ECLI:NL:RBGEL:2025:6715
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in amfetaminezaak
De rechtbank Gelderland heeft op 17 juli 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin de officier van justitie vorderde dat veroordeelde het wederrechtelijk verkregen voordeel van circa €143.113,- aan de Staat zou betalen. Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk, voor medeplegen van het vervaardigen van amfetamine(olie).
De rechtbank baseerde haar beoordeling op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en concludeerde dat het voordeel uitsluitend kan worden toegekend als het is verkregen uit de bewezen verklaarde feiten of uit andere strafbare feiten waarvan vaststaat dat veroordeelde die heeft begaan. Hoewel er meer amfetamine(olie) was geproduceerd dan bewezen verklaard, was het niet aannemelijk dat veroordeelde hiervan voordeel had genoten.
De EncroChat-berichten toonden aan dat veroordeelde investeringen had gedaan in ketels en apparatuur, maar dat hij deze investering niet had teruggekregen. De communicatie gaf aan dat de amfetamine die door anderen was meegenomen niet ten goede kwam aan veroordeelde. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast niet was geleverd om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen en wees de vordering van de officier van justitie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van genoten voordeel.