ECLI:NL:RBGEL:2025:9289

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
05-232638-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetLijst I Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van bezit van harddrugs wegens onvoldoende bewijs op basis van whatsappberichten

Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 3 gram MDMA en/of XTC-tabletten in de periode van november 2021 tot april 2023. De officier van justitie vorderde een geldboete van €500, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs.

Het bewijs bestond voornamelijk uit whatsappberichten tussen verdachte en andere militairen, verkregen door het uitlezen van mobiele telefoons. Deze berichten bevatten verwijzingen naar drugs, maar er waren geen andere aanwijzingen of fysieke bewijzen van het bezit van harddrugs.

De militaire kamer oordeelde dat het enkel voeren van whatsappgesprekken met drugsgerelateerde inhoud onvoldoende is om wettig en overtuigend bewijs te leveren voor het daadwerkelijk aanwezig hebben van de drugs. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

Het vonnis werd uitgesproken op 27 oktober 2025 door de militaire kamer van de Rechtbank Gelderland, waarbij ook een militair lid aanwezig was.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor bezit van harddrugs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/232638-23
Datum uitspraak : 27 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende [adres]
Raadsman: mr. H.J.G. Dudink, advocaat in Haarlem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2021 tot en 6 november 2021 te Zandvoort en/of Doorn en/of Den Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 3 gram, in elk geval (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 augustus 2022 tot en 26 april 2023 te Zandvoort en/of Doorn en/of Den Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ongeveer 3 zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,00.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Uit niets blijkt dat verdachte (daadwerkelijk) harddrugs aanwezig heeft gehad. De stukken in het procesdossier zijn selectief verzameld en ontberen iedere context.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bij een strafrechtelijk onderzoek naar het verstrekken en aanwezig hebben van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet onder militairen zijn de mobiele telefoons van verschillende militairen inbeslaggenomen en uitgelezen. Bij het uitlezen van de mobiele telefoons van een van deze militairen is verdachte in beeld gekomen.
Uit het onderzoek aan de telefoon van [naam 2] volgt dat [naam 2] en verdachte op 5 november 2021 een whatsappgesprek hebben gevoerd met onder meer de volgende berichten.
18:56 uur
[naam 1]
Ik heb m. 50E.
18:57 uur
[naam 2]
Hoeveel g? Haha ai stuur tactisch tikkie.
18:58 uur
[naam 1]
3, hij verkoopt niet kleiner.
19:05 uur
[naam 2]
Hha kk. Zoveel gaat er niet in hoor haha
Ook de telefoon van verdachte is uitgelezen. Op 26 april 2023 stuurt verdachte aan [naam 3] ?? :
heb M genomenen
heb 1 likje M.
De militaire kamer stelt vast dat het onderzoek door de Koninklijke Marechaussee beperkt is gebleven tot het uitlezen van whatsappberichten. Het enkele feit dat verdachte whatsappgesprekken heeft gevoerd die op zichzelf een drugsgerelateerde strekking lijken te hebben is naar het oordeel van de militaire kamer onvoldoende om te bewijzen dat verdachte in de ten laste gelegde periode MDMA en/of XTC-tabletten/pillen aanwezig heeft gehad. Het procesdossier bevat naast de whatsappgesprekken geen andere aanknopingspunten waaruit blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde harddrugs aanwezig heeft gehad. De militaire kamer is van oordeel dat alleen het voeren van gesprekken over drugs onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te komen voor het aanwezig hebben van drugs.

4.De beslissing

De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechters, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van L. Willems en mr. H.J. Damen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2025.