De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met de minderjarige naar Curaçao en Bonaire in juli 2025, omdat de vader zijn toestemming pas drie weken voor vertrek wilde geven. De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind centraal staat en dat de vader geen gegronde redenen had om de toestemming te onthouden of uit te stellen. De vader handelde uit boosheid en om de moeder onzeker te houden, wat niet in het belang van het kind is.
Daarom verleende de rechtbank de vervangende toestemming aan de moeder en veroordeelde de vader ambtshalve in de proceskosten, omdat zijn houding onnodige procedurekosten en belasting van de rechtspraak veroorzaakte.
De vader moet binnen veertien dagen de proceskosten van €1.046,- aan de moeder betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.