsituatie van de kinderen, daar heeft de GI geen zorgen over. De situatie met de vader is rustiger geworden en de kinderen wonen samen met de moeder in een mooie woning waar alles aanwezig is voor ze.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder is van mening dat de ondertoezichtstelling niet moet worden verlengd omdat de kinderen niet langer in hun ontwikkeling worden bedreigd. De moeder en de kinderen hebben een onrustige tijd achter de rug en dit had alles had vooral te maken met het gedrag van de vader. Het gedrag van de vader zorgde voor onveilige situaties voor de kinderen en dit had een flinke impact op hun levens. Inmiddels is de vader de omgang met de kinderen ontzegd en is er – sinds januari - een contact - en locatieverbod van kracht. De situatie is nu rustiger en het gaat goed met de kinderen. De moeder geeft de kinderen vanwege haar levensovertuiging nog altijd thuisonderwijs en de moeder vindt dat de kinderen zich goed ontwikkelen. De moeder gebruikt geschikt lesmateriaal en zorgt ervoor dat de kinderen les krijgen op hun eigen niveau. Ook krijgt zij ieder jaar een vrijstelling voor thuisonderwijs vanuit de Leerplicht. De moeder is over het thuisonderwijs altijd open geweest richting de GI maar vanuit de GI zelf zijn er weinig vragen gekomen. Van het verrichten van een onderzoek bij de kinderen is haar niets bekend. De betrokkenheid van de GI was volgens de moeder sowieso minimaal en de moeder ziet daardoor niet langer de meerwaarde van de betrokkenheid van de GI.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat er niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter wijst daarom het verzoek tot een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] af. De kinderrechter zal hieronder uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting nog is besproken en/of is toegelicht, is de kinderrechter gebleken dat [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] niet langer ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De ontwikkelingsbedreigingen van de kinderen zagen eerder hoofdzakelijk op het feit dat de kinderen fors in de knel zaten door de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders en de persoonlijke problematiek van de vader. Daarnaast was er onvoldoende zicht op de kinderen en waren er zorgen of de kinderen vanwege het thuisonderwijs voldoende op niveau zaten.
5.3.
Gebleken is dat de situatie ten aanzien van de vader rustiger is geworden. De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Daarnaast is de vader het recht op omgang met de kinderen ontzegd. Voorts geldt er sinds januari ook een contact- en loctieverbod voor vader, waarbij het hem verboden is zich bij het woonhuis en de sportverenigingen van de kinderen op te houden. Hoewel dit voor de kinderen natuurlijk een verdrietige situatie is, geeft hen dit wel rust. De moeder heeft voor [kind 1] , [kind 2] , [kind 3] en [kind 4] therapie ingezet en de kinderen hebben daar baat bij gehad. Zoals in een eerdere beschikking van de rechtbank is bepaald, kan er pas weer sprake zijn van enig contact als de vader eerst aan zichzelf gaat werken (door een GGZ-traject in te gaan), maar vooralsnog lijkt hij daar niet mee aan de slag te willen.
5.4.
De kinderrechter is verder gebleken dat de kinderen nog altijd thuisonderwijs krijgen en dat zij daar allemaal erg tevreden mee zijn. Hoewel het de GI in het afgelopen jaar niet is gelukt zicht te krijgen op de cognitieve ontwikkelingen van de kinderen en hun niveaus, is dit naar het oordeel van de kinderrechter geen grond om de ondertoezichtstelling te verlengen. Er zijn zorgen bij de GI dat er sprake is van een cognitieve achterstand bij de kinderen, maar die zorgen zijn naar het oordeel van de kinderrechter onvoldoende onderbouwd. Onweersproken heeft de moeder gesteld dat zij ieder jaar een vrijstelling aanvraagt op grond van artikel 5b van de leerplichtwet (richtingenbedenkingen), zodat zij daarmee niet in overtreding is. Bovendien bestaat voor het te geven niveau van het thuisonderwijs geen duidelijke normering waaraan eenvoudig getoetst kan worden. Ook van extern toezicht waaruit van enige normering kan blijken is geen sprake. De moeder ziet een toetsmoment in het doen van een staatsexamen. Het is haar bedoeling dat [kind 1] eind van dit schooljaar in mei 2026 een staatsexamen op VMBO-TL doet waarmee zij bij goed gevolg kan worden toegelaten tot vervolgopleidingen. De GI heeft desgevraagd aangegeven ook niet te weten wat zij nog meer kan doen om het zicht op de cognitieve ontwikkeling van de kinderen alsnog te verkrijgen. De moeder is voldoende open geweest over het geven van thuisonderwijs en zij begrijpt dat het geven van thuisonderwijs afwijkt van de standaardnorm ten aanzien van het volgen van onderwijs. Indien één van de kinderen toch naar een reguliere school toe zou willen gaan, dan is de moeder bereid daar aan mee te werken.
5.5.
Verder is gebleken dat er geen zorgen zijn over de opvoedvaardigheden van de moeder of de woonsituatie van de kinderen. Ook over de sociale ontwikkeling van de kinderen zijn er geen zorgen. De kinderen hebben contacten in de buurt, hebben hobby’s en zijn lid van diverse (sport)clubs. De kinderrechter vindt het een compliment waard dat het de moeder, ondanks de roerige tijd die zij en de kinderen hebben gehad, gelukt is er te zijn voor de kinderen en hen te geven wat zij nodig hebben.
5.6.
Gelet op het bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer op dit moment niet langer wenselijk of noodzakelijk is. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. S.S. van Nijen, kinderrechter, in aanwezigheid van E.M.B. Toonen-Scholten als griffier, en op schrift gesteld op 21 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.