ECLI:NL:RBGEL:2025:9460
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Klant kan betaling niet opschorten wegens eigen verzuim bij gebreken aanneming badkamer
De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een klant over de betaling van werkzaamheden aan een badkamer en de vermeende gebreken daarin.
De aannemer heeft de werkzaamheden uitgevoerd en een factuur gestuurd die niet is betaald door de klant, die zich beroept op gebreken en opschorting van betaling. De aannemer heeft meerdere pogingen gedaan om herstelwerkzaamheden in te plannen, maar deze afspraken werden door de klant telkens afgezegd of verzet. De rechtbank oordeelt dat de klant hierdoor in schuldeisersverzuim verkeert en zijn opschortingsrecht verliest.
De rechtbank wijst de vordering van de aannemer tot betaling van de factuur en buitengerechtelijke kosten toe, terwijl de tegenvordering van de klant tot vergoeding van herstelkosten wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en het feit dat de aannemer niet in verzuim is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de vervaldatum van de factuur en de proceskosten worden aan de klant opgelegd.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de aannemer direct betaling kan afdwingen ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: De klant wordt veroordeeld tot betaling van de factuur met wettelijke rente en proceskosten, omdat hij zijn opschortingsrecht verloor door eigen verzuim.