Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] en [verzoekster], uit [plaats], verzoekers
de burgemeester van de gemeente West Betuwe
Samenvatting
.De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek daarom af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
.Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Subsidiair stellen zij dat de burgemeester een lichtere maatregel had moeten opleggen. Uit het beleid van de burgemeester [8] volgt dat bij een eerste overtreding een sluiting voor de duur van drie maanden wordt opgelegd. Er is geen sprake van verzwarende omstandigheden die maken dat in afwijking van het beleid tot een sluiting voor de duur van zes maanden wordt besloten.
Verder heeft de burgemeester hierbij mogen betrekken dat sprake is van verzwarende omstandigheden. Met verzoekers is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester in het bestreden besluit onvoldoende heeft toegelicht welke verzwarende omstandigheden bij de beoordeling zijn betrokken. Het bestreden besluit is op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Op de zitting heeft de burgemeester evenwel toegelicht dat de verzwarende omstandigheden eruit bestaan uit de aanwezige wapens, de hoeveelheid drugs en het feit dat in meerdere vertrekken in de woning drugs zijn aangetroffen. Daarbij heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat hierbij de context waaronder de drugs is aangetroffen ook van belang is. De woning maakt deel uit van een internationaal drugsnetwerk en [naam kind 1] heeft zich ook met het verpakken van de drugs bezig gehouden. Hij had een zwaardere rol, en was niet alleen maar een loopjongen. Met deze toelichting heeft de burgemeester naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende onderbouwd dat sprake is van verzwarende omstandigheden die in het licht van de beleidsregel een verlenging van de sluitingsduur rechtvaardigt. De burgemeester kan het gebrek in het bestreden besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook herstellen in de te nemen beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter is bovendien van oordeel dat het tijdverloop van vier maanden sinds de doorzoeking van de woning niet zodanig is dat sluiting redelijkerwijs niet meer nodig is om het doel van de sluiting te bereiken. De burgemeester heeft sluiting dan ook noodzakelijk mogen achten om de openbare orde te herstellen en een herhaling van een verstoring van de openbare orde te voorkomen.
8.3. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat sluiting van de woning in de gegeven omstandigheden niet onevenwichtig is.
Conclusie en gevolgen