Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 19 september 2025 met productie 1 t/m 15
2.De feiten
Rekening houdend met de belastbaarheid van werknemer concludeer ik dat er geen beter passend ander werk is bij de eigen werkgever. Er zijn alleen maar medewerkers coffeeshop in dienst en die verrichten allemaal dezelfde werkzaamheden.
“(…)
3.De vordering en het verweer
1 februari 2025 niet reëel is. Daarnaast heeft [eiser] geen gehoor gegeven aan het advies om een deskundigenonderzoek aan te vragen bij het UWV. Ook heeft hij in de periode van
1 februari tot en met 27 juli 2025 niets van zich laten horen. [gedaagde] ging er daarom vanuit dat hij de rest van het tweede ziektejaar zou gebruiken om met hulp van [bedrijf 1] op zoek te gaan naar een baan bij een andere werkgever via het tweede spoortraject en voelt zich op het verkeerde been gezet.
4.De beoordeling
5.De beslissing
€ 581,01 per maand over de periode van februari 2025 tot en met juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging telkens berekend over het ontbrekende brutoloon, en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de onderscheiden ontbrekende brutoloonbedragen, tot aan de dag van algehele betaling,
€ 595,08 per maand over de periode van juli 2025 tot en met september 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging telkens berekend over het ontbrekende brutoloon, en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de onderscheiden ontbrekende brutoloonbedragen, tot aan de dag van algehele betaling,
14 oktober 2025.