Uitspraak
[eiser 2],
1.De procedure
- de producties van [eisers]
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De huurder [gedaagde] huurt sinds oktober 2022 een kamer in een pand met zeven kamers. De verhuurders [eisers] vorderen ontruiming wegens ernstige overlast, waaronder bedreigingen en geschreeuw, en een huurachterstand van €1.600. Medebewoners voelen zich onveilig, sommigen zijn tijdelijk vertrokken en een huurder heeft de huur opgezegd.
De kantonrechter benadrukt dat ontruiming in kort geding een ingrijpende maatregel is en alleen wordt toegewezen indien ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure waarschijnlijk is. Vaststaat dat [gedaagde] zich niet als goed huurder gedraagt en de belangenafweging valt in het voordeel van [eisers].
De ontruimingstermijn wordt gesteld op vijf weken na betekening. De gevraagde machtiging om ontruiming met politie te laten uitvoeren en de dwangsom worden afgewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. De kantonrechter adviseert [gedaagde] professionele hulp te zoeken vanwege zijn gedragsproblemen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de huurder moet binnen vijf weken vertrekken en proceskosten betalen.