Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:2781

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 april 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
05/118778-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 135 WMSArt. 136 WMSArt. 137 WMS
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken opzet en schuld bij overtreden dienstvoorschrift militaire oefening

Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk overtreden van dienstvoorschriften tijdens een militaire oefening op 25 oktober 2022 in de Marnewaard. Het ging om het niet naleven van veiligheidsregels omtrent het gebruik en de controle van munitie, waarbij scherpe patronen en losse patronen gelijktijdig in bezit waren.

De officier van justitie vorderde een taakstraf, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak. Uit het onderzoek bleek dat verdachte mogelijk niet zelf het magazijn had gevuld waarin een scherpe patroon werd aangetroffen, en dat hij de magazijnen die hij ontving niet altijd controleerde.

De militaire kamer oordeelde dat verdachte het dienstvoorschrift heeft overtreden, maar dat er geen bewijs was voor opzet of ernstige nalatigheid. Omdat schuld een vereiste is voor een veroordeling op grond van artikel 137 Wetboek Pro van Militair Strafrecht, sprak de kamer verdachte vrij.

Het vonnis werd uitgesproken op 7 april 2025 door de meervoudige militaire kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en onvoldoende schuld bij overtreden dienstvoorschrift.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/118778-23
Datum uitspraak : 7 april 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[Verdachte],
geboren op [Geboortedag] 1998 in [Geboorteplaats] ,
wonende aan de [Adres] , [Postcode] [Woonplaats] .
Raadsman: mr. D.C. Coppens, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen
van 17 maart 2025 en 7 april 2025.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij als militair, op of omstreeks 25 oktober 2022, te of nabij Lauwersoog en/of de Marnewaard, gemeente Het Hogeland, in elk geval in Nederland, gedurende een oefening van [een militaire eenheid] , opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, het dienstvoorschrift
IK 2-25, de veiligheidsregels en veiligheidsbepalingen voor munitie en herkenning van munitie, niet heeft opgevolgd, waarin respectievelijk onder 1.2 van voornoemd dienstvoorschrift is voorgeschreven dat:
1.2
Het is verboden:
- Operationele- en oefenmunitie, met inbegrip van losse patronen en exercitiemunitie, door elkaar te gebruiken of gelijktijdig in bezit te hebben, uitgezonderd de situatie zoals beschreven in de MP 40-30 paragraaf 1.4.5.100
en/of
het dienstvoorschrift Colt Type C7, C8 en LOAW (VS 7-520) niet heeft opgevolgd, waarin onder Algemene veiligheidsregels (pagina 10) is voorgeschreven:
- Personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en er op toe zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.
- Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.
en onder Veiligheidsmaatregelen (pagina 9):
Munitie:
-Controleer de te gebruiken munitie op uiterlijke kenmerken, type en beschadigingen.
-Controleer de patroonmagazijntassen en extra patroonmagazijnen op munitie
en onder Veiligheidsregels algemeen (pagina 8):
De gebruiker van het wapen is verplicht om de te gebruiken munitie (bijvoorbeeld: scherpe munitie; losse munitie; exercitiemunitie; enz.) voor gebruik te controleren op de uiterlijke kenmerken.
en in hoofdstuk 6 Sectie 3 Soorten en Kenmerken ten aanzien van diverse types scherpe patronen en losse patronen meermalen is opgenomen (pagina 6-4, tot en met 6-12):
Het is verboden scherpe-, losse-, exercitie- en oefenmarkeerpatronen door elkaar te gebruiken of gelijktijdig in bezit te hebben. Tenzij zeer nadrukkelijk anders bepaald door de daartoe opgeleide instructeur
immers heeft hij, verdachte, toen aldaar, gedurende de oefening, een/zijn wapen en een/zijn patroonmagazijn(en) met munitie gevuld en/of in gebruik genomen, zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van het/zijn wapen en de/zijn patroonmagazijn(en) en de munitie eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat hij bij het in gebruik nemen van het/zijn wapen en/of voornoemde patroonmagazijnen en/of munitie eerst de patroonhouders en/of munitie op uiterlijke kenmerken, type en beschadigingen had gecontroleerd, waardoor hij een scherpe patroon en losse patronen gelijktijdig in zijn bezit heeft gehad en/of hij gedurende de oefening een patroonhouder met daarin losse patronen en een scherpe patroon aanwezig heeft gehad, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor (een) ander(en), te weten de in zich in het schootsveld van verdachte en/of in de directe omgeving bevindende militairen van [een militaire eenheid]
die gedurende de oefening als oefenvijand op traden, althans de personen op wie verdachte tijdens de oefening gericht heeft geschoten, en/althans gemeen gevaar voor personen, te weten voornoemde de militairen die gedurende de oefening als oefenvijand optraden en op wie verdachte tijdens de oefening gericht heeft geschoten, en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten de zich in het schootsveld van verdachte bevindende voertuigen en/of gebouwen en/of overige in de directe nabijheid bevindende goederen op het oefenterrein is ontstaan, althans te duchten is geweest.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het impliciet primair tenlastegelegde, dat het impliciet subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 20 uur taakstraf.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De militaire kamer overweegt dat de tenlastelegging is toegesneden op de militaire delicten van artikel 136 en Pro artikel 137 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht. Deze militaire delicten komen, kort weergegeven, neer op het niet-opvolgen van een dienstvoorschrift als bedoeld in artikel 135 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht.
