Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] , masterpsycholoog verbonden aan [de instelling] ;
- [naam 2] , arts verbonden aan [de instelling] .
Rechtbank Gelderland
Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een instelling na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt om voortzetting van deze maatregel voor drie weken. De rechtbank heeft tijdens een zitting met gesloten deuren betrokkene, zijn advocaat en deskundigen gehoord.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene bekend is met een stoornis in het gebruik van middelen, die in remissie is, en met persoonlijkheidsproblematiek. Volgens de rechtbank voldoet deze problematiek niet aan de definitie van een psychische stoornis zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Een persoonlijkheidsstoornis wordt alleen als zodanig aangemerkt indien deze gepaard gaat met een andere stoornis of zo ernstig is dat het gevaar niet aan betrokkene kan worden toegerekend, hetgeen hier niet het geval is.
Daarnaast is er sprake van wachtlijstproblematiek binnen de GGZ, waardoor betrokkene in een onwenselijke situatie verkeert in de huidige instelling. Hoewel betrokkene meewerkt en deelneemt aan het dagprogramma, zijn er incidenten geweest die zorgen baren. De zorgverleners willen een machtiging voor veiligheidsoverwegingen, maar de rechtbank oordeelt dat deze niet kan worden verleend zonder dat voldaan is aan de wettelijke criteria.
De rechtbank benadrukt dat voortzetting van de crisismaatregel niet bedoeld is voor behandeling of duurzame afwending van dreigend ernstig nadeel, waarvoor overplaatsing naar een verslavingskliniek noodzakelijk is. Het verzoek wordt daarom afgewezen en partijen wordt geadviseerd te blijven zoeken naar een spoedige overplaatsing.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van een psychische stoornis die verplichte zorg rechtvaardigt.