De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige die onder hun voogdij staat. De minderjarige verblijft reeds op basis van een spoedmachtiging in een gesloten accommodatie en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.
De minderjarige kampt met een harddrugsverslaving en ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling ernstig belemmeren. Hoewel hij aanvankelijk gemotiveerd was voor behandeling, heeft hij deze op het laatste moment afgewezen. De minderjarige geeft nu aan gemotiveerd te zijn om af te kicken en wil dit onder gesloten begeleiding doen, met het oog op een toekomst waarin hij een opleiding kan volgen en werk kan vinden.
De kinderrechter acht gesloten jeugdhulp noodzakelijk en geschikt om te voorkomen dat de minderjarige zich aan hulpverlening onttrekt. Gezien de onzekerheid over de duur van de benodigde hulpverlening wordt de machtiging beperkt tot drie maanden, waarna de situatie opnieuw wordt beoordeeld. De GI wordt verzocht voorafgaand aan die zitting een update en een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper te overleggen.
De beschikking is mondeling uitgesproken op 24 juni 2025 en schriftelijk vastgelegd op 8 juli 2025. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.