Dienstvoorschrift
In het IK 2-25 is onder 1.2 zoals dit ook van kracht was op 25 oktober 2022, is onder algemene veiligheidsregels op pagina 2 het volgende – voor zover relevant – opgenomen:
1.2
Het is verboden:
-Operationele- en oefenmunitie, met inbegrip van losse patronen en exercitiemunitie, door elkaar te gebruiken of gelijktijdig in bezit te hebben, uitgezonderd de situatie zoals beschreven in de MP 40-30 paragraaf 1.4.5.100.
Tevens is in het dienstvoorschrift VS 7-520 (hierna: het dienstvoorschrift), zoals dit ook van kracht was op 25 oktober 2022, is onder algemene veiligheidsregels op pagina 10 het volgende – voor zover relevant – opgenomen:
- Personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en er op toe zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.
- Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.
Verder is onder veiligheidsmaatregelen op pagina 9 het volgende – voor zover relevant – opgenomen:
- Controleer de te gebruiken munitie op uiterlijke kenmerken, type en beschadigingen.
- Controleer de patroonmagazijntassen en extra patroonmagazijnen op munitie.
Daarnaast is onder veiligheidsregels op pagina 8 het volgende – voor zover relevant – opgenomen:
De gebruiker van het wapen is verplicht om de te gebruiken munitie (bijvoorbeeld: scherpe munitie; losse munitie; exercitiemunitie; enz.) voor gebruik te controleren op de uiterlijke kenmerken.
Voorts is onder hoofdstuk 6 Sectie 3 soorten en kenmerken pagina 6-4, tot en met 6-12 het volgende – voor zover relevant – opgenomen:
Het is verboden scherpe-, losse-, exercitie- en oefenmarkeerpatronen door elkaar te gebruiken of gelijktijdig in bezit te hebben. Tenzij zeer nadrukkelijk anders bepaald door de daartoe opgeleide instructeur.
Verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte is van het IK 2-25 en het dienstvoorschrift.
Feiten en omstandigheden
Verdachte heeft op 25 oktober 2022 deelgenomen aan een oefening van [een militaire eenheid] in de Marnewaard in de gemeente het Hogeland met als doel om een aantal huizen te zuiveren. Hierbij werd met het wapen Colt C8 geschoten op een oefenvijand. Voorafgaand aan de oefening heeft verdachte zijn magazijn zelf gevuld. Tijdens de oefening was verdachte bezig met de communicatie en raakte de munitie van andere collega’s op. Verdachte heeft daarom magazijnen gevuld voor anderen wiens magazijnen (deels) leeg waren. Verdachte gaf telkens een vol magazijn aan collega’s en kreeg daarvoor een leeg of deels leeg magazijn terug, die hij weer vulde. Aan het einde van de oefening bleek dat in het magazijn van verdachte zich tussen de blanks een scherpe patroon bevond.
Overtreden dienstvoorschrift
Op grond van het voorgaande stelt de militaire kamer vast dat verdachte óf de patronen waarmee hij zijn magazijn heeft gevuld niet voldoende heeft gecontroleerd óf dat verdachte de magazijnen die hij heeft ontvangen bij de herverdeling van de magazijnen niet heeft gecontroleerd. Verder stelt de militaire kamer vast dat in het magazijn van verdachte blanks waren vermengd met een scherpe patroon. De militaire kamer stelt vast dat verdachte het dienstvoorschrift heeft overtreden.
Opzet
De militaire kamer dient te beoordelen of verdachte ook het opzet heeft gehad op het overtreden van het dienstvoorschrift. Verdachte heeft voorafgaand aan de oefening zijn eigen magazijn gevuld. Verder heeft verdachte verklaard dat hij tijdens de oefening bezig was met de communicatie en tevens magazijnen van andere heeft gevuld alsook dat er magazijnen zijn uitgewisseld tussen hem en zijn collega’s tijdens de oefening. De militaire kamer acht het niet onaannemelijk dat het is gegaan zoals verdachte heeft verklaard en kan daarom niet vaststellen dat verdachte het magazijn heeft gevuld waarin een scherpe patroon is gevonden. De mogelijkheid bestaat namelijk dat dit magazijn door een ander dan verdachte is gevuld. Aangezien de militaire kamer niet kan vaststellen dat verdachte het magazijn heeft gevuld waarin een scherp patroon is aangetroffen, oordeelt de militaire kamer dat verdachte geen opzet heeft gehad op het overtreden van het dienstvoorschrift, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet.
Schuld
De militaire kamer dient vervolgens te beoordelen of het overtreden van het dienstvoorschrift aan verdachtes schuld te wijten is. Verdachte heeft de magazijnen die hij heeft ontvangen van zijn collega’s bij de herverdeling van de munitie niet gecontroleerd. De hiervoor beschreven “enkele” fout is echter naar het oordeel van de militaire kamer – tegen de achtergrond van de specifieke feiten en omstandigheden van het onderhavige geval –onvoldoende om te kunnen spreken van in ernstige mate nalatig handelen.
Gelet op het voorgaande oordeelt de militaire kamer dat verdachte het dienstvoorschrift heeft overtreden, maar dat hij dat niet opzettelijk heeft gedaan en dat het overtreden van het dienstvoorschrift ook niet aan zijn schuld te wijten is. Nu schuld een bestanddeel is in artikel 137 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht, spreekt de militaire kamer verdachte integraal vrij.

4.De beslissing

De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechter en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2025.