ECLI:NL:RBGEL:2025:4182
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds niet aan te merken als gemeenschappelijk beleggingsfonds voor omzetbelastingvrijstelling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van de omzetbelastingwetgeving. De rechtbank heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat op 5 september 2024 een arrest heeft gewezen. De kernvraag is of deelnemers aan het pensioenfonds beleggingsrisico dragen, wat bepalend is voor de toepassing van de omzetbelastingvrijstelling.
De rechtbank concludeert dat het pensioenfonds niet als gemeenschappelijk beleggingsfonds kan worden aangemerkt omdat het bedrag van de pensioenrechten en -uitkeringen niet in de eerste plaats afhankelijk is van de beleggingsresultaten. Hoewel actuariële berekeningen aantonen dat beleggingsresultaten noodzakelijk zijn voor de financiering, is de basis van de pensioenrechten gelegen in het beroepsinkomen en dienstjaren, met slechts beperkte en niet uitsluitend op beleggingsrendement gebaseerde toeslagen.
Daarnaast is belanghebbende niet vergelijkbaar met andere pensioenfondsen die wel als gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn aangemerkt, omdat zij geen concrete feiten heeft gesteld omtrent de juridische en financiële positie van haar deelnemers ten opzichte van die fondsen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de teruggaafbeschikking blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het pensioenfonds is geen gemeenschappelijk beleggingsfonds en het beroep wordt ongegrond verklaard.