ECLI:NL:RBGEL:2025:513
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs in zedenzaken tegen pleegvader
De rechtbank Gelderland behandelde twee strafzaken tegen verdachte, beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige pleegkinderen in de periode 2022-2023. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 36 maanden, deels voorwaardelijk, en een beroepsverbod van vijf jaar.
De rechtbank overwoog dat in zedenzaken vaak alleen het woord van het slachtoffer en de verdachte tegenover elkaar staat en dat wettig bewijs niet uitsluitend op één getuigenverklaring kan worden gebaseerd. Hoewel de verklaringen van de slachtoffers als geloofwaardig werden beschouwd, ontbrak het aan voldoende steunbewijs uit andere bronnen.
Voor het eerste slachtoffer vond de rechtbank dat de momenten waarop verdachte alleen met het kind was, het contact tijdens bezoekmomenten en de waarschuwing van de partner onvoldoende steunbewijs vormden. Voor het tweede slachtoffer waren de emoties, fysieke klachten en berichtjes onvoldoende onderbouwd door andere bewijsmiddelen.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan het vereiste bewijsminimum en sprak verdachte vrij. Tevens werden de civiele vorderingen tot schadevergoeding afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige pleegkinderen.