ECLI:NL:RBGEL:2025:4376
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Onterecht ontslag op staande voet wegens passagierschap bij beschonken collega met bedrijfsauto
Verzoeker is op 13 januari 2025 in dienst getreden via een uitzendovereenkomst bij verweerder. Op 20 maart 2025 stapte verzoeker als passagier in bij een collega die onder invloed van alcohol een bedrijfsauto van verweerder zonder toestemming gebruikte. Verweerder stuurde op 26 maart 2025 een e-mail met als onderwerp 'Beëindiging van de arbeidsovereenkomst' en sprak van ontslag wegens dit incident.
Verzoeker betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet en vorderde loonbetaling, een vergoeding voor onregelmatige opzegging en transitievergoeding. Verweerder stelde dat het om een aanzegging ging en voerde verweer.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker op grond van de communicatie redelijkerwijs mocht aannemen dat het dienstverband per direct was beëindigd, maar dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat verzoeker niet zelf de auto had meegenomen en niet op de hoogte was van een verbod op privégebruik. Verweerder had onvoldoende onderbouwd dat sprake was van een dringende reden.
Omdat het ontslag niet rechtsgeldig was, werd het als onregelmatige opzegging beschouwd. Verzoeker kreeg een vergoeding van €2.024,64 bruto en een transitievergoeding van €151,63 bruto toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig; verzoeker krijgt vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding toegewezen.