Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een kort geding waarin Stichting Volkshuisvesting Arnhem (SVA) vorderde dat [gedaagden] de woning aan een adres ontruimen. De huurovereenkomst was geëindigd door een vaststellingsovereenkomst die partijen op 1 augustus 2024 sloten, waarbij overeengekomen werd dat de woning uiterlijk 1 november 2024 ontruimd zou zijn. [gedaagden] bleven echter in de woning wonen zonder recht of titel en met huurachterstand.
De kantonrechter oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig was en dat [gedaagden] geen aanspraak meer konden maken op onderhuurbescherming. Het verweer dat zij gerechtvaardigd mochten vertrouwen op langer verblijf werd verworpen, omdat SVA slechts coulance toonde met een verlenging tot 30 november 2024. Gezien de krappe woningmarkt en de belangen van woningzoekenden werd een ontruimingstermijn van drie maanden na het vonnis vastgesteld.
Daarnaast werden de gevorderde huurachterstanden en gebruiksvergoeding toegewezen, evenals de proceskosten. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagden], waaronder de recente geboorte van een kind, werden meegewogen bij het bepalen van de termijn.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van drie maanden en betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding en proceskosten.