De Staat der Nederlanden heeft bij dagvaarding de vervroegde onteigening gevorderd van een gedeelte van een perceel groot 380 m². Gedaagden voerden aanvankelijk verweer tegen de onteigening en de aangeboden schadeloosstelling.
Tijdens de procedure bereikten partijen een minnelijke regeling waarbij gedaagden instemden met de onteigening en overeenstemming werd bereikt over de schadeloosstelling van € 6.790,00 en vergoedingen voor juridische en deskundige bijstand van respectievelijk € 3.237,84 en € 4.796,50.
Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van eventuele belastingschade, waaronder btw en inkomstenbelasting, met voorwaarden voor tijdige melding en bewijsvoering door gedaagden.
De rechtbank heeft de onteigening uitgesproken, de schadeloosstelling en kostenvergoedingen vastgesteld en het nieuwsblad aangewezen voor publicatie van het vonnis. Hiermee is de procedure afgerond in overeenstemming met de minnelijke regeling.