Eiser heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning van 21 februari 2023 voor het tijdelijk huisvesten van 96 arbeidsmigranten op een perceel met de bestemming Agrarisch – Oeverwal en functieaanduiding groepsaccommodatie. De vergunning werd verleend door het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal voor een periode van drie jaar tot 1 maart 2026.
Eiser stelde dat het college het besluit onzorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, met name omdat het college geen nieuwe ruimtelijke onderbouwing had toegevoegd voor de uitbreiding van 50 naar 96 arbeidsmigranten. De eerdere vergunning uit 2021 bevatte een ruimtelijke onderbouwing die niet meer relevant is vanwege gewijzigde omstandigheden, zoals het wegvallen van coronamaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de huisvesting van het grotere aantal arbeidsmigranten ruimtelijk aanvaardbaar is en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid. De ruimtelijke onderbouwing ontbrak in het dossier en het college had niet beoordeeld of de uitbreiding past binnen de omgeving en het bestemmingsplan. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Bruinse-Pot op 27 januari 2025 in Arnhem.