ECLI:NL:RBGEL:2025:8981
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor het voorhanden hebben van een vuurwapen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Gelderland behandelde op 13 oktober 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een Glock-pistool in de periode van 12 maart tot en met 13 mei 2024 in een bepaalde plaats. De officier van justitie en de verdediging waren het erover eens dat verdachte vrijgesproken moest worden.
Het bewijs bestond uit de vondst van het vuurwapen in de woning van een medeverdachte, waarbij DNA van verdachte op het wapen was aangetroffen. Hoewel dit DNA erop wijst dat verdachte het wapen op enig moment heeft vastgehouden, achtte de rechtbank dit onvoldoende om te concluderen dat verdachte het wapen op of omstreeks 13 mei 2024 daadwerkelijk voorhanden had.
Daarnaast was er een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Omdat de rechtbank verdachte niet schuldig achtte, wees zij deze vordering af.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij twee rechters en de griffier niet konden tekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen wegens onvoldoende bewijs.