ECLI:NL:RBGEL:2025:5296
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen werknemer en geen transitievergoeding
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer vanwege verwijtbaar handelen, namelijk het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. De werknemer was sinds september 2023 ziek en weigerde ondanks bedrijfsartsadvies en meerdere aanmaningen om op kantoor te re-integreren. De werkgever stopte daarom de loonbetaling.
De werknemer verscheen niet op de zitting en voerde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer deugdelijk was opgeroepen en dat de feiten als vaststaand konden worden aangenomen. De werkgever had meerdere waarschuwingen gegeven en een loonsanctie toegepast. Het UWV kon geen deskundigenoordeel geven omdat contact met de werknemer niet mogelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond was voor ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Herplaatsing was niet in de rede. Het opzegverbod wegens ziekte stond niet in de weg omdat de werknemer zijn verplichtingen niet nakwam. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 15 juni 2025 zonder rekening te houden met opzegtermijn.
De werkgever kreeg deels gelijk in het verzoek om geen vergoeding te betalen: de transitievergoeding werd geweigerd wegens ernstig verwijtbaar handelen, maar andere vergoedingen werden niet beoordeeld. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €1.084,00 plus betekeningkosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer, geen transitievergoeding toegekend.