Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.MARNIX PETER WILLIAM [eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2025
- de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2]
- de pleitnota van Alje.
Rechtbank Gelderland
Eisers, voormalig vennoten van een vof die was omgezet in een BV, zijn door Alje BV in rechte betrokken en bij verstek veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen. Na betekening van het verstekvonnis startte Alje executoriale maatregelen, waaronder beslaglegging op aandelen en derdenbeslag onder de persoonlijke holdings van eisers.
Eisers stelden dat zij niet volledig op de hoogte waren van de procedure en dat de verstekvonnisuitspraak niet gebaseerd was op een volledig debat over de financiële afwikkeling van hun samenwerking. Zij vorderden in kort geding een verbod op verdere executie totdat het ingestelde verzet onherroepelijk is beslist.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat een verstekvonnis uitvoerbaar is, maar dat afwijking mogelijk is als het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de schuldeiser bij executie. Gezien de onzekerheid over de uittredingsovereenkomst en het feit dat het beslag derdenbeslag betreft dat het privé-inkomen van eisers raakt, werd het verbod op verdere executie toegewezen.
Alje werd veroordeeld om de deurwaarder te instrueren de executie te staken en een dwangsom werd opgelegd bij overtreding. De proceskosten werden aan Alje opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Alje BV wordt verboden verdere executie van het verstekvonnis voort te zetten totdat het verzet onherroepelijk is beslist.