In deze kortgedingprocedure vordert eiser schorsing van de executieveiling van zijn woning in verband met een lening waarop een recht van hypotheek rust. Eiser stelt dat de hypotheekhouder misbruik van recht maakt door de executie uit te voeren, mede omdat hij de aanvullende hypotheekakte van 13 juni 2024 onder druk heeft getekend en de executie disproportioneel is.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aan zijn rente- en terugbetalingsverplichtingen heeft voldaan en dat de hypotheekhouder op grond van de notariële akten een recht van parate executie heeft. De executieveiling is aangekondigd en het spoedeisend belang bij schorsing is aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van misbruik van recht. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat door de executie een noodtoestand ontstaat of dat er een redelijke betalingsregeling is voorgesteld. De verkoop van een andere woning door eiser leidt niet tot volledige aflossing, zodat de executie gerechtvaardigd is.
De vordering tot schorsing wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en op 4 september 2025 in het openbaar uitgesproken.