ECLI:NL:RBGEL:2025:7453

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
4 september 2025
Zaaknummer
C\05\456244 KG RK 25-689
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter-plaatsvervanger wegens belangenverstrengeling

Op 3 september 2025 heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Gelderland het verzoek tot verschoning van mr. D. Rijpma, rechter-plaatsvervanger, toegewezen. Het verzoek werd ingediend omdat mr. Rijpma, naast zijn rechterlijke functie, ook als cassatieadvocaat werkzaam is en in die hoedanigheid regelmatig contact heeft gehad met mr. M.H.M. Deppenbroek, advocaat van (twee) verweerders in de onderliggende civiele procedure.

Hoewel mr. Rijpma zelf niet meent dat hij onpartijdigheid zou verliezen, oordeelt de verschoningskamer dat de objectieve schijn van partijdigheid bestaat. Dit is relevant omdat het voor partijen onbegrijpelijk zou zijn dat een rechter een zaak behandelt waarin een advocaat optreedt met wie hij intensief contact heeft gehad.

De kamer benadrukt dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er een zwaarwegende aanwijzing is voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid bestaat. In dit geval is de objectieve toets doorslaggevend geweest.

De beslissing houdt in dat mr. Rijpma zich zal terugtrekken en een andere rechter zal worden aangewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter-plaatsvervanger is toegewezen wegens schijn van partijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/456244 / KG RK 25-689
Beslissing van 3 september 2025
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. D. Rijpma,
rechter-plaatsvervanger in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter
in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer C/05/451333 / HA RK 25/58 tussen [verzoeker] als verzoeker en [verweerders] als verweerders.

1.De procedure

De rechter heeft op 1 september 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen en eventuele belanghebbenden worden verzonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek - kort samengevat - het volgende ten grondslag gelegd. Afgelopen vrijdag (29 augustus 2025) heeft mr. M.H.M. Deppenbroek van Bax Advocaten en Mediators te Doetinchem een verweerschrift ingediend voor (twee) verweerders. De rechter is, naast zijn werkzaamheden als rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Gelderland, werkzaam als cassatieadvocaat in Den Haag. In die hoedanigheid heeft de rechter de afgelopen jaren met enige regelmaat contact gehad met mr. Deppenbroek over een aantal cassatiezaken. Het contact in die cassatiezaken tussen de rechter, als cassatieadvocaat en opdrachtnemer, en mr. Deppenbroek als opdrachtgever maakt dat naar de mening van de rechter zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden, ook al heeft hij op dit moment geen cassatiezaak voor mr. Deppenbroek in behandeling. De rechter meent dat aan verzoeker niet valt uit te leggen dat hij als rechter een zaak behandelt waarin de hem op deze wijze bekende mr. Deppenbroek als advocaat van (twee) verweerders optreedt.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elke rechter die een zaak behandelt verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is daarbij niet doorslaggevend.
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Het door de rechter aangevoerde feit dat hij in zijn hoedanigheid van cassatieadvocaat de afgelopen jaren regelmatig contact heeft gehad met de advocaat van (twee) verweerders, kan de schijn van partijdigheid van de rechter in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. D. Rijpma toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. M.A. Jansen-van Leeuwen en mr. M.J. Wasmann, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken en bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. M.J. Wasmann op 3 september 2025.
de griffier namens de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.