ECLI:NL:RBGEL:2025:2434
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na bedrijfsinbraak vastgesteld op tienduizend euro
De rechtbank Gelderland heeft op 28 maart 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na een bedrijfsinbraak waarbij de veroordeelde is betrokken geweest. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €21.500,-, maar heeft dit aangepast naar €10.000,-, rekening houdend met de betrokkenheid van een derde persoon en een lagere marktwaarde van de gestolen telefoons.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van het slachtoffer, die een overzicht gaf van de gestolen telefoons en hun waarde, en op een rapport waarin de verkoopwaarde op de zwarte markt is vastgesteld op 30% lager dan de winkelwaarde. De rechtbank acht bewezen dat de veroordeelde samen met een medeverdachte de inbraak heeft gepleegd en sluit de betrokkenheid van een derde persoon niet uit.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom gedeeld door drie en vastgesteld op €10.000,-, dat veroordeelde aan de Staat moet betalen. Tevens is de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 85 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €10.000,- en veroordeelde moet dit bedrag aan de Staat betalen.