Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 juli 2025
- de pleitnota van [gedaagde in conv] .
Rechtbank Gelderland
Partijen sloten op 29 januari 2025 een overeenkomst voor levering van horeca-interieur, waaronder maatwerkbanken en barkrukken. Op 17 april 2025 werden nieuwe leveringsafspraken gemaakt met specifieke termijnen. Na een eerdere kort geding-uitspraak van 5 juni 2025, waarin levering binnen twee dagen na betekening was bevolen en een dwangsom van €3.000 per dag was opgelegd, leverde de gedaagde partij niet conform.
De eiseres vorderde in dit kort geding een verhoging van de dwangsommen tot een eenmalig bedrag van €75.000 om naleving af te dwingen. De gedaagde erkende dat barkrukken gereedstaan maar stelde betaling vooraf of zekerheid te willen. De rechtbank veroordeelde tot levering van barkrukken binnen twee dagen met een dwangsom van €30.000 en maatwerkbanken conform specificaties binnen zestien weken met eenzelfde dwangsom, waarbij de gevorderde verhoging deels werd afgewezen vanwege praktische levertijd.
De reconventionele vordering tot betaling van €47.137,56 werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde veroordeeld tot levering barkrukken binnen 2 dagen en maatwerkbanken binnen 16 weken met dwangsommen van €30.000 per onderdeel.