ECLI:NL:RBGEL:2025:8159
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of sprake is van arbeidsovereenkomst of maatschapsovereenkomst in vervoersdienst
Partijen sloten op 20 januari 2025 een overeenkomst die zij een maatschapsovereenkomst noemden, gericht op gezamenlijke vervoersdiensten. Eiser verrichtte werkzaamheden met een gehuurde bus en werd vergoed via creditfacturen van de maatschap. De maatschap ontbond de samenwerking per 11 maart 2025.
Eiser vorderde primair nakoming van de overeenkomst en loonbetaling, stellende dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Subsidiair vorderde hij schadevergoeding wegens onrechtmatige beëindiging van de maatschapsovereenkomst.
De kantonrechter beoordeelde de rechtsverhouding aan de hand van de criteria voor arbeidsovereenkomst en maatschapsovereenkomst, mede gelet op het Deliveroo-arrest. De vrijheid van eiser om opdrachten te weigeren, het dragen van ondernemersrisico, het ontbreken van loonstroken en inhouding van premies, en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel wezen op een maatschap.
De kantonrechter concludeerde dat geen arbeidsovereenkomst bestond, maar een maatschapsovereenkomst. Het subsidiaire verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de beëindiging op verzoek van eiser plaatsvond. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst als maatschapsovereenkomst en wijst het verzoek tot loonbetaling en schadevergoeding af.