Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2025
in de zaken tussen
Stichting De Faunabescherming, uit Amstelveen,
en
Stichting Animal Rights, uit Den Haag
(gemachtigde: mr. C.M. van de Ven)
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland
Stichting Faunabeheereenheid Gelderlanduit Arnhem (de faunabeheereenheid)
Samenvatting
Procesverloop
.Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
E. Koffeman.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De faunabeheereenheid heeft op 4 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om deze wolf te doden. Het college heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning geweigerd omdat deze niet nodig is en daarvoor in de plaats aan de faunabeheereenheid een maatwerkvoorschrift gesteld voor het doden van één specifieke probleemwolf (Canis Lupus), te weten: GW4003m en voor het gebruik van een kogelgeweer tussen zonsondergang en zonsopkomst. Aan dit maatwerkvoorschrift zijn de volgende voorschriften verbonden:
1. Dit maatwerkvoorschrift geldt alleen binnen de percelen in de gemeente Barneveld waarbij op de dag van uitvoering aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:
Het maatwerkvoorschrift geldt uitsluitend voor de wolf met de genetische code GW4003m en handeling zoals genoemd onder het besluit en met het middel zoals weergegeven in tabel 1 in het besluit.
a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing,
b. de activiteit nodig is vanwege één van de in art. 8.74l, eerste lid onder b, genoemde belangen, en
c.de activiteit doet geen afbreuk aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
De meest effectieve preventieve maatregel is om wolfwerende hekken te plaatsen. Deze hekken hebben wolf GW4003m evenwel niet weerhouden. Omdat de wolf opportunistisch is en een adaptief karakter heeft (dat betekent dat de wolf zich snel aanpast aan veranderde omstandigheden), zullen aanpassingen aan het hek(bijvoorbeeld verdere verhoging daarvan) maar een tijdelijk effect hebben of leiden tot verplaatsing van het probleem. In dit kader verwijst het college naar het rapport van ecologisch adviesbureau Econatura uit 2025. [4] Het passief verjagen door middel van akoestische signalen, geurstoffen of visuele afweer zoals fladrie (flapperlinten) wordt door de wolvencommissie [5] en BIJ12 vooral geadviseerd als maatregel om de periode tussen een niet-wolfwerend raster (zonder stroom) naar een wolfwerend raster te overbruggen of tijdelijk een zwervende wolf af te schrikken en zal leiden tot verplaatsing van het probleem. Het college ziet dat daarom ook niet als een geschikt alternatief.
Actief verjagen (aversieve conditionering) heeft alleen effect als dit in een heel vroeg stadium gebeurt bij een eerste interactie met vee. Anders is de kans groot dat de negatieve associatie vooral met de locatie plaatsvindt en het probleemgedrag zich alleen maar verplaatst. Actief verjagen door een pijnprikkel is bij deze specifieke wolf ook niet effectief. Hij heeft al een schok gekregen, maar desondanks is hij teruggekomen en heeft hij opnieuw het wolfwerend raster gepasseerd.
Conclusie en gevolgen
11. Omdat de verzoeken worden toegewezen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat het college het door verzoekers betaalde griffierecht moet vergoeden en dat verzoekers ook een vergoeding krijgen van de proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen.
12. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt daarom in totaal € 1.814,-.
€ 3.756,28,- aan Stichting De Faunabescherming dient te vergoeden. Voor Stichting Animal Rights is niet van andere proceskosten gebleken.