ECLI:NL:RBGEL:2025:9353
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitbreiding bevel stillegging naar andere BV
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een eerder opgelegd bevel tot preventieve stillegging van werkzaamheden, dat aan een BV was opgelegd wegens herhaalde overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), ook te laten gelden voor een andere BV (verzoekster).
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de twee BV's bestuursrechtelijk als dezelfde werkgever kunnen worden aangemerkt. Dit blijkt uit dezelfde bestuurder, dezelfde kantoormedewerkers, hetzelfde adres, dezelfde werkzaamheden, een verwevenheid van werknemers en onduidelijkheid bij inleners over met welke BV zij zaken doen.
Verzoekster voerde aan dat zij niet eerst was gewaarschuwd en dat de stillegging alleen aan de eerste BV kon worden opgelegd, maar de voorzieningenrechter verwierp dit omdat het doel van de Wml het voorkomen van recidive is en het omzeilen van het bevel door overheveling naar een andere BV tegengegaan moet worden.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is bindend voor het voorlopige geding en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om het bevel tot stillegging ook op verzoekster toe te passen, wordt afgewezen.