Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser] .
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding van schade als gevolg van werkzaamheden aan zijn badkamer. Na een tussenvonnis waarbij eiser in de gelegenheid werd gesteld de omvang van de schade te bewijzen, overlegt eiser een schaderapport van een schade-expert dat een schadebedrag van €6.820,00 vaststelt.
Gedaagde heeft na deze gelegenheid niet meer gereageerd, waardoor de rechtbank uitgaat van de juistheid van de stellingen van eiser en de schade vaststelt op €6.820,00. Daarnaast vordert eiser vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, welke de rechtbank toewijst op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, tot een bedrag van €716,00.
De wettelijke rente over zowel de hoofdsom als de incassokosten wordt toegewezen vanaf respectievelijk 1 maart 2024 en 13 juni 2024. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €1.540,24, inclusief griffierecht, kosten dagvaarding, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 30 juli 2025 gewezen door de kantonrechter.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.820,00 schadevergoeding, €716,00 incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.