Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )heeft gegeven, omdat [medeverdachte 1] hartstikke bang was en niet wist of die gasten achter hem aan zouden komen. [medeverdachte 4] verklaarde dat hijzelf het magazijn met patronen vulde voordat hij het wapen aan [medeverdachte 1] gaf. [4]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] )pakte twee gaspistolen uit de garagebox, een zwarte en een grijze. Hij zag dat [medeverdachte 4] patronen in die wapens deed. Daarna stapte medeverdachte [medeverdachte 1] bij [medeverdachte 2]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] )in de auto en reden zij naar het huis van [medeverdachte 3]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3] ). Ze kwamen daar samen met de rest aan. [medeverdachte 2] zei dat ze
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] )nu zijn auto kenden, omdat hij gezien was. Dus na het parkeren stapten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de kleine witte auto, waar de donkere jongen achter het stuur zat (
de rechtbank begrijpt: verdachte)en [medeverdachte 3] ernaast. Medeverdachte [medeverdachte 1] ging rechts achterin zitten en [medeverdachte 2] links achterin. [5]
3.De bewezenverklaring
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats 1] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (inclusief patroonhouder) van het merk Retay, type/model 92 van het kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool, en
/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 12 patronen van het kaliber
UMA9
mm. P.A.knal, voorhanden heeft gehad.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van de straf
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
taakstrafvan
54 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
[slachtoffer 2]en
[slachtoffer 1] niet-ontvankelijkin de vordering tot smartengeld.