ECLI:NL:RBGEL:2025:6082
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenzaak
De minister van Asiel en Migratie legde op 26 mei 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst en op 13 juni 2025 als rechtmatig beoordeeld. De minister hief de bewaring op per 19 juni 2025. Eiser stelde beroep in tegen de duur van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode na het sluiten van het onderzoek op 10 juni 2025. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, met name door het late indienen van een vluchtaanvraag. De minister had volgens eiser eerder kunnen handelen omdat toestemming voor medische overdracht op 17 juni 2025 werd gegeven.
De rechtbank oordeelde echter dat de minister zorgvuldig en voortvarend had gehandeld. De medische overdracht vereiste nazorg en toestemming, die op 17 juni werd verleend. De minister handelde binnen een korte termijn en zorgde voor een zorgvuldige overdracht. De bewaring was daarom niet onrechtmatig tussen 10 en 19 juni 2025.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.