In deze zaak vordert [eiseres in conv], een onderneming in de sierteelt, een verklaring voor recht dat de overeenkomst met [gedaagde in conv], een IT-bedrijf, rechtsgeldig is ontbonden. De vordering is gebaseerd op de stelling dat [gedaagde in conv] tekort is geschoten in de oplevering van een softwaresysteem. De partijen hebben op 26 september 2023 een overeenkomst gesloten voor de levering van verschillende modules van een softwaresysteem. [eiseres in conv] heeft de eerste factuur voldaan, maar de tweede factuur, die betrekking heeft op de oplevering van de modules, is niet betaald omdat [eiseres in conv] stelt dat de modules niet goed en tijdig zijn opgeleverd. [gedaagde in conv] betwist deze tekortkomingen en heeft de toegang tot het systeem ontzegd wegens het niet betalen van de factuur. De rechtbank oordeelt dat [eiseres in conv] onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake was van tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde in conv]. Hierdoor was [eiseres in conv] niet gerechtigd om de betaling van de factuur op te schorten. De rechtbank wijst de vorderingen in conventie af en kent de vorderingen in reconventie grotendeels toe, waarbij [eiseres in conv] wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen en proceskosten.