Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:6552

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
117644-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 SrArt. 359 SvArt. 14c SrArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijke vernieling van een ruit in Arnhem

Op 16 april 2025 heeft verdachte in Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk een ruit vernield die geheel of ten dele toebehoorde aan een ander. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen op basis van het proces-verbaal en de verklaring van verdachte zelf. Verdachte is strafbaar en er zijn geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigen.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 57 dagen, terwijl de verdediging pleitte voor een lagere straf gezien het feit dat verdachte een first offender zou zijn. De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij meerdere malen is veroordeeld voor vermogensdelicten in de afgelopen vijf jaar. Tevens werd het positieve verloop van zijn verslavingsbehandeling en woonomstandigheden meegewogen.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 14 dagen, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. Daarnaast werd de proeftijd van eerdere voorwaardelijke straffen met één jaar verlengd en werden bijzondere voorwaarden opgelegd om het ingezette traject bij de zorginstellingen voort te zetten. De rechtbank achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien het strafblad en de ernst van het feit.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf met verlenging van proeftijd en oplegging van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/117644-25
Datum uitspraak : 4 augustus 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende aan het [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R. van Maaren advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 april 2025 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 7;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2025.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks16 april 2025 te Arnhem,
althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit,
in elk geval enig goed,
dat/die geheel
of ten deleaan
[slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 57 dagen met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wegens vernieling moet worden beschouwd als een first offender en dat een gevangenisstraf van 57 dagen in dat geval exorbitant is. De verdediging verzoekt de rechtbank om daar rekening mee te houden en om aan te sluiten bij een straf die doorgaans passend is voor dit feit.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vernieling. Dit is een kwalijk strafbaar feit. Het is goed voor te stellen dat aangever erg geschrokken is toen vroeg in de ochtend met kabaal een ruit in zijn woning werd vernield. De rechtbank rekent dat verdachte aan.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van 16 juni 2025 waaruit volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar meermaals is veroordeeld voor vermogensdelicten.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 30 mei 2025.
Uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte inmiddels bij Iriszorg een nieuwe verslavingsbehandelaar heeft die beter bij hem past. Bij [zorginstelling] heeft verdachte een rustige woonplek en hij is hier blij mee. De ontwikkelingen zijn positief en samen met de begeleiding probeert verdachte het daklozen bestaan achter zich te laten. Het gaat, in combinatie met de medicatie die hij krijgt van Iriszorg, een stuk beter met verdachte dan voorheen.
Gelet op het strafblad van verdachte is de rechtbank van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde is. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 14 dagen passend en geboden. De rechtbank is van oordeel dat de straf zoals geëist door de officier van justitie niet passend is bij het bewezenverklaarde feit.

8.De vorderingen tot tenuitvoerlegging (05/240160-22 en 05/062463-25)

Ten aanzien van parketnummer 05/240160-22
De politierechter heeft verdachte op 6 oktober 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen.
De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de proeftijd met één jaar moet worden verlengd.
verlenging proeftijd
De rechtbank ziet aanleiding de bij die eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met één jaar te verlengen.
Ten aanzien van parketnummer 05/062463-25
De politierechter heeft verdachte op 12 maart 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 dagen.
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering af te wijzen.
De raadsman heeft bepleit dat de proeftijd met één jaar moet worden verlengd.
verlenging proeftijd
De rechtbank ziet aanleiding de bij die eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met één jaar te verlengen.
Gelet op het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank het van belang dat verdachte het ingezette traject bij IrisZorg en [zorginstelling] doorzet. Om die reden zal de rechtbank ambtshalve ook de bijzondere voorwaarden die zijn opgelegd in het vonnis met parketnummer 05/240160-22 opleggen in het parketnummer 05/062463-25 als extra stok achter de deur.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
14 dagen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling 05/240160-22
 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 6 oktober 2022 voorwaardelijk opgelegde straf af (parketnummer 05/240160-22);
 verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter van 6 oktober 2022 met 1 (één jaar).
De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling 05/062463-25
 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 12 maart 2025 voorwaardelijk opgelegde straf af (parketnummer 05/062463-25);
 verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter van 12 maart 2025 met 1 (één jaar);
 voegt toe de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 6 oktober 2022 opgelegde bijzondere voorwaarden, zodat deze als volgt komen te luiden:
- Verdachte moet zich binnen drie dagen na ingang van de proeftijd bij Reclassering IrisZorg, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, op telefoonnummer 088- 6061600. Hierna worden er nadere afspraken gemaakt over de wijze van uitvoering van de meldplichtcontacten. Verdachte moet zich vervolgens blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Hij dient zich te houden aan de afspraken en aanwijzingen van Reclassering IrisZorg, ook als dat inhoudt dat hij zijn medewerking moet verlenen aan de uitvoering van huisbezoeken, de methodiek 'Stap voor Stap', meewerken aan een gedragsinterventie en/of urinecontroles;
- Verdachte laat zich begeleiden en of behandelen door IrisZorg of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering en indien de reclassering het nodig vindt. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
- Indien de reclassering het nodig acht verblijft verdachte in nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en indien de reclassering dit noodzakelijk vindt. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- Verdachte laat zich begeleiden door [zorginstelling] (
opm. voorheen [zorginstelling]). Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.
- Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
- Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
 medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.T.G. van Wandelen (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Doorn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025174050, gesloten op 16 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.